Een dieet van goudvissen en suikerwater verricht wonderen bij een door de vrieskou overmande ijsvogel. Otto (5) en Roemer (7) uit Diepenheim weten daar alles van. Zij vonden vrijdagmiddag een vastgevroren ijsvogel, verzorgden hem liefdevol en gaven hun felblauwe gevederde vriendje maandagmiddag terug aan de natuur.

Dat laatste ging niet zonder emoties. Ze gaven de ijsvogel al een naam, Fladder. „Zien we Fladder nu nooit meer terug?”, vraagt Roemer Hamer aan vogelaar Sjoerd uit het dorp, die hem en Otto Nellensteijn begeleidt bij het terugzetten van het vogeltje in de natuur.
„Misschien niet”, zegt Sjoerd. „Maar we kunnen hem toch terug herkennen aan de ring aan zijn pootje?”, zegt Otto. „Nou, als je die ring terugziet, is de vogel meestal dood”, luidt de nuchtere reactie van de vogelaar. Dat komt binnen bij Roemer. Stil kijkt hij nog een keer over zijn schouder naar de steeds kleiner wordende blauwe vlek langs de oever van de Regge.

De jonge ‘rangers’ sloten Fladder in hun hart, vanaf het moment dat ze de vogel in doodsnood aantroffen. Met zijn pootjes vastgevroren aan het ijs van de Regge in Diepenheim. Klapwiekend met de vleugels, probeerde het circa 2,5 jaar oude dier los te komen. Tevergeefs. „Toen hebben wij hem gered”, zegt Roemer Hamer triomfantelijk. „Met stokjes bikten we heel voorzichtig de pootjes los van het ijs. Hij was helemaal sip.”
Eenmaal thuis, belden de ouders van Otto en Roemer eerst de Dierenambulance en daarna de Vogelbescherming. Het advies dat ze bij de laatste organisatie kregen, volgden ze op. Fladder verpoosde dit weekend in een kattenbak, waar ze met suikerwater en goudvisjes op krachten kwam. „Dat ging heel snel”, weet Otto nog. „Zondag kon Fladder al weer vliegen. Wij gingen elke keer kijken”, vult Roemer aan.

Hun bijzondere avontuur met ijsvogel Fladder maakte indruk op school. Als aan het einde van de maandagmiddag het moment daar is dat Fladder teruggaat naar de oever van de Regge, loopt een lang lint van schoolkinderen achter Otto, Roemer en de vogelaar aan.
„Niemand mag in de buurt komen”, spreekt Sjoerd de omstanders streng toe. Alleen Otto en Roemer zijn erbij. Zodra de jonge natuurvrienden zijn vertrokken, gaat Sjoerd zelf nog een keer terug. Hij zet Fladder iets verderop neer, zodat het dier in alle rust kan uitvliegen.

„Fantastisch wat deze jongens hebben gedaan”, reageert woordvoerder Chris van der Heiden van Vogelbescherming Nederland. „Het is heel verstandig dat ze de vogel verzorgden tot de dooi intrad. IJsvogels kunnen, in tegenstelling tot wat hun naam doet vermoeden, heel slecht tegen ijzige omstandigheden. Zelfs als er nog maar een heel dun vliesje op het water ligt, kan de ijsvogel al niet meer duiken naar vis.” „In echt strenge winters waren als gevolg hiervan op een bepaald moment nog maar 100 paartjes over in Nederland. Maar dan moet ik er eerlijk bij zeggen: dan spreek ik over 20 jaar terug en toen was de waterkwaliteit ook veel minder.” In 2017 lag het aantal paartjes op 1.000, mede door maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit en de oevers waarin ijsvogels bivakkeren, alsmede door de veel zachtere winters.
Foto