Een horecamedewerker van een golfclub is haar baan kwijtgeraakt, omdat zij enkele drankjes en hapjes nuttigde zonder die af te rekenen. De rechter zet echter een streep door het ontslag. De werkgever moet de vrouw nu zo'n 13.000 euro betalen, en haar weer toelaten op de werkvloer.

De 26-jarige vrouw werkte sinds het voorjaar van 2024 bij een bedrijf dat horecagelegenheden op golfbanen exploiteert. Op 2 april van dit jaar was zij vrij, maar wel voor een golfcursus aanwezig in het clubhuis van de golfclub waar zij werkte.

Omdat de vrouw naar eigen zeggen werd genegeerd werd door de bediening , pakte zij zelf wat drankjes voor haar en haar vriendin. Later bestelde zij nog wat hapjes. Ook na haar golfles dronken zij nog wat. Die avond vertrok zij echter zonder te betalen.

Diezelfde avond liet haar assistent-leidinggevende weten dat de rekening in het kassasysteem was gezet, zodat zij die later kon betalen. De vrouw ging daarmee akkoord. Maar in plaats daarvan verwijderde zij de openstaande rekening vijf dagen later uit het systeem, zonder die te voldoen.

Nog eens twee dagen later vroeg de assistent-leidinggevende haar wat er met de rekening was gebeurd. Daarop beweerde de vrouw dat zij dat al had geregeld. Op de vervolgvraag wanneer en hoe er dan was betaald, reageerde zij niet meer. Later die dag rekende de vrouw het bedrag alsnog af, bij een andere collega.

Daarmee kwam de werkneemster echter niet ongestraft weg. Na haar over het voorval te hebben gehoord, ontsloeg de eigenaar van het bedrijf de vrouw op 19 april op staande voet wegens diefstal.

De vrouw nam daarmee geen genoegen, en stapte naar de rechter. Volgens haar hield haar werkgever geen rekening met de omstandigheden van het incident. Door het verwijderen van de rekening zou zij de aandacht van haar assistent-leidinggevende hebben willen trekken, om met haar te spreken over de manier waarop zij was genegeerd en andere spanningen en pesterijen.

Ook stelde de vrouw dat haar werkgever te lang had gewacht met het ontslag. De vrouw eiste haar baan terug, en de uitbetaling van achterstallig salaris. In het geval dat zij niet kon terugkeren, eiste zij ruim 14.000 euro aan ontslagvergoedingen.

Uit de uitspraak blijkt dat de kantonrechter in Almelo de horecamedewerkster gelijk heeft gegeven. De rechter spreekt overigens geen oordeel uit over de onbetaalde rekening zelf, maar vindt dat de werkgever de vrouw meteen na de ontdekking van het incident de wacht had moeten aanzeggen.

Voor een verregaande maatregel als een ontslag op staande voet gelden namelijk wettelijk hoge drempels. Zo moet dat 'onverwijld' gebeuren. Volgens de kantonrechter gebeurde dat in dit geval niet. Door dagen te wachten en de vrouw zelfs een dag voor het uiteindelijke ontslag nog te laten werken, gaf de werkgever volgens de rechter zelf aan het voorval niet ernstig genoeg te achten.

Dat betekent dat het horecabedrijf niet alleen de medewerkster weer moet toelaten op de werkvloer. De vrouw heeft ook recht op het achterstallig salaris en vakantiegeld, ter waarde van bijna 8000 euro. Omdat die beloningen te laat zijn betaald, komt daar nog eens een boete van zo'n 4000 euro bovenop. Ten slotte moet de werkgever de vrouw ook ruim 1000 euro aan proceskosten vergoeden.