Het op grote schaal planten van bomen in Europa heeft de afgelopen eeuwen geen bijdrage geleverd aan het verminderen van de opwarming van de aarde. Dat concluderen internationale wetenschappers die 260 jaar landgebruik in Europa hebben onderzocht.

De bevindingen staan haaks op het klimaatakkoord dat werd afgesloten in Parijs, waar herbebossing en bosbeheer als belangrijke strategieŽn werden genoemd om opwarming af te remmen.

De wetenschappers concluderen dat nieuw aangeplante bossen sinds 1750 juist geen extra CO2-gas uit de lucht hebben gehaald. Mogelijk droegen de nieuwe bossen zelfs bij aan het broeikaseffect.

Oerbossen met grote bomen, dood hout en een flinke laag bladeren op de bodem blijken veel meer CO2 uit de lucht vast te houden dan de aangeplante bossen van nu. "Zelfs bij goed beheer houdt een hedendaags bos veel minder koolstof vast dan de natuurlijke bossen anno 1750", zegt ecoloog Sebastiaan Luyssaert, die verbonden is aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en meewerkte aan het onderzoek.

Dat komt ook doordat er vooral naaldbomen geplant worden. Naaldbossen hebben een andere water- en energiehuishouding dan loofbossen, waardoor ze eerder het broeikaseffect verergeren dan afremmen, is de conclusie van de wetenschappers.

Bij het planten van nieuwe bomen wordt vaak uit economisch oogpunt gekozen voor de naaldbomen. Luyssaert ziet een grote uitdaging. "De kernvraag is: kunnen we voor Europa een vorm van bosbeheer ontwikkelen waardoor wel afkoeling plaatsvindt, terwijl deze bossen toch voor andere doeleinden gebruikt kunnen blijven worden? Dus geschikt voor houtproductie, maar ook voor recreatie en het handhaven van een rijke biodiversiteit tegelijkertijd."

Het wetenschappelijk blad Science publiceert vandaag over de bevindingen van het onderzoek.