Mensen met ADHD hebben kleinere hersenen dan mensen zonder de aandoening. Dat blijkt uit een groot internationaal onderzoek onder leiding van het Radboudumc in Nijmegen, dat vandaag is gepubliceerd in het medische vakblad The Lancet Psychiatry.

In totaal zijn vijf hersendelen kleiner. Vooral de amygdala of amandelkern (die zintuigelijke waarneming koppelt aan emoties) en de hippocampus (die betrokken is bij het opslaan van nieuwe herinneringen) zijn kleiner. Het kleinere volume leidt waarschijnlijk tot de vertraagde hersenontwikkeling die kenmerkend is voor ADHD. Mensen met de stoornis zijn snel afgeleid en vertonen impulsief en hyperactief gedrag.

De onderzoekers kwamen de verschillen in hersenvolume op het spoor door 23 eerdere onderzoeken naast elkaar te leggen, waardoor er een grote, internationale onderzoekspopulatie ontstond. Ze benadrukken dat de verschillen heel klein zijn. De verschillen waren het duidelijkst zichtbaar bij kinderen en minder groot bij volwassenen.

Hoofdonderzoeker Martine Hoogman van het Radboudumc zegt in Trouw: ,,Ik hoop vooral dat het onderzoek wat stigma's wegneemt. (..) ADHD is méér dan 'gewoon een moeilijk kind'.''