Een uitzendkracht van Tempo-Team krijgt ruim 10.000 euro omdat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen. De man werd verdacht van diefstal van twee boxershorts uit het kledingmagazijn waar hij werkte. Volgens de man was het zijn eigen ondergoed.
De rechter oordeelt nu dat er veel aanwijzingen zijn dat de onderbroeken inderdaad van de man zelf waren. Zijn werkgever wist in elk geval niet het tegendeel te bewijzen. Dat blijkt uit een vrijdag openbaar geworden uitspraak van de rechtbank Zeeland West-Brabant.
De man werkte sinds de zomer van 2024 via uitzendbureau Tempo-Team in het magazijn, waar onder meer merkkleding van Calvin Klein en Tommy Hilfiger wordt opgeslagen. Om diefstal te voorkomen heeft het kledingbedrijf verboden dat medewerkers tijdens hun werk kleding van die merken dragen of bij zich hebben.
Begin maart van dit jaar werd de man na zijn werk staande gehouden door twee beveiligers, die zijn tas onderzochten. Daarin werden twee boxershorts van het merk Calvin Klein aangetroffen.
Volgens de werknemer waren dat zijn eigen onderbroeken, die hij enkele maanden eerder tijdens een personeelsuitverkoop had gekocht. Het ondergoed zou in zijn tas zitten omdat hij na het werk ging sporten. Het kledingbedrijf en het uitzendbureau geloofden daar niets van, en ontsloegen de man op staande voet.
De werknemer nam daarmee echter geen genoegen, en stapte naar de rechter. Daar voerde hij een trits aan ontlastende bewijzen aan, die erop zou wijzen dat er van diefstal helemaal geen sprake was.
Zo stelde de man dat hij de boxershorts destijds had gekocht in een pakket van drie stuks, en toonde hij aan nog steeds in bezit te zijn van het derde exemplaar. Volgens hem had hij die derde onderbroek niet na zijn ontslag kunnen kopen, omdat dat type niet meer in de winkels verkrijgbaar is. Ook toonde hij een foto uit januari, waarop hij de betreffende onderbroek droeg.
Daarnaast stelde de werknemer dat hij niet eens in de gelegenheid was geweest om de onderbroeken te stelen. Hij werkte namelijk op de afdeling waar de kleding in verzegelde pallets binnenkwam. Die verzegeling wordt pas verbroken op een andere afdeling, waar de uitgaande verzendingen worden samengesteld.
Het uitzendbureau achtte dat verweer niet relevant. De werkgever wees erop dat werknemers van het kledingmagazijn sowieso geen kleding van Calvin Klein mogen dragen of bij zich hebben, waardoor het ontslag alleen daarom al terecht zou zijn.
De kantonrechter in Bergen op Zoom gaat daar echter niet in mee. De rechter wijst erop dat een ontslag op staande voet een zware straf is met verregaande consequenties voor werknemers, waarvoor dus hoge drempels moeten gelden. In dat licht had het uitzendbureau minstens tegenbewijs moeten aandragen voor het plausibele verweer van de man.
Dat de werknemer sowieso geen kleding van Calvin Klein bij zich had mogen hebben, vindt de kantonrechter onvoldoende voor een ontslag op staande voet. Daarom heeft de uitzendkracht dus recht op een aantal ontslagvergoedingen. In de eerste plaats moet Tempo-Team hem een reguliere ontslagvergoeding van ruim 1500 euro betalen. Daarnaast krijgt hij zijn salaris tijdens de opzegtermijn, goed voor nog eens bijna 3000 euro.
Ten slotte ontvangt de man een extra schadevergoeding wegens inkomstenschade, die de kantonrechter berekent op 6000 euro. De man vond na zijn ontslag een nieuwe baan bij Albert Heijn, maar verdient daar ruim duizend euro bruto per maand minder dan bij het kledingbedrijf. In totaal strijkt de magazijnmedewerker dus zo'n 10.500 euro op.
