Dierenambulance 6 | |
| 12-05-26 13:46:23 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 72.535 OTindex: 28.887 |
8.2. Gebroken roek De roek of kraai is in onze eigen regio, aan de andere kant van de grote stad. Het is een bekend straat, een zijweg van de grote doorgaande allee. Van te voren bellen we naar de melder, we kunnen komen, ze zijn thuis. Het blijkt een adres te zijn waar ik al eens eerder geweest ben, als ik me goed herinner voor een aangereden duif. Ook hier wordt er vrijwel onmiddellijk opengedaan, ditmaal door een pubermeisje. Zij gaat ons voor naar de achtertuin, daar zit de roek, het is inderdaad een roek en geen kraai, in een kartonnen doos. Beest er uit halen en bekijken. Grote open wond onder de oksel van de rechtervleugel, maar voor de rest zo op het oog in orde. We nemen het dier mee terug naar de bus. Daar komt net moeders aanlopen. Die was net de hond aan het uitlaten. Zij vertelt dat het dier hulpeloos op straat lag te spartelen en dat voorbijgangers het beest lieten liggen, on het motto: “Daar is toch niets meer aan te doen”. Misschien is dat zo, maar dan kun je zo’n beest allicht uit z’n lijden verlossen. Wij gaan in ieder geval met de roek naar de opvang om het te laten beoordelen. Op de opvang zijn ze meer deskundig dan wij. Terug in de bus bellen we de opvang. “Kom maar door” zegt die, ik ben er nu toch, dan kan ik hem gelijk bekijken. Het is maar een kort stukje naar de opvang. Daar presenteren we de roek aan de beheerder. Die bekijkt het dier en constateert dat de vleugel toch echt gebroken is. Véél te bewegelijk. Daar is niets meer aan te doen, die wordt ingeslapen. Met de zwaluw nog in de bus rijden we naar de andere opvang. Daar aangekomen krijgen we te horen dat het diertje waarschijnlijk niets mankeert. Moet alleen op krachten komen. Hoe ze dat doen met een insecteneter als een zwaluw, daar mogen ze op de opvang het hoofd over breken. Wij gaan terug naar huis. | |
| 13-05-26 11:41:55 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 72.535 OTindex: 28.887 |
8.3. Zieke eekhoorn In de middag krijgen we de volgende melding. Mensen hebben sinds twee dagen een egel in de achtertuin en dat dier eet de laatste dag niet. Beetje vraagtekens, maar de mensen bellen niet voor niets. Ze zullen het wel niet vertrouwen. Chauffeur haalt me weer op en samen rijden we naar de egel, wederom in de andere regio. Onderweg krijgen we een nieuwe melding, ditmaal over een zieke eekhoorn die in de berm naast een bospad loopt te spartelen. Er is geen adres maar een kaartje met een positieaanduiding is bijgevoegd. De egel is veiliggesteld, de eekhoorn niet. Eerst maar naar de eekhoorn. Op dat kaartje is met een beetje moeite de naam van een nabijgelegen weg te lezen. Goed, we hebben de naam van het dorp en een straatnaam. We volgen gewoon de weg totdat het kaartje overeenkomt met wat we op de navigator zien. Kind kan de was doen. Dat blijkt toch wat genuanceerder. We rijden de hele weg af tot aan het dorp. Geen enkele overeenkomst te zien. Maar op het ontvangen kaartje staan wat waterpartijen, mogelijk een oude arm van de nabijgelegen rivier. Tussen die waterpartijen in een huis, een havezate, maar waarvan de naam helaas onleesbaar is. Chauffeur rammelt de naam van het dorp en de term “havezate” in in het mobieltje en vindt daadwerkelijk een mogelijke bestemming. We keren de bus en rijden richting havezate. Tenminste, dat denken we. Blijkt dat we diametraal de verkeerde kant opgaan. Maar daar komen we pas achter als we een stuk verder zijn. Maar uiteindelijk komen we in de buurt van de bewuste havezate. En warempel, ik begin overeenkomsten te zien tussen het ontvangen kaartje en het Domdommetje. Gevonden. Het pad waar de eekhoorn zou liggen is afgesloten met een slagboom, dus zetten we de bus neer op een parkeerterrein bij een woonhuis. In de tuin is een vrouw bezig en we vragen of we de bus daar zo lang mogen parkeren. Dat mag. We lopen terug naar de slagboom en slaan het bospad in. Het kaartje is duidelijk genoeg. Melder had de plaats van de eekhoorn gemarkeerd met wat takken. Precies op de plek vinden we inderdaad die markering. Goed, nu de eekhoorn nog. Dat blijkt ook simpel want chauffeur gaat er zowat bovenop staan. Het beestje is vrij levendig en probeert me te bijten. Zo kan chauffeur hem van achter beetpakken. In het meegebrachte bakje en klaar. Terug bij de bus tonen we de eekhoorn aan mevrouw en praten nog even. Dan gaan we onderweg naar de opvang. Eerst die zieke eekhoorn maar wegbrengen want dat het beestje wat mankeert is wel duidelijk. Bij de opvang neemt de beheerder, de vrijwilligers zijn al weg, de eekhoorn in ontvangst. In de couveuse en morgen maar eens kijken. Daarmee gaan we onderweg naar de egel. Laatste edit 13-05-2026 11:42 | |
| 15-05-26 15:51:11 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 72.535 OTindex: 28.887 |
8.4. Gevlooide egel Dat gaan we niet redden met de hoeveelheid prik die er nog in de batterij zit. Eerst maar eens een snellader opzoeken. Op mijn privémobieltje heb ik een app waar vrij eenvoudig een nabijgelegen lader te vinden is. In een dorp iets verderop is een lader van voldoende kilowatjes. Mooi. Niet zo mooi, de lader in kwestie is van een vervoersbedrijf en die heeft, op zondagmiddag laat, het hek dicht. Volgende, op hetzelfde industrieterrein, zit óók achter een hek. Een paar kilometer verderop in de goede richting is er weer één. Die is wel beschikbaar. Met nog voor 18 kilometer bereik sluiten we de bus aan. We bellen naar de melder van de egel. Voicemail. Bericht ingesproken dat het wat later wordt. Als we weer een goede 100 kilometer bereik hebben rijden we verder. Dan gaat de telefoon. Centrale. Of we de melder al gebeld hadden. Jazeker, voicemail ingesproken. We proberen het nog een keer, maar weer die voicemail. Bellen naar de centrale dat we geen verbinding konden krijgen. Centrale zou het van zijn kant proberen. Als we er zijn en aanbellen gebaart mevrouw de melder dat we achterom kunnen lopen. Dat doen we en via het tuinhek komen we in de achtertuin. Daar ligt in een kartonnen doos een kleine egel. Voorzien van water en voer, keurig verzorgd. Mevrouw vertelt dat het beest aan het scharrelen was en dat ze hem wat kattenvoer gegeven had. Dat is prima. Maar een dag later liet ‘ie het voer staan en zag er niet zo best uit. Dat klopt, want zelfs voor een leek als ik is het duidelijk dat het dier het niet naar de zin heeft. Die gaat naar de speciale egel-opvang hier in de regio. We bedanken mevrouw voor de goede zorgen voor de egel en gaan met de egel terug naar de bus. Daar bellen we de opvang. Beheerder was ergens anders bezig, maar als we zouden bellen als we er waren dan zou ze direct komen. We rijden naar de opvang en net als ik de telefoon pak om te bellen komt de beheerder al aanlopen. Ze neemt het diertje in ontvangst en bekijkt het. Gewond aan de rechterzijde van de kop en ónder de vlooien. “Beest wordt bekant opgevreten door de vlooien” zegt de beheerder. Beheerder maakt een spuit met pijnstiller klaar en injecteert. Eerst maar even kijken hoe het morgen met het dier gaat, dan doen we dan wel wat aan de vlooien. Daarmee wordt het dier met voer en water in een hok geparkeerd. Beestje krabbelt overeind en begint gelijk te drinken. “Goed teken” zegt de beheerder. Waarschijnlijk doet de pijnstiller al z’n werk. We praten nog even en dan nemen we afscheid en gaan op weg naar de aflosser. Tegen de tijd dat we daar zijn, we moeten ook nog wat kilowatjes bijtanken anders zit de aflosser met een lege batterij, is het al na zevenen, de normale tijd om af te lossen. We bellen dat we onderweg zijn en dat we eerst nog gaan bijladen. Nog steeds onderweg komt er alweer een melding door. Er is nabij het stadje aan mijn kant van de rivier een dode kat op de weg gezien, mogelijk met wat kittens er bij. Dat is een spoedklus. Afhankelijk van de leeftijd van die kittens kan dat nog wel eens een interessante melding worden. De weg kennen we en de positie aanduiding is duidelijk. | |
| 16-05-26 16:16:41 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 72.535 OTindex: 28.887 |
8.5. Driemanschap Als we aan komen rijden bij de aangegeven plaats is er niets te zien. Bus in de berm en zoeken. Al zoekende ziet chauffeur midden op de weg iets liggen, een tweehonderd meter verderop. We lopen er heen. Er ligt inderdaad een dood beest op de weg. Dan zie ik in de berm een dode, aangereden, zwart-witte kat liggen. Ik ben nu dichtbij genoeg om het dier op de weg te herkennen. Het is een haas. Chauffeur loopt terug naar de bus en ik loop de weg op om de haas op te halen. Dan zie ik vlak bij de haas nog een dode marter liggen, helemaal platgereden, alleen de kop is nog herkenbaar. Goed, die gaat gelijk mee. De kat in kwestie heeft geen vergrote tepels. Die heeft dus geen kittens. Waarschijnlijk heeft de melder in het voorbijrijden de boel verkeert geïnterpreteerd. Als chauffeur met de bus aankomt leg ik de kat de chiplezer in de nek. Geen chip. Kat in een dode beesten bak. Die kan naar de vriezer bij het asiel. De beide andere dieren in een plastic zak. We overleggen even waar de haas en de marter heen te brengen. Iets verderop is een zijwegje. Dat rijden we in en daar gooi ik de beide dieren tussen de brandnetels. Teruggegeven aan de natuur. Daar zijn de diverse aaseters weer goed voor. We bellen de aflosser dat we nu toch écht gaan laden en dan naar hem toekomen. Hij zegt: “kom maar eerst naar mij toe dan gaan we met ons drietjes laden en gelijk een bak koffie doen. Bij de lader is een winkeltje met een koffiemachine. Zo gezegd zo gedaan. Als we bij de aflosser aankomen, dat is maar een paar minuten later, staat hij al met drie bekers koffie te wachten. Mét koffie rijden we naar de snellader, dat is maar een paar honderd meter verder, zetten de bus aan de prik en nemen binnen nóg een bak koffie. Een half uur later rijden we gedrieën naar mijn huis en stap ik uit. De dode kat die nog steeds aan boord ligt brengt de aflosser morgen wel naar de vriezer in het asiel. | |