Een pilot op Texel tegen ganzenoverlast boekt succes, volgens de Faunabeheereenheid Noord-Holland (FBE). Er werden de afgelopen drie jaar 19.000 ganzen afgeschoten, twee keer zoveel als voorheen.

Volgens cijfers van FBE is de landbouwschade door ganzen het afgelopen jaar gehalveerd. De Vogelbescherming betwijfelt of de daling het gevolg is van het afschot en vindt dat bewijs voor de aanpak ontbreekt.

De ganzenpopulatie in Nederland groeide sterk sinds de gans een beschermde diersoort werd in 1979. Inmiddels foerageren bijna een miljoen ganzen op landbouwgrond en in natuurgebieden. De ganzen zorgen voor vraatschade en vervuilen gebieden met hun uitwerpselen.

Provincies zijn de afgelopen jaren fors meer geld kwijt aan de schade. Steeds meer boeren maken gebruik van een speciale regeling, waarbij een deel van de schade vergoed wordt. In 2025 werd 66,2 miljoen euro uitgekeerd. In 2018 was dat nog 20,2 miljoen euro.

Dit jaar is er "voor het eerst minder schade door toedoen van ganzen", zegt Patty Laan, directeur van FBE Noord-Holland en verantwoordelijk voor de ganzenpilot. "De getaxeerde schade is gedaald van bijna 500.000 euro in 2025 naar 230.000 euro dit jaar. Dat is voor ons een belangrijke aanwijzing dat we op de goede weg zijn."

De pilot onderscheidt zich omdat er meer en gerichter wordt geruimd. Dit wordt gedaan door het afschieten van broedparen en het uitvoeren van ruivangsten, waarbij ganzen tijdens de rui worden gevangen en met CO₂ gedood. Hier zijn veel jagers voor nodig, waardoor ook hobbyjagers worden ingezet. Zij worden op Texel betaald door boeren, die één euro per hectare grond inleggen.

Erik Mus is een van die jagers. Hij wacht bij zonsopkomst in de Eierlandse polder op foeragerende ganzen:

Ganzen afschieten op Texel lijkt effectief, Vogelbescherming kritisch
Michiel van den Bergh, teamhoofd bij Vogelbescherming Nederland, ziet het afschieten niet als een oplossing voor de ganzenoverlast. "De afgelopen tien jaar zijn 1,9 miljoen ganzen gedood en dit heeft niet geleid tot minder schade.'' Van den Bergh zegt dat afschieten zelfs een tegenovergesteld effect kan hebben. ''De jacht veroorzaakt bij de ganzen veel stress en dat kost energie, waardoor ze weer meer voedsel moeten gaan zoeken.''

Volgens Van den Bergh zorgt afschot ook voor andere problemen. "Ik vind het vooral erg dat naast alle verstoring die het oplevert er ook nog één op de vijf ganzen niet dood- maar aangeschoten wordt en dus met verwondingen rondvliegen."

Albert Hooijer is een van de boeren die een tegemoetkoming krijgt voor de schade die ganzen op zijn land hebben veroorzaakt. Een van de voorwaarden voor het ontvangen van dat geld, is het verjagen van de ganzen. Daarom rijdt hij meerdere keren per dag met een quad, geluidsbuks en zijn hond over het land om de dieren weg te jagen.

Volgens Hooijer heeft dat maar beperkt effect. "Ze zijn een half uur of een uur weg en dan komen ze weer terug. Het is dweilen met de kraan open."

Op zijn land lopen honderden ganzen rond. "Ik praat nu over 500 tot 1000 ganzen per dag. Dat gaat ten koste van mijn grond en dus ook mijn dieren." Toch heeft Hooijer moeite met het afschieten van de dieren. "Je houdt er niet van om een dier te doden, als ondernemer niet, maar ook als mens niet. Maar alle preventieve maatregelen helpen te weinig."

FBE-directeur Laan beseft dat afschieten gevoelig ligt, zegt ze. "We hebben het over best grote aantallen die gedood moeten worden. Dat is voor een bestuurder, boer, natuurorganisatie maar ook voor een jager niet leuk om te vertellen. Het zijn namelijk ontzettend mooie dieren.''

Het afschieten zou pas een laatste redmiddel moeten zijn. "Wanneer andere oplossingen echt niet werken", vindt Niels Kalkman van de dierenbescherming. "In de praktijk zien we te vaak dat daar te snel naar wordt gegrepen, zonder dat er serieus alternatieven zijn onderzocht."