Vanavond worden de Gouden Kalveren uitgereikt, de belangrijkste Nederlandse filmprijzen van het jaar. De genomineerden in de categorie beste speelfilm zijn (nog) geen kaskrakers. Dus laait opnieuw de discussie op: mogen films die weinig publiek trekken wel winnen?
Regisseur Johan Nijenhuis zwengelde het thema deze week aan in een LinkedIn-post, waarin hij vooral kritiek uit op subsidies. Hij vindt dat het Filmfonds minder geld moet geven aan experimentele producties voor een klein publiek. Zijn woorden leiden tot onbegrip in de filmwereld.
De discussie concentreert zich vooral rond de Kalf-nominatie van The Garden of Earthly Delights, dat een duister verhaal vertelt over sekstoerisme op de Filipijnen. Een wervelende film, aldus de Parool-recensent, en de Volkskrant geeft vier sterren. Op filmwebsite IMDb krijgt de film rapportcijfer 8. Weinig producties scoren daar zo hoog.
Maar de keerzijde: de film werd slechts 4400 keer bezocht in de Nederlandse bioscopen. En het hoge IMDb-cijfer is gebaseerd op maar een handjevol beoordelingen.
Nijenhuis maakte zelf kaskrakers als Costa! (2001), Verliefd op Ibiza (2013) en Rokjesdag (2016). Hij benadrukt dat er ook ruimte moet zijn voor filmhuisfilms als The Garden of Earthly Delights. "Maar als er een zak subsidie (1 miljoen euro, red.) naar zo'n klein publiek gaat, dan klopt er iets niet."
Juist vanwege die subsidie is een Kalf niet op z'n plek, betoogt Nijenhuis. Hij zegt dat de prijs wordt uitgedeeld door vakgenoten die zelf belang zouden hebben bij die subsidies. Door een 'geflopte' film te laten winnen "legitimeren" ze de subsidies waar ze zelf zo afhankelijk van zijn. "Een perverse prikkel."
Onzin, vindt filmjournalist René Mioch. "Dus een mooi verhaal, misschien voor een kleine groep mensen, mag niet beloond worden met een Kalf als er niet een soort financieel evenwicht in zit?"
Mioch vindt het goed dat de overheid subsidie geeft aan grote én kleine producties. Dat de arthousefilms de grote massa niet bereiken maar vervolgens wel juryprijzen winnen, is volgens hem niet te voorkomen. "Er komt niemand kijken? So what?"
De Gouden Kalveren worden uitgereikt op het Nederlands Film Festival in Utrecht.
Vriend en vijand zijn het eens: de Nederlandse filmindustrie kan niet zonder subsidies. Zelfs kaskrakers, ook die van Nijenhuis, zijn ervan afhankelijk.
Het Filmfonds verdeelt jaarlijks zo'n 33 miljoen euro onder speelfilms. Directeur Sandra den Hamer vraagt makers vooraf altijd hoeveel kijkers ze verwachten. "Het is natuurlijk fantastisch als films heel veel publiek bereiken. Maar het gaat niet altijd om de grote aantallen."
Als voorbeeld noemt ze de documentaire Indië verloren - Selling a Colonial War die dit jaar uitkwam. Geen productie voor het grote publiek, wel bereikte de film "heel erg goed" zijn eigen doelgroep. "Wij zijn er om te steunen wat niet al door de markt gesteund wordt."
Den Hamer vindt dat succes niet alleen gemeten moet worden aan de hand van bioscoopbezoek. Kijkers kunnen films namelijk ook zien via de publieke omroep of streamingsdiensten.
Kanshebbers categorie beste film
- Alpha.
- Drie dagen vis
- The Garden of Earthly Delights
- Rietland
- Voor de Meisjes
Van de vijf genomineerden trok Drie dagen vis de meeste bioscoopbezoekers: ruim 31.000. Rietland en Voor de Meisjes zijn pas net uitgekomen.
De uitreikingen van de Gouden Kalveren zijn vanavond om 20:00 uur in de Utrechtse Stadsschouwburg.
Frank Hoeve maakt vanavond dubbel kans op het Kalf voor beste film. Hij produceerde naast The Garden of Earthly Delights ook Alpha. Die film kreeg 1,1 miljoen subsidie. Met een kleine 30.000 bezoekers is ook dit familiedrama geen kaskraker, wel kreeg de film een juryprijs op het filmfestival van Venetië.
En dat is ook wat waard, vindt Hoeve. Buitenlands festivalsucces zorgt voor erkenning, media-aandacht en dus extra kijkers in Nederland. "Als je film het goed doet in het buitenland, dan wordt daar de Nederlandse cultuur dus gezien."
Daar denkt Johan Nijenhuis anders over. Als het aan hem ligt, stopt zijn beroepsgroep met films inzenden naar internationale festivals. Buitenlandse juryprijzen winnen is vooral leuk voor de makers, zegt hij. "Die kunnen daarna weer een gesubsidieerde film maken. Maar waarom geven we belastinggeld uit aan Engelstalige films die voor publiek aan de Franse Côte d'Azur bedoeld zijn? Ik heb liever dat dat geld in de Nederlandse bioscopen draait."

.