Tijdens een trektocht die de Amerikaanse Charlie met zijn vader David Finlayson door de bergen van Idaho maakte, viel er een groot rotsblok bovenop David. Zijn dappere zoontje hield het hoofd koel.

In paniek raken helpt niet. Die les had de dertienjarige Charlie zich goed ingeprent bij de padvinderij. Dat hij er zijn vader mee zou redden, had hij natuurlijk nooit gedacht.

De twee avonturiers waren bezig een klimroute uit te stippelen, toen er uit het niets een rotsblok van de berg stortte. Stomme pech, volgens David. Het enorme rotsblok duwde hem omver, waardoor hij bijna tien meter naar beneden viel.

Bij de val brak David zijn rug, linkerarm en -hiel. Uit een gapende wond in zijn scheen stak het bot naar buiten en hij raakte een tijdje buiten westen. Hun basiskamp was aan de andere kant van de rotspartij, anderhalve kilometer verderop. De dichtstbijzijnde ranger, waar ze om hulp zouden kunnen vragen, zat op ongeveer twintig kilometer afstand. Niemand zou hen zomaar komen zoeken.

Na de eerste schrik haalde Charlie de verbanddoos en slaapzakken uit hun kamp en gaf zijn vader eten en drinken. Ook maakte hij zijn wonden schoon. Samen brachten ze de nacht door bij de rotswand. De volgende dag sleepte het tweetal zich naar hun tent. Ze besloten dat Charlie de volgende dag hulp zou gaan zoeken.

Zo gezegd, zo gedaan. Charlie liet proviand voor zijn vader achter en trok er manmoedig op uit. Gelukkig vond hij na enkele kilometers een stel kampeerders die zijn vader konden helpen terwijl hij verder liep. Na nog een paar kilometer verder klauteren stuitte Charlie weer op een groep, waarvan er n de kilometerslange weg naar hulp razendsnel wist af te leggen.

Hij was er twee of drie uur vr mij, vertelt de koelbloedige held. Zijn vader is opgelucht en trots: Hij was mijn redder, zegt David, die doodsbang was om dood te bloeden. Hij coachte me door de pijn en hielp me om niet flauw te vallen. Hij praatte de hele nacht tegen me.

David heeft inmiddels twee operaties ondergaan en er staan hem de komende weken nog heel wat ingrepen te wachten. Maar de mannen hebben het alweer over een volgend tripje. Waar ze heen gaan? David: Naar het strand. Een verstandig idee.