Twee vermoedelijke wolven zijn eind augustus in de gemeente Westerveld op een niet eerder vertoonde wijze een koeienstal met jongvee binnengedrongen. Boer Bert zag hoe een van zijn runderen werd aangevreten. Hij wist de wolven daarna uit zijn stal te verjagen, maar makkelijk ging dat niet. "Ze waren absoluut niet schuw."
Diep in de nacht gaat het mis in en rond de boerderij van melkveehouder Bert* in de gemeente Westerveld. Om 04.00 uur wordt hij wakker van geloei. Hij verwacht een klein probleempje met een van zijn pinken (jonge vrouwelijke runderen) en stapt uit bed om hulp te bieden.
Wat Bert dan nog niet weet, is dat twee wolven in de wei de pinken waarschijnlijk al hebben opgejaagd. De dieren zijn daarna de stal in gevlucht. Daarmee hebben ze ook de wolven door de openstaande deur mee naar binnen genomen.

In de stal hebben ze een pink van dertien maanden oud te pakken. Haar achterkant wordt opengehaald. Bert loopt op dat moment nietsvermoedend het gebouw in. Als hij ziet wat er gebeurt, wordt de boer razend. "Ik ben over het hek gesprongen en heb met een hoop geschreeuw geprobeerd de wolven weg te jagen", zegt hij.
De wolven lijken volgens de boer weinig onder de indruk van zijn komst. Het verjagen gaat moeizaam. Bert nadert tot op een meter en weet de wolven uiteindelijk uit de stal te krijgen. "Maar wegrennen deden ze niet. Ze bleven buiten de stal nog een poosje naar binnen staren", zegt Bert.
De wolven hebben het kleinste dier, de zwakste, gepakt. In eerste instantie heeft de melkveehouder de indruk dat het wel meevalt met de verwondingen. Een veearts denkt er de volgende ochtend anders over en besluit tot euthanasie.

BIJ12, de organisatie die namens de twaalf provincies wolvenzaken afhandelt, is er de volgende dag ook bij om monsters af te nemen. Zij bevestigt de aanval in de stal. Uit dna-onderzoek moet nog blijken of het echt gaat om twee wolven.
Volgens BIJ12 zijn er diverse krab- en bijtsporen aangetroffen bij de pink. "En buiten is een prent van de predator op het pad tussen stal en de weide gevonden", aldus een woordvoerder. Het zou gaan om jonge wolven van zo'n 50 centimeter hoog.

Een dikke week na de aanval analyseert Bert de situatie op het platteland. Hij komt tot de conclusie dat die met een wolvenroedel nabij onhoudbaar is. Ja, zegt hij, de deur van de stal was open voor de runderen. En nee, rondom zijn weiland stonden geen wolfwerende hekken.
Waarom eigenlijk niet? "Ik kan niet overal hekken plaatsen", zegt hij. "Vaste rasters controleren of mobiele exemplaren verplaatsen; het is ontzettend arbeidsintensief. Daarnaast: als ik hier hekken heb staan, wat betekent dat dan voor mijn buurman? En willen we in Nederland een landschap met alleen maar hekken? Wordt daar het platteland beter en mooier van?"
Bert vindt van niet. Koeien moeten bovendien zoveel mogelijk naar buiten. Daar kunnen ze grazen en hebben ze de ruimte. Maar met een wolvenroedel in de buurt wordt dat steeds lastiger, vindt Bert. "Moeten ze dan maar de hele dag binnen staan, met volledig afgesloten stallen? Dat willen we ook niet", zegt hij, al doet Bert dat sinds de aanval nu wel.

De schrik van de aanval zit er nog steeds goed in. De boerenfamilie is 's nachts extra alert op vreemde geluiden. Ook in de avond, als het al duister is, voelt het momenteel niet fijn om rondom de boerderij te lopen.
"We hebben een hond en hem laten we nu uit met een zaklamp in de hand. Dat is misschien nog wel het ergste: ons veilige gevoel rondom de boerderij is volledig verdwenen."
Bert zou bij een volgende aanval er niet zomaar weer tussen springen. "Pas later besefte ik wat ik eigenlijk heb gedaan. Dat had heel anders kunnen aflopen."