hr
jaargang -25 - laatste artikel 11-2 18:00 - 77336 artikelen -

Home
Forum
Lid worden

Leden
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

Login onthouden

Login via:
Wachtwoord vergeten.

Het Forum

· [MED] Mededelingen
· [SUG] Suggesties
· [M&S] Moppen/Spelletjes
· [CUL] Kunst & Cultuur
· [OFT] Offtopic
· [G&C] Games & Computers
· [WMO] Wat me is overkomen
· [VDS] Vragen des levens
· [POL] Politiek
· [CON] Consumenten forum


Consumenten Forum, met welk bedrijf moet je wel/niet zaken doen


[1]

Dierenambulance #6

27-01-26 12:43:20 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
1. Één voor de prijs van drie
Alternatief voor een reclameslogan
1.1. Straatkat
Het is kort na de kerst. Omdat de beschikbare vrijwilligers allemaal hun specifieke wensen hebben voor de feestdagen loopt de planning een beetje in het honderd, maar dankzij de niet aflatende zorgen (en hoofdpijn) van de coördinator is het toch nog goed gekomen. Alleen nog Oud en Nieuw en dan zijn de meeste van die problemen ook weer geschiedenis.
Voor mij begint de dag met een dubbele melding. Centrale vermoed dat beide hetzelfde dier betreffen. Het gaat over een aangereden kat in een dorp in de andere regio. De ene geeft aan nabij een horecagelegenheid aan een kruispunt, de tweede een dijk aan een rivier met een huisadres. De tweede zou de kat midden op straat liggen, de eerste is niet gespecificeerd.
Ik heb net de bus van de lader gehaald, de bus is van elektrische persuasie, die is, in het koude weer, zo vol als hij maar zijn kan. Ik stap in en rijd naar de bijrijder. Toen ik die opbelde om te zeggen dat er een dode kat op ons lag te wachten, mogelijk twee, belde ik haar uit bed. Zeker een latertje geweest gisteravond.
Bijrijder is nog bezig aan te kleden als ik arriveer. Haar vriend is al wel in de kleren. Het aanbod van koffie sla ik af, er ligt wel een melding op ons te wachten. Ook al is het een dode kat, of twee, zo’n beest wil je zo vlot mogelijk van de straat hebben. Als bijrijder toonbaar is lopen we naar de bus en stappen in.
Er is geen adres of telefoonnummer, alleen maar twee plaatsen war een dode kat zou liggen. Eerst maar degene waarvan we weten dat ‘ie midden op straat ligt. Nummer twee dus. Het is een goed half uur rijden. Als we onderweg zijn komt centrale met het bericht dat er nóg een melding binnengekomen is maar zij heeft die geïdentificeerd als zijnde dezelfde kat.
Als we de laatste bocht opdraaien naar de dijk in kwestie krijgen we melding van Flitsmeister dat er een dood dier op de weg ligt. Dat zal de onze zijn. Ik minder vaart, en inderdaad, midden op onze rijbaan ligt een dode kat. Dankzij de fietsstrook kan ik de bus precies naast de kat neerzetten. Mooier gaat bijna niet. Flitsers en alarmlichten aan.
Bijrijder grijpt de chiplezer voor het geval er nog een chip te lezen valt en ik haal al vast een zak uit de bus. Bijrijder leest de chip uit en haalt dan de spade uit de bus. Bijrijder schept de restanten van het dier in de zak. We staan heel dicht op de bus. Als er verkeer de bocht om komt en ze nemen een beetje ruimte staan we zo veilig genoeg.
Met een paar tellen zijn we klaar. Spade schoonmaken en dat was dat. Als alles klaar is gaan we naar de eerste melding. Die is honderd meter verderop, precies bij de brug over de rivier. We hadden dus een dijk, en twee straten. Dat klopt heel aardig want precies op dat punt is een kruising. Mogelijk heeft de eerste melder zich honderd meter vergist.
Voor alle zekerheid lopen we de brug over aan beide kanten en bekijken we het hele gebied van de kruising. Geen dode kat te bekennen. Het idee van de centrale dat alle drie de melding hetzelfde dier betroffen was hoogstwaarschijnlijk de juiste. We melden ons af en rijden naar het asiel. Daar leggen we de restanten van de kat in de vriezer. Vandaag is zondag en de milieustraat is dicht. Met de eerstvolgende gelegenheid kan het karkas meegenomen worden. We gaan naar huis.

27-01-26 13:30:00 - Quote! - @Spotcatus
Spotcatus
Senior lid

WMRindex: 157
OTindex: 294
Wnplts: Ede
Was er geen eigenaar? Word het lijkje aan de eigenaar gegeven als die dat wil?

28-01-26 13:00:07 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
@Spotcatus: Als er geen eigenaar bekend is wordt het dier gedurende ten minste 14 dagen (wettelijke bewaartijd) bewaard. In die tijd wordt op sociale media en met andere vormen van publicatie geprobeerd toch nog de eigenaar te achterhalen.
Als na die 14 dagen nog steeds geen eigenaar bekend is beland het bij de eerstvolgende gelegenheid in de kadaverbak van de milieustraat.
Als de eigenaar wel bekend is kan deze het dier komen ophalen. Als de eigenaar, bijvoorbeeld via de chip, direct bekend is maken we een afspraak. Eigenaar kan naar de plek van het ongeval komen, we kunnen het dier thuisbrengen of we brengen het naar het asiel waar de eigenaar het kan komen ophalen.
Als het dier heel erg beschadigd is, onherkenbaar, dan kunnen we er voor kiezen het dode dier direct weg te brengen.

Laatste edit 28-01-2026 13:00

28-01-26 13:02:15 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
1.2. Levend of dood?
Rond de middag komt de tweede melding binnen. Dit keer geen bijrijder. Zij zou met haar stiefzoontje gaan kijken of er nog te schaatsen was. Het gaat om een kleine egel in de stad. Een kleine egel in een voortuin in het midden van de winter? Klinkt niet jofel. Egels horen dik en rond te zijn en niet rond te scharrelen.
Ik haal de bus van de lader, die was nog lang niet volgeladen maar heeft wel voldoende capaciteit om deze rit te maken. Ik bel op naar de melder en zeg dat ik er met een half uurtje zal zijn. Zij antwoord dat ze dan nog wel thuis is. Oké.
In de woonwijk waar ik zijn moet staat alles vol. Dan maar een garage blokkeren. Ik ben zo weer weg en als er precies op dat moment iemand uit moet kan ik de bus wat verplaatsen en anders wacht ‘ie maar even.
Als ik de bus heb neergezet en ben uitgestapt staat mevrouw al in de voortuin te wachten. Onder een conifeer ligt, afgedekt met wat bladeren, de egel. Niet echt klein, een middelmaatje. Opgerold en wel. Ik heb geen verstand van die beesten maar als je het mij vraagt is ‘ie of diep in winterslaap of hij is dood. Mevrouw weet het ook niet. Ze had bakjes met water en voer neergezet, maar dat kan opgegeten zijn door een kat uit de buurt.
Als je het niet weet neem je het zekere voor het onzekere. Naar de opvang er mee. Ik vertel mevrouw waar ik het dier heen breng, leg het beestje in een bakje en ga terug naar de bus. Daar weeg ik het dier. 600 gram. Aan de kleine kant maar niet erg klein. Normaal is 800 tot 1200 gram. Maar in deze tijd, aan het begin van de winter, kunnen ze beter zwaarder zijn dan lichter.
Dan bel ik de opvang. Eerste vraag van de opvang is of ‘ie leeft of dood is. Ik zeg dat ik er geen idee van heb. Hoe diep is de winterslaap van een egel? Opvang zegt dat ik het diertje in hok D kan plaatsen. Daar zit al een egel in onder een warmtelamp. Dan zijn ze met z’n tweetjes, maar dat moet dan maar. Egels zijn van nature solitair.
Zo gezegd zo gedaan egeltje in hok D bij zijn collega, formuliertje met de wasknijper aan het hok vastgemaakt en ik kan weer op huis aan.

29-01-26 17:43:40 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
1.3. Schuim op de bek
Wat later in de middag een melding over een ekster. Het dier zou schuim aan de bek hebben en er niet best aan toe zijn. Ik overleg met centrale of het waard is om er naar toe te gaan. Natuurlijk is het dat. Zo lang het dier leeft zeker.
Ik spring in de bus en haal eerst bijrijder op. Bijrijder belt met de melder om te vertellen dat we er aan zitten te komen. Melder twijfelt ook. Gaat nog even kijken naar het dier, maar hij beweegt nog. Bijrijder praait door dat we hoe dan ook komen. Ook als het dier overleden is rijden we door. Dan nemen we het dode beest uit handen van de melder. Wij weten beter wat er mee te doen dan melder.
Het is niet helemaal volgens protocol, dode wilde dieren horen in deze gemeente niet tot onze taak, die zijn voor de gemeente. Maar met zoiets moet je flexibel omgaan (volgens de gevleugelde woorden van de personeelschef van mijn laatste werkgever). Melder is duidelijk opgelucht.
We komen bij het adres. Een gewoon huis in een gewone wijk. Mevrouw doet open: “komt u verder, hij ligt in de achtertuin”. In de achtertuin ligt naast een tuintafeltje een ekster op z’n zij te spartelen. Hij leeft nog, zoveel is duidelijk. Maar wat of het dier mankeert? In ieder geval niet consistent met vogelgriep.
Tijdens de rit is bijrijder druk geweest met naspitten wat het dier zou kunnen mankeren. Het meest waarschijnlijk, volgens Google, is een vergiftiging of een ingewandsstoornis. Dan zullen we het daar maar op houden. We praten nog even met mevrouw de melder. Beest in ‘t bakkie en dan nemen we afscheid.
We gaan terug naar de bus. Daar bellen we met de opvang in de grote stad. De opvang hier in de stad is huiverig voor vogels in verband met de vogelgriep en in de grote stad hebben ze meer en betere faciliteiten.
Opvang in de grote stad antwoordt, na de nodig vragen, dat we langs kunnen komen maar dat er niemand aanwezig is. Het is zondag laat in de middag. We kunnen het dier in een lege couveuse plaatsen in de quarantaineschuur.
Als we op de opvang zijn lopen we direct door naar de quarantaineschuur. Daar zetten we het dier in de lege couveuse. Beest dondert gelijk op z’n zij. Die is nog lang niet de oude. Maar hier is ‘ie in ieder geval in goede handen.

30-01-26 08:53:44 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
1.4. Sneeuwhond
Laat in de middag, het is al donker en het sneeuwt lekker, gaat de telefoon. Iets over een dode kat in de andere regio die morgen opgehaald moet worden. Is niet voor mij, morgen rijdt de andere bus. Maar tegelijk vertelt centrale dat er een hond gevonden is bij de grote provinciale weg. Is niet voor ons, maar politie is onderweg om het dier veilig te stellen.
Een half uurtje later gaat de telefoon weer. Ik mag toch aan de bak. De hond van de vorige alinea ophalen. Ik krijg de plaats, voor mij een welbekende plek aan de grote weg. Er is een poging gedaan om de chip van de hond uit te lezen, maar dat is mislukt. Dat ga ik dan ook nog eens proberen en als het mij ook niet lukt dan gaat het beest naar het asiel. Ik zeg tegen centrale dat ik er met een half uur zal zijn, misschien iets meer in verband met de sneeuw en de gladheid.
Ik ben een kilometertje of drie onderweg als de handsfree gaat. Omdat de aanrijtijd wat langer zou duren heeft iemand de hond meegenomen naar zijn huisadres. Of ik het dier daar wil ophalen. Dat kan uiteraard. Ik herprogrammeer de navigator, stembesturing is in een geval als dit ideaal, en rij verder. De wegen zijn prima gestrooid en ik kan een goed behoud maken.
Na tien kilometer gaat de telefoon weer. Er heeft iemand naar de centrale gebeld omdat ‘ie z’n hond kwijt was. Plaats, ras en kleur van de hond komen overeen met het beest waar ik naar toe onderweg ben. Of centrale het adres aan de beller kan geven. Wat mij betreft wel. Misschien zijn er issues op het gebied van privacy, maar hier gaat het er om dat het beest zo vlot mogelijk bij zijn baasje terug komt. Ik rijd verder voor het geval er toch nog problemen of onduidelijkheden ontstaan.
Als ik bij het adres aankom staan er twee mannen te praten. Als ik de bus parkeer zwaait één van hen naar mij. Ik grijp chiplezer, pen en papier en stap uit. De zwaaier komt naar me toe, de ander gaat het huis in. De zwaaier blijkt de eigenaar van de hond. Ik vraag of alles in orde is. Dat is het. Dolblij en opgelucht dat zijn hond terecht is. Hij vertelt dat het dier in paniek is geraakt door vuurwerk en met de neus de deurklink heeft opgelicht en zo er van tussen gegaan is.
Goed, als iedereen tevreden is, dan ben ik het ook. Mijnheer gaat naar zijn auto, ik stap in de bus en sluit de rit administratief af. Dan vertrek ik ook richting huis. Busje aan de paal en een seintje naar de centrale dat ik weer thuis ben.

31-01-26 13:02:20 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
2. Let it snow, let it snow
Lied van tekstschrijver Sammy Cahn en componist Jule Styne, gezongen (oa) door Frank Sinatra.

2.1. Slipcursus op vier wielen
De eerste rit vandaag is een taxirit. Drie grote honden moeten naar een dierenarts in het stadje aan mijn kant van de rivier voor een gebitscontrole: Kiezen bikken. De drie komen uit een verwaarloosde situatie en worden nu op gezag van het asiel opgeknapt. Deze gebitscontrole is hopelijk de laatste van een reeks behandelingen. Drie grote honden, er passen er twee in een bus, dus beide bussen zullen rijden.
Ze moeten om negen uur bij de dierenarts zijn. Dat wordt aanpoten, want de weersverwachting is van dien aard dat we een beste puist vertraging kunnen verwachten. De coördinator adviseert een uur voor een ritje van een half uur, dus om acht uur op het asiel.
Het asiel ligt voor mij ook op een half uur rijden, dus neem ik ook voor die rit een uur. Zes uur de wekker, zeven uur rijden, dat moet lukken. De avond tevoren het meest recente weerbericht bekeken. Het lijkt er op dat het meevalt. Bus van de laadpaal getrokken, voor goed tweehonderd kilometer prik aan boord. Dat moet voldoende zijn.
Dat “van de laadpaal trekken” had overigens ook nog wat voeten in de aarde. De elektrieke bus is voorzien van tractie-controle. Dat voorkomt dat de wielen gaan doorslippen. In dit geval betekent het dat ik in de sneeuw, de wielen gaan dan slippen, niet weg kom. Tractie-controle uitgezet, dan geeft ‘ie vermogen op alle vier de wielen, maar ook dan weer computer gestuurd. Gevolg is dat ik op een halfvolle parkeerplaats alle kanten op zwieber. Heb ik daarvoor een slipcursus van de ANWB gevolgd? In ieder geval red ik het uiteindelijk zonder schade. Geef mij maar een gewoon autootje zonder al die poespas. Daar kom je met een beetje goed doseren prima mee weg. Zo erg was het nou ook weer niet met die sneeuw.
Kwart voor zeven uit het raam kijken. Dat valt dik mee. De straat, een min of meer doodlopend eind in een woonwijk, is zo goed als schoon en de ruiten van de bus ook. Er is over de nacht niets bijgekomen. Temperatuur is rond het vriespunt. Een kwartiertje later vertrekken dan maar, als ik te vroeg ben is er nog geen hond. Behalve in de hokken dan toch.
Kwart over zeven vertrek, de wegen zijn mooi schoon en ik kan gewoon doortuffen. Beetje voorzichtig op de rotondes en dergelijke voor jekannieweten maar voor de rest gaat ‘t voor ‘n oortje. Tien voor acht ben ik op het asiel.
Hek is al open en in de kantine is al wat volk aanwezig. Die waren ook bijtijds van huis gegaan. Ik brouw een bak koffie. Even later komt de collega van bus twee. Dan komt de coördinator van het asiel binnen. Hij verdeelt het werk en zegt dan het is toch de negende vandaag? Nee, het is de achtste. In zijn gegevens staat dat de honden de negende naar de dierenarts zouden. Receptioniste krijgt opdracht om navraag te doen bij de dierenarts. Het blijkt toch de achtste.
De bezetting van het asiel tijgt aan het werk en collega en ik lopen naar beneden om de honden in ontvangst te nemen. Bus twee krijgt er twee en ik één. De tweede van bus twee gaat in een polyester kennel als hok. Die past prima achterin de bus. De andere honden gaan in de vaste bench van de bus.
Collega rijdt weg en ik probeer hetzelfde te doen. Zelfde probleem als op de parkeerplaats gisteravond. Computer zegt: “Ja hoor eens, wielen horen niet te slippen dus ik vertik het”. Met wat moeite weet ik toch door de sneeuw te komen en rijd achter collega aan. We zijn mooi op tijd. Als ik aankom is collega al aan het uitladen. Ik heb mee en dan doen we samen “mijn” hond. Met grote honden bereik je met geweld weinig, die moet je overhalen. Duurt wat langer maar is een stuk makkelijker en ook diervriendelijker.
De honden gaan bij de dierenarts in hokken tot ze voor de behandeling verdoofd worden en geholpen kunnen worden. Wij kunnen op huis aan. We krijgen een belletje als we de beesten weer kunnen ophalen.

01-02-26 11:19:37 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
2.2. Verlate zwaan
Als ik klaar ben met het afleveren van de honden bij de dierenarts, zie vorige verhaal, heb ik nog een klusje uit te voeren. Dat is een dode zwaan. Het dier is ingeslapen in verband met een verdenking van vogelgriep, maar de collega voor mij had geen tijd of gelegenheid het dier naar de kadaverbak te brengen. Geen punt, dan doe ik het.
Vanaf de dierenarts is het maar een kort stukje naar het milieustation waar de kadaverbak staat. We hebben vaker dode dieren die op deze manier afgevoerd moeten worden, dus dit is routine. De zwaan in kwestie is ingepakt in een plastic zak en ligt in een plastic bak.
Ik rijd naar het milieustation, zet de bus neer en haal de plastic zak uit de bak. Plastic zak op de kop boven de kadaverbak en “plof”. Daar ligt de zwaan. Plastic zak in de kliko naast de kadaverbak. Het milieustation wil geen vreemd materiaal in de kadaverbakken.
De plastic bak waarin de zak met de zwaan zat is beschadigd. Stukje uit de bodem, hoekje er af. Dat was al bekend. Er gaat wel vaker iets kapot. Maar ik ben toch op het milieustation, dan kan ik gelijk die bak inleveren.
Ik loop met de bak naar wat mensen die daar aan het werk zijn en vraag waar ik die bak kwijt kan. “Daar bij de weegbrug, daar kun je het plastic kwijt” is het antwoord. Goed. Ik loop naar de weegbrug en wacht terzijde tot de auto die er op staat wegrijdt.
Aan het loket vraag ik waar of ik die bak kan inleveren. “Dan moet ik u inwegen, mijnheer”, zegt de dame van de weegbrug, “Ik kan er ook verder niets aan doen maar regels zijn regels”. Het gesprek is wat uitvoeriger, maar dit is de essentie. En dat voor een plastic bak van een paar honderd gram. Natuurlijk heeft de dame haar richtlijnen, maar in dit geval vond ik het wel een beetje érg ambtelijk overkomen.
Kort en goed, ik ga weer met m’n bak terug naar de bus en ga op huis aan. Daar gooi ik die bak wel in m’n eigen kliko. Dat is gratis.

01-02-26 11:30:44 - Quote! - @Sjaak
Sjaak
Moderator


WMRindex: 22.075
OTindex: 58.986
Die paarse krokodil mag in de kadaverbak

02-02-26 17:54:54 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
@Sjaak: Kadaverbak is gratis. Dus als die paarse krokodil uit organisch materiaal is samengesteld zal dat in het geheel geen probleem zijn.

02-02-26 17:56:18 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
2.3. Adresperikelen
Ik ben halverwege als de telefoon gaat. Er moet een vangkooi opgehaald worden in een dorpje in de gelijknamige polder. “Maar”, zegt centrale, “ik heb het adres niet, dat moet ik nog opzoeken”. Geen probleem. Ik ken de polder tot op zekere hoogte en weet waar dat dorp ligt. Eerstvolgende afslag sla ik af en rijd over de binnenweggetjes richting dorp. Er is op de meeste weggetjes wel gestrooid maar het zout is nog niet goed ingereden. Voorzichtig aan doen is het devies.
De telefoon gaat. Volgens de coördinator staat het adres in de Domdom. Prachtig. Maar om in deze situatie, smalle weggetjes met ijsdek, met een Domdom te gaan goochelen lijkt me toch een minder goede optie. Ik vraag centrale om toch maar dat adres te weten te komen. “Ik bel de melder wel”, zegt ze, “het telefoonnummer heb ik wel”.
Ondertussen ben ik in het dorp aangekomen. Bij één van de boerderijen heb ik eens samen met de brandweer jonge ooievaars uit het nest gehaald (boek 3, hoge nood, hoofdstuk 4.3: Verlaten ooievaars). Daar is de weg wat verbreed en kan ik de bus zonder problemen in de berm zetten. Bij de boerderij aangekomen zet ik de bus neer en wacht.
Ietsje later komt centrale met het adres. Ik zet het in het Domdommetje en met dit model zet het ding het nieuwe adres vooraan als eerste stop. Precies wat ik nodig heb. Volgende stop is mijn huisadres, maar dat maak ik later wel in orde. Ik start en bus weer en volg de instructies.
Na een tijdje begin ik me af te vragen waar dat hebbeding me heen stuurt. Voor m’n gevoel gaan we de verkeerde kant op. Ik kom op de provinciale weg en word richting mijn huisadres gestuurd. Dan is het duidelijk. Het ding heeft het nieuwe adres op de een of andere manier niet gepikt en ik ga de verkeerde kant op. Met stembesturing zet ik het adres opnieuw in de Domdom en zo te zien gaat het nu wel goed. Alleen zijn er geen zijwegen naar de polder en ik moet een flink stuk doorrijden naar de volgende rotonde.
Bij die rotonde sla ik af de polder in. Een paar afslagen later zie ik op het kaartje van de Domdom dat de boerderij waar ik de bus even geparkeerd had mijn plaats van bestemming is. Geen wonder dat Domdommetje direct naar mijn huisadres wilde.
Ik rijd het erf op en als ik uitstap komt de boerin al naar buiten. “Je moet achter wezen. Rijd maar om de stal heen, hier is het geblokkeerd”. Inderdaad staat er een dikke tractor in de weg. Ik rijd rond de stal en stop bij mevrouw.
Ze heeft drie vangkooien. In twee ervan zit een kat. Mevrouw vertelt dat één van de kooien een slechte deur heeft. Die moet gerepareerd worden. De andere moet weer terug want nog niet alle katten zijn gevangen. Het gaat om een moederpoes met in totaal zeven kittens. Er zijn er al wat gevangen, maar nog niet allemaal.
Ik neem de beide kooien mee in de bus, voorzichtig met de kapotte, en rijd naar het asiel. Daar doe ik het verhaal. De katten worden ingenomen en ik krijg de goede kooi retour. Boerin had gezegd dat ik de kooi op hetzelfde plekje kon achterlaten, daar zou ze hem wel vinden. Zo gezegd zo gedaan. Ik kon weer naar huis.

03-02-26 12:15:10 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
2.4. Hondjes terug
Thuis aangekomen zet ik de bus aan de publieke lader en loop naar huis. Dat is maar goed honderd meter. Ik zet de koffie aan, de eerste bak (na die op het asiel) van vandaag. Als het ding nog staat te pruttelen gaat de telefoon. De honden bij de dierenarts zijn met een half uur klaar en kunnen dan terug naar het asiel. Het is van mij naar de dierenarts twintig minuten. Heb ik nog tien minuten voor de koffie.
Als ik kom aanrijden is collega al bezig, samen met één van de mensen van de dierenarts, om de honden in te laden. Zij was iets dichterbij net klaar met een andere melding. De laatste hond, nog suf van de verdoving, krijg ik mee.
Samen rijden we naar het asiel. Dit keer ben ik sneller, al scheelt het haast niets. Honden uitladen en klaar. De batterij van mijn elektrieke bus begint alweer angstwekkend laag te worden, iets van 80 km bereik. In de kou is de capaciteit van de batterij minder en verstook je meer voor de verwarming. Omdat ook de verwarming elektrisch is gaat dat af van het bereik. In de praktijk ga je van krap driehonderd kilometer vol bereik naar een goede tweehonderd. Bijna een derde verlies en dan is het nog niet eens écht koud.
Maar geen probleem. Bij het asiel om de hoek is een snellader. Pech. ID-kaartje wordt geweigerd. Dat is nu al de derde keer bij deze lader. Met andere laders heb ik geen probleem. Dan maar naar de volgende. Die zit aan de grote doorgaande weg bij een benzinepomp. Die doet het wel. Twintig minuten computerspelletjes spelen later heb ik weer dik tweehonderd kilometer bereik. Daar kunnen we wel mee toe als er verder geen gekke dingen gebeuren.

03-02-26 13:59:39 - Quote! - @Minion
Minion
Oudgediende


WMRindex: 100
OTindex: 27.239
Ik doneer maandelijks 5 euro aan Stichting Dierenlot.

04-02-26 11:24:31 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
@Minion: Van dat geld krijgen wij de bussen en de cursussen.

04-02-26 11:25:14 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
3. Gevleugeld koper
3.1. Kool of pimpel
Tijdens de eerste bak koffie gaat de telefoon. Centrale. In een dijkdorp in de andere regio zit een koolmees met een gebroken poot. Als ik kijk op ‘Maps hoe ver het rijden is blijkt dat het adres niet klopt. Ook de postcode is niet correct. Als ik de melder bel blijkt dat de naam van de weg verkeerd is opgenomen. Lijkt veel op elkaar. Begrijpelijke vergissing. Ik ga onderweg, eerst naar bijrijder.
Bijrijder staat net onder de douche, haar vriend neemt op. Er is geen haast bij, beestje zit in de schuur in een doos en bovendien is het al een oude melding die centrale doorgekregen had van haar collega. Ik vermoed van gisteravond.
Als ik bij bijrijder aankom is ze nog niet toonbaar. Eventjes wachten en een mok koffie gekregen van haar vriend. Dan gaan we onderweg. Omdat ruiten krabben en toonbaar maken toch wat tijd in beslag heeft genomen maar weer gebeld dat het wat later wordt. Mevrouw verteld dat het geen kapotte poot maar een kapotte vleugel is.
Als we bij het adres zijn is het even zoeken naar een plekje, alles staat vol. dan maar iets verderop half op het fietspad. Het is maar voor eventjes. Als we aan komen lopen staat mevrouw al voor de deur. We lopen mee achterom naar de schuur waar de mees bivakkeert.
Deur naar de schuur open en daar ligt het beestje. Naast de doos op z’n zij, zo dood als een pier. Ik raap het op en bijrijder identificeert het als een pimpelmees. Melder heeft haar best gedaan. Bakje met zaadjes en wat water staan in de doos. Meer kun je niet doen. Diertje heeft denkelijk te lang met die vleugel rond gehannest. Niet kunnen eten en dan is het al gauw einde oefening voor dergelijke diertjes. Het is, ook overdag, beneden het vriespunt.
We praten nog even met mevrouw over hoe en wat en gaan dan met het meesje naar een bosje vlak bij onze bus. Daar gooi ik het in de struiken. Teruggeven aan de natuur heet dat. We gaan weer terug naar huis.

05-02-26 12:02:12 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
3.2. Weer ‘s ‘n ander feugeltien
Ik ben net een kwartier thuis als de volgende melding binnenkomt. Weer een vogel. Wat voor één, de melder weet het niet. Wel weet de centrale te melden dat het om iemand met een zwaar buitenlands accent praat gaat. Als het niet hoger of breder wil stappen we over op Engels of Duits. In andere talen kan ik hooguit vloeken.
Weer de bijrijder opgehaald. Die belt vanuit de bus naar de melder om te vertellen wanneer of we er zullen zijn. Het Nederlands van de melder is passabel. Duidelijk accent maar voor de rest geen probleem. Het adres is in het stadje aan mijn kant van de rivier. Via de polder is korter, maar ik rijd toch maar over de grote weg. Met sneeuw en ijs ben ik maar liever voorzichtig.
Als we aankomen en schuin voor de deur de bus neerzetten komt mijnheer al in de deuropening. Vogel in een servetje in de handen, dood. Mijnheer verteld dat de vogel in de tijd die wij nodig hadden om het adres te bereiken was overleden.
Voor ons is het ook een raadsel wat voor vogel dit nu weer is. Bijrijder heeft op haar telefoontje een app waarmee je vogels kunt herkennen. Die app wordt in geweer gebracht en het programma geeft aan dat het een koperwiek moet zijn. Voor ons beiden de eerste keer dat we zo’n beest in de vingers hebben.
afbeelding
Mijnheer staat er een beetje schutterig bij. Weet niet wat hij met de situatie aan moet. Wij wel. We zeggen dat we voor het dier zullen zorgen, dan is mijnheer er vanaf. We lopen met de vogel terug naar bus.
Terugrijden toch maar via de polder, het lijkt er op dat ook daar de wegen behoorlijk berijdbaar zijn. Onderweg de bus aan de kant gezet en de vogel teruggegeven aan de natuur.

06-02-26 11:33:21 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
3.3. Zwaan op de weg
Een uurtje voor de buswissel komt weer wat binnen. Dit keer een zwaan, die, mogelijk gewond, er is bloed te zien, midden op de weg zit en niet aan de kant wil. Melder durft het dier niet aan te pakken maar blijft er wel bij wachten. Het is voor mij in het buitengebied achter de stad. De naam van de weg is gegeven, komende van de stad even na het brugje.
Goed. Ik kijk op ‘Maps. De naam van de weg was in eerste instantie verkeerd gegeven maar daar krijg ik van centrale een correctie op. Inmiddels zijn er al drie meldingen binnengekomen van diezelfde zwaan. Ik besluit eerst richting de stad te rijden, daar de grote verkeersbrug over en dan verder Domdommetje achterna. Kijken of ik dat brugje kan vinden.
En inderdaad, Domdommetje vindt de weg. Die sla ik in en kom daadwerkelijk over een brugje en goed honderd meter verder staat een auto met de alarmlichten aan. Dat moet de melder, één van de, zijn.
Dat klopt. Melder is een jonge man die zijn auto als blokkade voor de zwaan heeft gezet. Netjes. Hier in het buitengebied is er maar weinig verkeer, maar ook geen verlichting, het is inmiddels donker. Ook al is een zwaan wit, de kans bestaat dat hij te laat door een passerende automobilist wordt opgemerkt.
Ik zet de bus neer, flitsers en alarmlichten aan, en stap uit. Maak kennis met de melder die zijn verhaal vertelt. Zwaan zit alleen maar te blazen en gaat geen kant op. Ik loop op het dier toe en warempel, hij staat op en waggelt naar de berm.
Indachtig de melding dat het dier bebloed zou zijn wil ik het dier nader bekijken. Ik ga terug naar de bus en pak een net. Als ik op de zwaan toeloop om hem het net over de oren te trekken waggelt hij voor me uit naar de sloot, glijdt op het ijs, steekt de sloot over en loopt het weiland in. Onbereikbaar. Het weiland heeft aan minstens drie zijden een sloot en ik ga in deze situatie niet over dat ijs.
Maar het dier is actief genoeg om de mensen te ontlopen en ik zie verder geen mankementen, hoewel ik uiteraard niet de vleugels heb kunnen beoordelen. In overleg met de melder laten we het dier verder met rust.

07-02-26 12:34:30 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
3.4. Hondse perikelen
Onderweg naar de vorige melding is er weer eentje binnengekomen. In een dorp in de andere regio is er een loslopende hond gevonden. Het dier is door de melder naar huis genomen en is dus veilig. Ik toets het adres van de melder in de navigatie en bel op. Geef door dat ik onderweg ben en wanneer ik er zal zijn. Dan ga ik onderweg.
Om bij het adres te komen moet ik eerst via de binnenweggetjes naar de stad dan een stukje snelweg en dan weer de krikkemikken in. Als ik op de snelweg zit gaat de telefoon. De melder van de hond. De eigenaar is gevonden, mijn assistentie is niet langer nodig. Fijn dat hij de moeite neemt om dat door te geven en fijn voor de hond dat die weer bij z’n baas is.
Maar ondertussen is de batterij van de bus weer eens aan het leeg raken. Ik maak snel een schatting. Ik kan het redden tot de aflossing maar dan heb ik niet veel meer over. Vermoedelijk te weinig om de complete aflossing te doen. Van de aflosser naar mijn huis en weer terug is ruwweg 50 km en dan is de prik op. Dan maar via de stad, de bus aan de snellader hangen en de aflosser bellen dat het een half uurtje later wordt. Ik ben toch al te laat voor de normale aflossing.
Zo gezegd zo gedaan. Na een half uurtje heb ik weer ruim 200 km bereik, daar kan aflosser in ieder geval weer mee vooruit. Ik bel op dat ik er aan kom, van de lader naar de aflosser is het 10 minuten rijden, en als ik voor de deur stop staat aflosser al te wachten. Klaar.

09-02-26 12:48:39 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
4. Op de hoek van de straat
Anti NSB-liedje uit de 2e Wereldoorlog
4.1. ‘t Is geel en het vliegt
Iets voor de middag de eerste melding. Bij iemand was een gele parkiet komen aanvliegen. Ik dacht gelijk dat het wel een kanarie moest zijn, maar toen ik later op internet keek zag ik dat die beesten inderdaad bestaan. Het is dan een mutatie van de gewone grasparkiet, waarvan er meerdere varianten bestaan.
Goed. Met de huidige temperaturen, het is onder nul, zijn zowel parkieten als kanaries niet echt gebaat. We zullen het beestje dan ophalen en naar de daarvoor aangewezen opvang brengen. Ze hebben dan wel kortgeleden 82 duiven binnen gekregen, maar voor een parkietje is er altijd nog wel ruimte. Ik heb er nog nooit voor een dichte deur gestaan, met wat voor exotisch dier ik ook aan kwam zeulen.
Als ik net even voorbij halverwege ben gaat de telefoon. Centrale. Iemand is de gele parkiet bij de melder komen ophalen. Mijn assistentie is niet langer noodzakelijk. Bij de eerstvolgende benzinepomp slinger ik de bus in de rondte en ga weer op huis aan. Voor de rest van de dag blijft het rustig.

10-02-26 13:39:22 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
4.2. Haastig konijn
Even na achten ‘s avonds gaat de telefoon. Centrale. Die zit ergens mee. In een dorp buiten onze regio is een kat komen aanlopen met een klein konijntje in de bek. De kat bleef er nuchteren van en het konijntje werd liefdevol opgenomen. Beestje trilde over het hele lijf en er was wat bloed aan de linkerzijde van de kop te zien.
Dierenambulance gebeld. Die rijdt niet na zessen in die regio, aangrenzend aan de onze. Het is niet ver van de grote stad. Mensen zien het toch somber in voor het beestje en bellen verder. Zo komen ze bij ons terecht. Wij rijden voor voldoende serieuze gevallen wel 24/7.
Ik overleg met de centrale. Er zijn meerdere opties: de mensen kunnen het beestje zelf naar de opvang brengen, maar ja, wij kunnen niet met goed fatsoen Jan en Alleman over de nacht naar die opvang sturen. Wij worden wel geholpen maar het kan ze op de opvang ook teveel worden.
Een andere mogelijkheid is dat ze het diertje warm houden en de andere dag de reguliere dierenambulance bellen. Dat is eigenlijk de meest aangewezen weg. Maar tijdens het gesprek met de centrale krijg ik de indruk dat de melders het niet lekker zit. Waarom kan ik niet zeggen. Of het beestje is er inderdaad niet best aan toe of de melders zijn aan het overreageren.
Na wat heen en weer gepraat besluit ik toch maar te gaan. Als het niet voor het beestje is dan is het voor de mensen. Dat laatste is in meer dan de helft van de gevallen toch al het geval.
Het adres blijkt flink achteraf. Als ik stop op de aangegeven plaats is er een onverlicht huis zonder nummer, Langs een omheinde wei loopt een zandpad. Verderop aan het zandpad zie ik wel wat licht schijnen. Voor de rest is het stikdonker.
Ik zet de lamp van het mobieltje aan en loop daarmee in de richting van de verlichte bouwsels. Dat blijkt een collectie te zijn van meerdere huizen en schuren. Hier zijn wel huisnummers te ontwaren. Zowaar ook het nummer dat ik zoek. Terwijl ik aan het zoeken ben komen twee vrouwen uit de deur. Moeder en dochter, zo te zien. De melders.
We maken kennis en moeder vraagt of het lastig te vinden was. Ik zeg dat ik de bus aan het begin van het pad neergezet heb. Gezamenlijk lopen we naar een schuur. Dochter gaat voor en doet de deur open. Binnen een transportkooi met daarin het konijntje. Ik neem het over en bekijk het. Dochter toont de linkerkant van de kop. Daar zou bloed te zien zijn. Ik zie niks, maar dat kan ook aan mij liggen. Geeft niks. Bloed of niet, het beestje is véél te jong om zich alleen te redden en als de kat het heeft binnengebracht is het geen doen om het terug te brengen naar de moeder. Als die al te vinden is.
Ik zeg dat ik het beestje naar de opvang zal brengen. Dat wordt die in de grote stad. Ze zijn daarmee bekend. Dochter heeft er stage gelopen. Moeder spreekt haar waardering uit over het feit dat onze organisatie wel bij nacht en ontij komt opdraven. Tja, dat is een keus die de leiding maakt.
Dan neem ik afscheid en loop terug naar de bus. M’n ogen zijn inmiddels voldoende gewend en ik kan met het aanwezige strooilicht het pad vinden. Terug in de bus bel ik de opvang. Ik kan komen.
Bij de opvang bel ik aan. Beheerder komt naar de deur en inspecteert het konijntje. “Ah, een jonge haas, de eerste van het seizoen”. Beheerder neemt het beestje mee naar binnen en ik ga terug naar de bus, doe de administratie en rijd naar huis.

11-02-26 10:56:49 - Quote! - @Emmo
Emmo
Stamgast


WMRindex: 71.780
OTindex: 28.859
4.3. Misadres
Rond een uur of negen in de ochtend gaat de telefoon. Centrale. Er is een dode kat gevonden ergens in de polder. Er zijn twee straatnamen gegeven. Het dier zou liggen in de bocht die de verbinding vormt tussen die twee wegen. De ene weg is bij mij welbekend en de andere, daar heb ik wel een idee van in welke richting ik moet zoeken.
Voor alle zekerheid kijk ik van tevoren op ‘Maps. Daar zie ik dat het op een voor mij heel duidelijk punt is. Ik kom er vrij regelmatig voorbij. Daarmee ga ik onderweg. Fijn, die laagstaande zon in de ogen.
Eerst de hele polder door. Ik woon ten noorden en de plaats is meer naar het zuiden. Allemaal smalle 60 km weggetjes. Uitkijken met tegenliggers, af en toe moet je met de wielen in de berm. Maar dat is nou één keer zo.
Op de plek aangekomen zet ik de bus in de berm tussen weg en fietspad. Goed plekje, maar voor alle zekerheid toch maar de flitsers aan. Ik sta wel in een bocht. Ik stap uit, pak een bakje voor de kat en begin te zoeken.
Iets verderop is de chauffeur van een vrachtwagen bezig met snoeisel te laden. Hij roept me aan. “Zoek je een kat”? Ik beaam dat. Blijkt dat die kat wat verderop ligt in de richting waar ik vandaan kom. De chauffeur geeft aan dat het nog wel een stukje verderop is, voorbij het eerste dammetje.
Ik bedank de chauffeur voor de info, stap in de bus en rijd in de aangegeven richting. Voorbij het aangegeven dammetje is een soortement inham. Daar zet ik de bus neer. Flitsertjes weer aan en begin met het bakje in de hand weer te zoeken.
Dan stopt een autootje naast me. Een vrouw vraagt of ik een zwart-witte kat zoek. Dat klopt. Ik zoek een zwart-witte. “Die ligt een heel stuk verderop. Ik heb hem gisteren nog zien liggen. Ik weet precies waar ‘ie ligt. Ik rijd wel voor u uit”.
Ik loop terug naar de bus, stap in en rijd achter mevrouw aan. Een dikke kilometer verder zet zij de alarmlichten aan. Tegelijk zie ik inderdaad in de berm een zwart-witte kat liggen. We stoppen en mevrouw wijst. Ik zeg dat ik hem gezien heb. Ik bedank haar en zij rijdt verder. Het is de laatste dagen flink koud geweest en het dier is stijf bevroren. Voor de rest is ze nauwelijks beschadigd maar wel duidelijk een verkeersslachtoffer.
Chiplezer in de nek, niks. Zo in het buitengebied zou het ook wel een zeldzaamheid zijn als ‘ie wél gechipt zou zijn, maar je controleert toch. Ik maak de obligate foto en schrijf het rapportje. Dan doe ik kat in de bak en de bak in de bus. Op naar het asiel. Foto en rapport stuur ik naar de administratie.
Op het asiel zie ik dat de vriezer waarin de dode dieren bewaard worden gedurende de wettige bewaartermijn, 14 dagen, nagenoeg vol is. Het is door de week dus de milieustraat is open. Ik vraag bij de receptie of ze me helpen kunnen. Één van de aanwezigen gaat met me mee. Reden daarvoor is dat we zo min mogelijk fouten willen maken Daarom bij voorkeur vier ogen om te controleren of dode dieren inderdaad weg kunnen.
Samen halen we de vriezer leeg. Alles wat er korter in ligt dan 14 dagen blijft achter en de rest doen we in plastic zakken. Elk dier heeft een kopie van het rapport waarop de datum staat. Die kopieën gaan naar de administratie zodat de dieren uitgeschreven kunnen worden.
De plastic zakken draag ik naar de bus en dan rijd ik naar de milieustraat. Het betreft allemaal katten, kleine huisdieren kunnen we wegbrengen naar de milieustraat in de grote stad. Wide dieren moeten naar een faciliteit in de andere stad.
Op de milieustraat is het niet druk. Ik kan zo doorrijden. Dode dieren in de kadaverbakken, de lege plastic zakken gaan in de kliko die er naast staat. Ze willen de kadavers niet verontreinigd hebben met vreemd materiaal. Ik kan weer terug naar huis. Voor de rest van de dag blijft het rustig: geen meldingen meer gehad.

Je moet ingelogd zijn om te kunnen reageren!

[1]

WMRphp ver. 7.1 secs - Smalle versie - terug naar boven