Het was het bedrijf dat als eerste een beurswaarde van 1000 miljard dollar had, maar daarna ook ongekend veel verloor. PetroChina is bijna 800 miljard dollar goedkoper geworden en het einde lijkt niet in zicht.

Tien jaar nadat het Chinese staatsoliebedrijf PetroChina een beursnotering kreeg is het zo'n beetje 80 procent van de beurswaarde kwijtgeraakt. Het is misschien wel de meest bizarre duikvlucht op de beurs in de geschiedenis en reden voor persbureau Bloomberg om een portret te maken van het bedrijf.

Naast de, achteraf, veel te hoge waardering waren er voor beleggers andere 'red flags'. Het overheidsbeleid was nadelig voor het bedrijf: zo werden de regels verscherpt voor ouderwetse energiebedrijven en kwam er meer aandacht voor duurzaamheid. Ook de dalende olieprijs speelde het bedrijf parten.

Om de enorme daling in perspectief te plaatsen kwam Bloomberg met wat voorbeelden. De verdampte beurswaarde is bijvoorbeeld genoeg om alle beursgenoteerde bedrijven van ItaliŽ op te kopen. Of om met 100-dollar biljetten een slinger te maken en 31 keer om de aarde te gaan.

De twaalf rijkste mannen van de wereld hebben samen 770 miljard dollar. Dat enorme bedrag haalt het niet bij de 'stockdrop'. Het is nog steeds meer dan het BBP van Nederland in 2016, het overklast de beurswaarde van Microsoft en het is een maatje groter dan het Amerikaanse handelstekort van vorig jaar.

Voor PetroChina ziet het er niet goed uit. Analisten vinden dat het aandeel nog veel te veel waard is. Beleggers betalen in vergelijking met concurrenten als Chevron, Exxon en Shell veel meer voor een aandeel. De verwachting is dat het aandeel van het oliebedrijf de komende twaalf maanden nog een daling met dubbele cijfers zal maken.