Een nieuw Wetboek van Strafvordering dat de Taliban in Afghanistan hebben uitgegeven, fungeert volgens critici 'als een blauwdruk voor een autoritair systeem dat bedoeld is dissidenten het zwijgen op te leggen'.
Provinciale rechtbanken in Afghanistan ontvingen afgelopen weken een nieuw wetboek dat op 4 januari stilletjes werd ingevoerd. Het 119 artikelen tellende document werd integraal online gezet door mensenrechtenorganisaties.
Het wetboek verandert de juridische basis waarop rechters zich bij hun uitspraken dienen te baseren, en staat ver af van moderne rechtssystemen zoals die in het Westen gemeengoed zijn. Zo erkent het voor verdachten geen rechten zoals het recht op een advocaat, het recht om te zwijgen of het recht op een eerlijk proces. Bekentenissen en getuigenissen zijn de belangrijkste manieren om misdaden te bewijzen, maar zonder dat er bescherming bestaat tegen het afdwingen van bekentenissen.
Dat geeft een vrijbrief aan veiligheidsdiensten, die in Afghanistan bekend staan om het martelen en misbruiken van slachtoffers, zegt een lid van de Afghaanse mensenrechtenorganisatie Rawadari. 'Dit Wetboek gaat niet over rechtvaardigheid. Het gaat erom een systeem te creëren waarin de staat iedereen, op elk moment, zonder uitleg kan straffen.'
De wetsteksten zijn opgesteld in weinig concrete taal en geven rechters ruimte om zaken naar eigen inzicht te beslissen. Door het gebrek aan definiëring kan vrijwel elke handeling als 'zondig' of 'immoreel' worden aangemerkt.
Verder verdeelt de tekst de Afghaanse bevolking in klassen, die elk op andere wijze bestraft dienen te worden: mensen uit de lagere klassen kunnen zwaardere straffen verwachten dan elites en religieuze geleerden, wat wetsongelijkheid in de hand werkt.
Naast het onderscheid naar klasse valt een onderscheid in vrije mensen en slaven op. De term 'slaaf' wordt letterlijk bedoeld, aldus critici, en 'markeert de wettelijke acceptatie van slavernij in Afghanistan'.
