hr
jaargang -25 - laatste artikel 26-6 12:00 - 77985 artikelen -

Home
Forum
Lid worden

Leden
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

Login onthouden

Login via:
Wachtwoord vergeten.

Het Forum

· [MED] Mededelingen
· [SUG] Suggesties
· [M&S] Moppen/Spelletjes
· [CUL] Kunst & Cultuur
· [OFT] Offtopic
· [G&C] Games & Computers
· [WMO] Wat me is overkomen
· [VDS] Vragen des levens
· [POL] Politiek
· [CON] Consumenten forum


Consumenten Forum, met welk bedrijf moet je wel/niet zaken doen


1 2 [3] 4

Dierenambulance 6

12-05-26 13:46:23
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
8.2. Gebroken roek
De roek of kraai is in onze eigen regio, aan de andere kant van de grote stad. Het is een bekend straat, een zijweg van de grote doorgaande allee. Van te voren bellen we naar de melder, we kunnen komen, ze zijn thuis.
Het blijkt een adres te zijn waar ik al eens eerder geweest ben, als ik me goed herinner voor een aangereden duif.
Ook hier wordt er vrijwel onmiddellijk opengedaan, ditmaal door een pubermeisje. Zij gaat ons voor naar de achtertuin, daar zit de roek, het is inderdaad een roek en geen kraai, in een kartonnen doos. Beest er uit halen en bekijken. Grote open wond onder de oksel van de rechtervleugel, maar voor de rest zo op het oog in orde.
We nemen het dier mee terug naar de bus. Daar komt net moeders aanlopen. Die was net de hond aan het uitlaten. Zij vertelt dat het dier hulpeloos op straat lag te spartelen en dat voorbijgangers het beest lieten liggen, on het motto: “Daar is toch niets meer aan te doen”. Misschien is dat zo, maar dan kun je zo’n beest allicht uit z’n lijden verlossen. Wij gaan in ieder geval met de roek naar de opvang om het te laten beoordelen. Op de opvang zijn ze meer deskundig dan wij.
Terug in de bus bellen we de opvang. “Kom maar door” zegt die, ik ben er nu toch, dan kan ik hem gelijk bekijken. Het is maar een kort stukje naar de opvang. Daar presenteren we de roek aan de beheerder.
Die bekijkt het dier en constateert dat de vleugel toch echt gebroken is. Véél te bewegelijk. Daar is niets meer aan te doen, die wordt ingeslapen.
Met de zwaluw nog in de bus rijden we naar de andere opvang. Daar aangekomen krijgen we te horen dat het diertje waarschijnlijk niets mankeert. Moet alleen op krachten komen. Hoe ze dat doen met een insecteneter als een zwaluw, daar mogen ze op de opvang het hoofd over breken. Wij gaan terug naar huis.

13-05-26 11:41:55
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
8.3. Zieke eekhoorn
In de middag krijgen we de volgende melding. Mensen hebben sinds twee dagen een egel in de achtertuin en dat dier eet de laatste dag niet. Beetje vraagtekens, maar de mensen bellen niet voor niets. Ze zullen het wel niet vertrouwen.
Chauffeur haalt me weer op en samen rijden we naar de egel, wederom in de andere regio. Onderweg krijgen we een nieuwe melding, ditmaal over een zieke eekhoorn die in de berm naast een bospad loopt te spartelen. Er is geen adres maar een kaartje met een positieaanduiding is bijgevoegd. De egel is veiliggesteld, de eekhoorn niet. Eerst maar naar de eekhoorn.
Op dat kaartje is met een beetje moeite de naam van een nabijgelegen weg te lezen. Goed, we hebben de naam van het dorp en een straatnaam. We volgen gewoon de weg totdat het kaartje overeenkomt met wat we op de navigator zien. Kind kan de was doen.
Dat blijkt toch wat genuanceerder. We rijden de hele weg af tot aan het dorp. Geen enkele overeenkomst te zien. Maar op het ontvangen kaartje staan wat waterpartijen, mogelijk een oude arm van de nabijgelegen rivier. Tussen die waterpartijen in een huis, een havezate, maar waarvan de naam helaas onleesbaar is.
Chauffeur rammelt de naam van het dorp en de term “havezate” in in het mobieltje en vindt daadwerkelijk een mogelijke bestemming. We keren de bus en rijden richting havezate. Tenminste, dat denken we. Blijkt dat we diametraal de verkeerde kant opgaan. Maar daar komen we pas achter als we een stuk verder zijn.
Maar uiteindelijk komen we in de buurt van de bewuste havezate. En warempel, ik begin overeenkomsten te zien tussen het ontvangen kaartje en het Domdommetje. Gevonden. Het pad waar de eekhoorn zou liggen is afgesloten met een slagboom, dus zetten we de bus neer op een parkeerterrein bij een woonhuis. In de tuin is een vrouw bezig en we vragen of we de bus daar zo lang mogen parkeren. Dat mag.
We lopen terug naar de slagboom en slaan het bospad in. Het kaartje is duidelijk genoeg. Melder had de plaats van de eekhoorn gemarkeerd met wat takken. Precies op de plek vinden we inderdaad die markering. Goed, nu de eekhoorn nog. Dat blijkt ook simpel want chauffeur gaat er zowat bovenop staan.
Het beestje is vrij levendig en probeert me te bijten. Zo kan chauffeur hem van achter beetpakken. In het meegebrachte bakje en klaar. Terug bij de bus tonen we de eekhoorn aan mevrouw en praten nog even.
Dan gaan we onderweg naar de opvang. Eerst die zieke eekhoorn maar wegbrengen want dat het beestje wat mankeert is wel duidelijk.
Bij de opvang neemt de beheerder, de vrijwilligers zijn al weg, de eekhoorn in ontvangst. In de couveuse en morgen maar eens kijken. Daarmee gaan we onderweg naar de egel.

Laatste edit 13-05-2026 11:42

15-05-26 15:51:11
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
8.4. Gevlooide egel
Dat gaan we niet redden met de hoeveelheid prik die er nog in de batterij zit. Eerst maar eens een snellader opzoeken. Op mijn privémobieltje heb ik een app waar vrij eenvoudig een nabijgelegen lader te vinden is. In een dorp iets verderop is een lader van voldoende kilowatjes. Mooi.
Niet zo mooi, de lader in kwestie is van een vervoersbedrijf en die heeft, op zondagmiddag laat, het hek dicht. Volgende, op hetzelfde industrieterrein, zit óók achter een hek. Een paar kilometer verderop in de goede richting is er weer één. Die is wel beschikbaar. Met nog voor 18 kilometer bereik sluiten we de bus aan.
We bellen naar de melder van de egel. Voicemail. Bericht ingesproken dat het wat later wordt. Als we weer een goede 100 kilometer bereik hebben rijden we verder. Dan gaat de telefoon. Centrale. Of we de melder al gebeld hadden. Jazeker, voicemail ingesproken. We proberen het nog een keer, maar weer die voicemail. Bellen naar de centrale dat we geen verbinding konden krijgen. Centrale zou het van zijn kant proberen.
Als we er zijn en aanbellen gebaart mevrouw de melder dat we achterom kunnen lopen. Dat doen we en via het tuinhek komen we in de achtertuin. Daar ligt in een kartonnen doos een kleine egel. Voorzien van water en voer, keurig verzorgd.
Mevrouw vertelt dat het beest aan het scharrelen was en dat ze hem wat kattenvoer gegeven had. Dat is prima. Maar een dag later liet ‘ie het voer staan en zag er niet zo best uit. Dat klopt, want zelfs voor een leek als ik is het duidelijk dat het dier het niet naar de zin heeft. Die gaat naar de speciale egel-opvang hier in de regio.
We bedanken mevrouw voor de goede zorgen voor de egel en gaan met de egel terug naar de bus. Daar bellen we de opvang. Beheerder was ergens anders bezig, maar als we zouden bellen als we er waren dan zou ze direct komen.
We rijden naar de opvang en net als ik de telefoon pak om te bellen komt de beheerder al aanlopen. Ze neemt het diertje in ontvangst en bekijkt het. Gewond aan de rechterzijde van de kop en ónder de vlooien. “Beest wordt bekant opgevreten door de vlooien” zegt de beheerder.
Beheerder maakt een spuit met pijnstiller klaar en injecteert. Eerst maar even kijken hoe het morgen met het dier gaat, dan doen we dan wel wat aan de vlooien. Daarmee wordt het dier met voer en water in een hok geparkeerd.
Beestje krabbelt overeind en begint gelijk te drinken. “Goed teken” zegt de beheerder. Waarschijnlijk doet de pijnstiller al z’n werk. We praten nog even en dan nemen we afscheid en gaan op weg naar de aflosser. Tegen de tijd dat we daar zijn, we moeten ook nog wat kilowatjes bijtanken anders zit de aflosser met een lege batterij, is het al na zevenen, de normale tijd om af te lossen.
We bellen dat we onderweg zijn en dat we eerst nog gaan bijladen. Nog steeds onderweg komt er alweer een melding door. Er is nabij het stadje aan mijn kant van de rivier een dode kat op de weg gezien, mogelijk met wat kittens er bij.
Dat is een spoedklus. Afhankelijk van de leeftijd van die kittens kan dat nog wel eens een interessante melding worden. De weg kennen we en de positie aanduiding is duidelijk.

16-05-26 16:16:41
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
8.5. Driemanschap
Als we aan komen rijden bij de aangegeven plaats is er niets te zien. Bus in de berm en zoeken. Al zoekende ziet chauffeur midden op de weg iets liggen, een tweehonderd meter verderop. We lopen er heen.
Er ligt inderdaad een dood beest op de weg. Dan zie ik in de berm een dode, aangereden, zwart-witte kat liggen. Ik ben nu dichtbij genoeg om het dier op de weg te herkennen. Het is een haas. Chauffeur loopt terug naar de bus en ik loop de weg op om de haas op te halen. Dan zie ik vlak bij de haas nog een dode marter liggen, helemaal platgereden, alleen de kop is nog herkenbaar. Goed, die gaat gelijk mee.
De kat in kwestie heeft geen vergrote tepels. Die heeft dus geen kittens. Waarschijnlijk heeft de melder in het voorbijrijden de boel verkeert geïnterpreteerd.
Als chauffeur met de bus aankomt leg ik de kat de chiplezer in de nek. Geen chip. Kat in een dode beesten bak. Die kan naar de vriezer bij het asiel. De beide andere dieren in een plastic zak. We overleggen even waar de haas en de marter heen te brengen.
Iets verderop is een zijwegje. Dat rijden we in en daar gooi ik de beide dieren tussen de brandnetels. Teruggegeven aan de natuur. Daar zijn de diverse aaseters weer goed voor.
We bellen de aflosser dat we nu toch écht gaan laden en dan naar hem toekomen. Hij zegt: “kom maar eerst naar mij toe dan gaan we met ons drietjes laden en gelijk een bak koffie doen. Bij de lader is een winkeltje met een koffiemachine.
Zo gezegd zo gedaan. Als we bij de aflosser aankomen, dat is maar een paar minuten later, staat hij al met drie bekers koffie te wachten. Mét koffie rijden we naar de snellader, dat is maar een paar honderd meter verder, zetten de bus aan de prik en nemen binnen nóg een bak koffie.
Een half uur later rijden we gedrieën naar mijn huis en stap ik uit. De dode kat die nog steeds aan boord ligt brengt de aflosser morgen wel naar de vriezer in het asiel.

23-05-26 00:23:30
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9. Katvangen
Katvanger (Bargoens): Stroman die formele faciliteiten overneemt voor een crimineel.
9.1. Gevangen kat
De eerste melding van de dag komt binnen ruim na de koffie. Die gaat over een kat die in een vangkooi gevangen is. Het is in de andere regio, we hebben er weer eens twee vandaag. De instructie is kat met kooi en al ophalen en naar het asiel brengen. Dan de kooi weer terugbrengen. Het is een privé kooi van de mensen zelf.
Normaal zetten we de kat over in een overzetkooi en brengen die naar het asiel. Dan hoeven we de kooi niet terug te brengen. Maar dit is een privé kooi waarvan we niet weten of die op de overzetkooi past. Met sommige modellen kun je geen overzetkooi gebruiken.
We komen uit op een industrieterrein. Zo op zondag is alles in diepe rust. We bellen de melder. “de kooi staat in een houten hokje tegenover het fietsenhok. Noch een houten hokje, noch een fietsenhok te zien. “We staan bij een blauwe container”. “Oh, dan ben je te ver doorgereden. Een stukkie terug, daar is het fietsenhok”.
We rijden een dertigtal meters achteruit en inderdaad, voor ons uit het zicht, achter een grote vrachtwagen, is er een fietsenhok met daartegenover een open houten schuurtje, meer een schuilhokje, eigenlijk. In dat schuilhokje kunnen we vanuit de bus de kooi al zien staan. Gevonden.
Ik stap uit, doek over de kooi om het dier zoveel mogelijk rustig te houden, kooi achterin de bus op de anti-slipmatjes en klaar. Ondertussen doet chauffeur de administratie. Die is tegenwoordig computergestuurd. Één van de medewerkers die handig is met computers heeft een routine in de browser geschreven die we alleen maar hoeven in te vullen. Er zitten wat haken en ogen aan maar dat is een kwestie van wennen.
Chauffeur keert de bus en we gaan onderweg naar het asiel. Daar aangekomen is het even zoeken naar de juiste medewerkster. Zo op zondag is een beperkte bezetting die constant van hot naar haar sjouwt en aldus lastig in de kladden te grijpen is. Maar als we de juiste persoon te pakken hebben loopt het vlot. Dierverzorgster haalt een collega en zet het dier over in één van de quarantaine kooien voor verwilderde katten. Het dier is best rustig en laat zich makkelijk sturen.
Wij krijgen de kooi weer in de handen gedrukt en gaan terug naar de plek waar we de kat hebben opgepikt. Kooi weer op hetzelfde plekje gezet waar we hem hebben aangetroffen en klaar. Terug naar huis.

23-05-26 13:31:11
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9.2. Op de kruising
De tweede melding van de dag gaat over een aangereden kat. Het dier zou nog leven. Chauffeur komt me weer ophalen. Ze heeft het adres al ingevoerd. Ze verwonderd zich. “Ergens ken ik de straatnaam, maar ik kan het zo gauw niet plaatsen”. Geen probleem, dat zien we vanzelf als we er zijn.
De route erheen is ietwat ongebruikelijk, maar we volgen Domdommetje in de overtuiging dat we vanzelf wel goed uit zullen komen. Er is een adres gegeven, met als toevoeging dat het dier op de kruising zou liggen.
Vijf minuten voor aankomst bel ik de melder. Die had daarom gevraagd. Hij was niet blijven wachten, onze aanrijtijd was in dit geval goed twintig minuten, maar wist te vertellen dat het dier het gras ingekropen was. Jammer dat melder er geen krat, emmer of iets in die geest over het dier had gezet. Als een kat het hoge gras is ingekropen is ‘ie moeilijk te vinden en nóg moeilijker te vangen.
Op de plaats des onheils aangekomen is er niets te zien. De kruising is eigenlijk de doorlopende weg met aan weerszijden een oprit naar een boerderij. Één van de boerderijen is het opgegeven huisnummer. We zitten dus goed.
Ik pak het grote net uit de bus en samen gaan we zoeken. Niets te vinden. Ook geen sporen op de weg. Inderdaad vrij hoog gras aan beide kanten, met aan één kant een soortement houtwal met struweel. Als het beest daarin gekropen is vinden we het nooit.
Terwijl we bezig zijn komt van één van de boerderijen een boer met een trekker aanrijden. We doen het verhaal. Boer wist van niets. We praten even en we vragen of hij een oogje in het zeil wil houden. Als hij van zijn overbuurman hoort of zelf een gewonde kat ziet, kan ‘ie ons bellen. Dat zou ‘ie doen.
Wij geven het op. Of het beest was alleen maar versuft en is weer bij zinnen gekomen of hij is zodanig gewond dat ‘ie, zoals katten doen, in een stil hoekje gekropen om daar te sterven. Voor ons is het alleen maar een vraagteken. We gaan terug naar huis.

30-05-26 10:57:36
Spotcatus
Erelid


WMRindex: 901
OTindex: 2.901
Vandaag een grasparkiet gezien op straat. Een man stond erbij en ik vroeg of hij hem aan het uitlaten was. Nee, dat bleek niet het geval. Die parkiet is blijkbaar ergens ontsnapt. Ik de dierenambulance bellen dus. Op dat moment lukte het niet om hem te vangen. Bijna een uur later lukte het een andere voorbijganger wel. Ik dus terugbellen en ze konden niet meteen komen. Het was druk. Er kwam net een stel aan en die zijn thuis een bakje gaan halen om hem in te doen. De man die hem gevangen had heeft hem mee naar huis genomen en de dierenambulance zal in de loop van de dag komen. Hopelijk wordt nog door de eigenaar ook gebeld zodat hij terug kan naar huis!

30-05-26 12:16:43
allone
Oudgediende


WMRindex: 55.167
OTindex: 98.553
@Spotcatus: 8O
Tegenwoordig behoren parkieten tot de ‘inheemse’ vogels.  ;)
Ik weet niet waar jij woont, maar in Amsterdam leven en vermenigvuldigen ze zich vrolijk buiten, geen kooitjes meer

30-05-26 12:45:28
Spotcatus
Erelid


WMRindex: 901
OTindex: 2.901
@allone: deze was tam. Dat kon je zien en ik kon hem redelijk benaderen. In Ede heb je ook nog geen kolonie parkieten. Als ze wild zijn dan zitten ze niet in het gras zielig te doen.

30-05-26 12:54:46
allone
Oudgediende


WMRindex: 55.167
OTindex: 98.553
@Spotcatus: ja 👍

30-05-26 19:01:05
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9.3. Mereltje, o mereltje wat zingt gij vroeg
Een nieuwe dag en nieuwe kansen. Het begint, in de woorden van de chauffeur, al vroeg. Voor mij wat minder wat ik liep al een uur te scharrelen. We spreken over half negen (in de pluralis majestatis).
De melding gaat over een jonge merel. Tja, het is de tijd van de jonge vogels, zo midden mei, en dan wil er nog wel eens eentje, gecontroleerd of ongecontroleerd, uit het nest mieteren. Hoort bij de natuur, jongen verlaten het nest en dat gaat niet altijd optimaal.
Normaal laat je zo’n beest zitten, bij voorkeur op een beschut plekje tegen de katten, en als ze het op een gillen zetten komen papa of mama vogel wel met een snavel vol met babyvoer. Maar in dit geval was het allemaal toch niet zo gegaan. Volgens de melder kwamen de ouders er niet bij en zat het beestje maar te piepen. Vandaar dat wij mochten opdraven.
Chauffeur komt me van huis ophalen en vertelt gelijk dat we ook nog een kraai bij ons hebben. Dat beest was gewond en wel door de vorige chauffeur opgehaald en die had door andere meldingen met meer prioriteit het dier niet naar de opvang gebracht. Bovendien was het al te laat. Behalve voor echte noodgevallen sluit de opvang om 18:00. Kraai mocht na de overdracht bij chauffeur overnachten. Toen chauffeur het beest overkreeg leek ‘ie er niet best aan toe: op z’n zij, altijd een slecht teken, en hier en daar wat bloed. Wij zijn als chauffeur en bijrijder niet speciaal deskundig en horen graag het oordeel van mensen die er meer van weten dan wij.
We halen de merel op van een huisadres. Chauffeur had wat moeite met file-parkeren en dat heb ik haar de rest van de dag onder de neus mogen wrijven. Als we eindelijk uitstappen staat een jong gezin, man, vrouw en een kleine meid, ons al op te wachten. Jonge merel hadden ze in een emmer op het aanrecht staan.
Beestje er uit gehaald. Die zag er niet best uit. Ik ben nu vijf jaar bij de dierenambulance en ofschoon mijn achtergrond totaal anders is krijg je in zo’n tijd toch wel een beetje idee van wat normaal is en wat niet. We praten even met de mensen en we beloven dat we het dier naar een opvang brengen en dat ‘ie daar nader bekeken zal worden. Wel geef ik aan dat ik het niet gunstig inzie voor het diertje. Maar beter pijnloos inslapen dat langdurig creperen.

31-05-26 12:28:58
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9.4. Te laat
Ondertussen hebben we alweer een melding van een jonge vogel te pakken die er, volgens de melder, óók niet zo best aan toe was. De kraai was over de nacht zodanig opgeknapt dat ‘ie praats begon te krijgen. Zo af en toe horen we hem achter in de bus krassen. Logistiek gezien was de beste volgorde op dat moment: eerst de kraai in het park laten vliegen, dan het vogeltje van de tweede melding ophalen en met beide beesten naar de opvang.
Dat liep anders. Eerst met de kraai naar het park, dat was drie keer struikelen. Bus neer gezet, box met kraai er uit en op een gunstig plekje de kraai uit de box gehaald. Dier ziet er vief uit. Op het gras zetten en: “Toe maar jongen, vliegen”. Kraai had er geen zin in en bleef rustig zitten. Ik pak het dier weer op en zet het op m’n arm. Beest blijft rustig zitten. Dan maar met geweld. Kraai fladdert een beetje maar weer niet de gewenste respons. Chauffeur probeert het ook een keer, maar lauw loenen.
Een aantal voorbijgangers die in het park aan het wandelen waren kijken belangstellend toe. “Die kraai is wel heel erg tam”. Eigenlijk niet, al lijkt het er wel op. Toch niet vliegen? Dan maar naar de opvang. Daar gaan we tenslotte toch heen.
Op naar het volgende adres. Hier is voor het huis ruim voldoende ruimte voor chauffeur om de bus te parkeren. Nog voor we uitstappen komt mevrouw al naar buiten, vogel op een servetje. Nadat ze de melding gedaan had was het diertje toch overleden.
Mevrouw vertelt dat er twee waren. Eentje kon voort en toen mevrouw het dier benaderde kwamen andere vogels om haar heen zwermen. Het leek wel die film “The Birds” van Alfred Hitchcock zei ze. Nou zal het niet precies zo als in die film zijn geweest, maar toch.
De tweede kon mevrouw zonder moeite oppakken. Nadat ze de melding gedaan had keek het diertje, volgens mevrouw, nog een keer omhoog en viel toen op de zij. Dood. Wij weten wel raad met een overleden dier en hebben het meegenomen. We komen altijd wel langs een rustig plekje waar we het kunnen teruggeven aan de natuur.
De volgende stop is de opvang. Ik bel tevoren op en zeg dat we een jonge merel hebben, waarschijnlijk rijp voor euthanasie, en een jonge kraai die niet kan vliegen. “Die kraai moet je direct weer terugbrengen naar waar hij gevonden is” zegt de opvang gedecideerd. “Dat soort dingen gebeurt vaak en de ouders komen er vanzelf bij”.
Voor ons is het probleem dat we niet weten waar het dier opgepikt is. Ik bel daarom de vorige chauffeur en die zou het adres opzoeken en naar mij doorsturen.
Maar met het zieke mereltje kunnen we komen. Beheerder had net een zwaan uitgezet en is onderweg naar de opvang. We komen zowat tegelijk aan op de opvang. Beheerder opent de deur en ik zet de box met het vogeltje op het aanrecht. Vrijwel direct was het al te zien: euthanasie is niet meer nodig. Overleden.
We praten nog even met de beheerder over de kraai. Inmiddels heb ik een appje binnen gekregen van de collega die het dier had opgepikt, we weten nu waar we heen moeten. Dan gaan we terug naar de bus en doen de administratie. Terwijl we daarmee bezig zijn gaat de telefoon: spoedmelding.

01-06-26 12:52:04
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9.5. Eendvogel
In de zogeheten muziekwijk is een eend aangereden. Dier leeft nog, maar melder kan er niet lang bijblijven omdat ze onderweg is naar de kerk. Het is voor ons vijf minuten rijden. Centrale zou dat doorgeven en chauffeur scheurt nog harder dan anders richting eend.
Als we de bocht om komen zijn we net met centrale in gesprek over de juiste plek van de eend. Maar dan zien we het al. Twee pubermeisje in zondagse jurkjes staan langs de kant van de weg en steken de hand op. Ietsje verder ligt een eend op de weg, zo dood als een pier. Daar was ná de melding nóg een auto overheen gereden.
Of de beide meisjes het volledig meegekregen hebben? Geen idee. Ze staan er vrij ver af en reageren vrij laconiek. Voor ons is het business as usual. Bakje uit de auto, overblijfselen van de eend er in en de rest, daar zijn de meeuwen goed voor. Die zaten al te wachten.
Dus hadden we nu drie dode beesten voor de natuur en één levende kraai. Eerst die maar eens vrijzetten. We hadden een adres, een speeltuintje in een moderne wijk. Niet ver. We rijden er binnendoor heen, makkelijk met Domdommetje.
Het adres is aan een pleintje en tussen de struiken door zie ik wat speeltoestellen. Dat moet het zijn. We stappen uit, kraai mee. In de schaduw naast een paar struiken zet ik de kraai in het gras. “Nu maar hard gillen, dan komen papa en mama vast wel met voer”. Kraai luistert niet, maar misschien is ‘ie nog een beetje confuus. Toen we uitstapten hoorden we duidelijk diverse kraaien krassen, dus alle vertrouwen dat het wel goed komt.
We stappen weer in en rijden naar een naar een bekend plekje waar we de dode vogels in de struiken kunnen deponeren. Terug naar de natuur. Dan rijden we via het buitengebied terug naar de stad. De batterij begint een beetje laag te worden en in deze tijd van het jaar met al die jonge vogels en ander gedierte wil je liefst een volle batterij. Bij de prikpomp zetten we de bus te laden en wij gaan het winkeltje binnen voor een bak koffie. Bij deze lader ben je met een half uur redelijk vol.

02-06-26 13:24:03
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9.6. Double trouble
Na twintig minuten laden en koffie gaat de telefoon. In één van de nieuwere wijken zijn twee vogeltjes uit het nest in de achtertuin gedonderd. Ouders komen er niet bij, misschien hebben die het opgegeven vanwege de alomtegenwoordige katten. Of anders is die achtertuin te nauw. Als oudervogels de jongen willen voeren hebben ze graag een ruime blik om zich heen, zodat ze gevaar zien aankomen.
Het is een beetje kruip-door-sluip-door in de wijk. We moeten helemaal achterin zijn, tegen de weilanden aan. Mooi plekje. We bellen aan en worden naar binnen geleid. Twee echtparen zijn aanwezig.
Beide vogeltjes zitten in een doos. Jonge spreeuwen, zo te zien, half in de veren, maar bij lange na niet geschikt om uitgezet te worden. Die hebben nog een tijdje ouderlijke zorg nodig. We praten met de aanwezigen.
De meest aangewezen weg is de beesten dicht in de buurt op de grond te zetten en de ouders hun gang te laten gaan. Echter de melders geven aan dat ze al twee dagen geen ouders hebben gezien. Lijkt ons stug. Daar zien de beestjes er véél te goed voor uit. Maar die katten, hè.
Na een beetje heen en weer praten besluiten we de beestjes toch maar mee te nemen. Voor hetzelfde geld hebben de melders gelijk en zijn de ouders aan hun stutten getrokken. En het gevaar van katten is natuurlijk altijd aanwezig.
Een ander, voor ons wat minder belangrijk, punt van overweging is een mogelijk slechte recensie op Facebook of zo. Dat gebeurt ook nog wel eens. Wij zijn er voor de beesten en niet voor de mensen. Als we niet doen wat de mensen voor juist achten krijgen we nog wel eens een slechte pers. Meestal omdat de mensen niet begrijpen, of willen begrijpen, hoe de natuur écht werkt. Om op National Geographic te zien hoe een groep hyena’s een nog levende zebra verscheurd is één ding, maar om in je eigen achtertuin te zien hoe een marter of een kat een jong vogeltje te grazen neemt is wat anders.
Terug in de bus krijgen we alweer de volgende melding.

03-06-26 16:27:07
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9.7. Gekatte duif
Die melding is voor de verandering in de andere regio. Tot nu toe zijn we alleen maar in onze eigen regio aan het krauten geweest. Het gaat over een gewonde duif. Goed, die twee dikzakken die we inmiddels in een bakje in de bus hebben houden het wel even uit, eerst maar die duif. Situatie beoordelen en als het nodig is alle drie tegelijk naar naar de opvang in de grote stad brengen.
We gaan onderweg. Ook hier komen de mensen al naar buiten als we de bus neerzetten. Gelukkig voor de chauffeur hoeven we hier niet file te parkeren.
De duif zit in een kartonnen doos op het aanrecht. Ik haal het dier er uit en bekijk het. Hij is niet echt vrolijk. Een oppervlakkige wond op de borstkas maar chauffeur ziet dat ‘ie op een vreemde manier z’n kop laat hangen. Daar is echt wat mis mee. Wond op de borst heb ik vaker gezien. Meestal het gevolg van een botsing met een draad. Maar waarom ‘ie dan de kop laat hangen, geen idee.
Maar voor ons is de situatie duidelijk. Die moet naar de opvang, net als de twee spreeuwen die we al in de bus hebben. We nemen afscheid en vertrekken.
Onderweg naar de opvang op een provinciale weg krijgen we een alarm over Flitsmeister: Dier op de weg. Inderdaad ligt in de berm een dode kat. We kunnen hier niet met goed fatsoen stoppen, bovendien zijn we al met een dubbele melding onderweg, dus rijden we door.
Bij de opvang worden de vogels bekeken. De beide jonge spreeuwen gieren van de honger maar voor de rest is er weinig mee aan de hand. Overeenkomstig met onze eigen, minder deskundige, observatie.
De duif is een andere kwestie. Die krijgt direct een pijnstiller toegediend en komt in een aparte kooi. Hij is gegrepen door een kat die niet goed heeft kunnen doorbijten aan de hals. Waarschijnlijk heeft één van de slagtanden een zenuw in de hals geraakt, vandaar dat het koppie blijft hangen. “Als die het maar redt”. Als we hiermee bezig zijn krijgen we een telefoontje. Centrale, volgende melding.

03-06-26 17:54:33
allone
Oudgediende


WMRindex: 55.167
OTindex: 98.553
Bestaat geduifte kat ook? (A)

04-06-26 14:08:13
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
@allone: Daar moet ik nog even over nadenken. Volgens overlevering bestaat er wel een geláársde kat.

04-06-26 14:09:22
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
9.8. Gezwollen tepels
Die melding gaat over een aangereden kat. Beest ligt dood in de berm. Na een beetje heen en weer gepraat met de centrale wordt het duidelijk dat het de kat betreft die we onderweg naar de opvang in de berm hebben zien liggen. Toen konden we er met goed fatsoen niet bijkomen, maar als we van de andere kant komen kunnen we een heel smal ventweggetje, niet veel meer dan een boerenpad, nemen en tot vlak bij de kat komen. Zoveel had ik in het voorbijrijden al wel gezien.
We gaan onderweg. We weten waar het is, dus makkelijk zoeken. We kijken nog even of die ventweg van onze kant te bereiken is, maar dat gaat niet. Ietsje doorrijden, de provinciale weg af en dan de eerste rechts, dat werkt wel. Het is een drukke provinciale weg waar tachtig of, niet zelden, nog meer gereden wordt. Als die ventweg er niet was geweest hadden we het aan de wegbeheerder moeten overlaten. Veiligheid voor alles.
Maar op die ventweg staan we prima. We stappen uit. Beest is flink beschadigd aan de kop maar voor de rest in orde. We kijken naar een chip, maar die is niet te vinden. Dan ziet chauffeur dat het dier gezwollen tepels heeft. Ze ziet er niet zwanger uit, dus misschien heeft ze ergens een nest met kittens. Hoe oud? Geen idee. Maar we staan midden in het bouwland. Die kittens kunnen in een radius van gemiddeld twee kilometer letterlijk overal zitten. Geen doen om ernaar te gaan zoeken.
Dode kat in een bakje en we rijden naar het asiel waar ze twee weken in de vriezer bewaard zal worden, tenzij ze herkend wordt en iemand haar komt ophalen. Kans is klein, maar je weet maar nooit.
We melden één en ander aan de centrale en gaan nadat we de kat hebben afgeleverd terug naar huis. Ergens tussen twee en drie zijn we er klaar mee.
Even voor zessen gaat weer de telefoon. Chauffeur aan de lijn. Die heeft een melding doorgekregen, maar omdat het al dicht tegen de tijd van overdracht is besluit chauffeur om de overdracht te vervroegen en samen met de aflosser die melding te doen. Zo doen we dat wel vaker. Bijzonder deze keer is de aard van de melding.
Die melding betreft een nest kittens, door de moeder verlaten, in de buurt van de weg waar we de dode kat hebben opgepikt. Gezien de positie kan het niet anders dan dat het de kittens van onze kat zijn.
Omdat ik ook gastgezin ben krijg ik via de groeps-app van de gastgezinnen de rest van het verhaal te horen. Het blijken vijf kittens van ongeveer twee weken, tussen de 200 en 250 gram per stuk, te zijn. Gelijk springt de noodprocedure voor verlaten kittens in werking en om 21:40 zie ik de laatste app waarin gemeld wordt dat alle vijf onderdak zijn bij gastgezinnen die ervaring hebben met dergelijk jong spul.
Rond 18:00 de eerste melding en goed 3½ uur later is alles in kannen en kruiken. Vlot werk van alle betrokkenen.

06-06-26 14:33:13
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
10. On the other side
Lied van Jimmy Fortune
10.1. Toch nog gevonden
Tegen half negen gaat de telefoon. De eerste melding van de dag. Een dode kat, waarschijnlijk aangereden. Het opgegeven adres is in een klein dijkdorpje voor ons aan de overkant van de rivier. Zoals gebruikelijk komt chauffeur me weer ophalen en samen rijden we naar het adres.
Eerst over de grote verkeersbrug, dan een grote draai en vervolgens over een grote dijk langs een nieuwe wijk van de stad. Dan bij het dorp waar we zijn moeten de smalle dijk. Chauffeur zegt dat ze hier nog niet eerder geweest is. Ik wel, maar ik rijd dan ook langer op de dierenambulance. Bovendien ging ik nog wel eens toeren met m’n vader toen die nog leefde.
Aan het eind van het dorp gaan we de dijk af, een zijweggetje in. Aan weerskanten wat huizen, afgewisseld met voormalige boerderijen. Bij het adres stoppen we. Niets gezien, maar misschien ligt ‘ie wat verder. Ik stap uit en ga zoeken. Chauffeur belt ondertussen met de melder voor nadere instructies.
Ik loop drie huizen ver en chauffeur loopt na het telefoongesprek de andere kant op. Geen van beiden vindt iets wat op een aangereden kat lijkt. Maar het telefoongesprek had wel wat opgeleverd. De melder had het over een fietspad en een reclame bord met een bepaald opschrift. Geen van beide is op ons stekkie te zien.
We stappen weer in en rijden verder tot aan de rondweg. Die heeft wél een fietspad er naast. Reclamebord is niet te zien. Wat er wel is, is een vrouw die haar hond aan het uitlaten is. Wij vragen, maar zij zegt dat ze geen dode kat gezien heeft. Maar het reclamebord kent ze wel. Dat staat 200 meter terug langs de kant van de rondweg.
Wij stappen in en rijden in de aangegeven richting. En inderdaad, tegenover het bewuste bord ligt een dode kat in de berm. Toch gevonden, en tegelijk is het misverstand met de positie-aanduiding duidelijk. Het weggetje waar we eerst waren heeft dezelfde naam als het dorp. De rondweg heeft zowel een naam als en N-nummer maar de meeste mensen kennen die naam niet. Het bewuste adres ligt precies tussen de beide wegen in, met een inrit naar beide kanten. We moesten dus niet in het dorp zijn maar ernaast aan de rondweg. Dankzij de vrouw met de hond en de extra instructies van de melder hadden we hem toch.
Chauffeur controleert of er een chip is, geen chip. Dan maar volgens de normale procedure naar het asiel. Daar zetten we het bakje met de kat in de vriezer, volgens de nieuwe procedure een nummertje er op, en klaar.
We gaan op huis aan.

07-06-26 23:19:56
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
10.2. Duif – kraai – kauw?
‘s Middags komt de volgende melding. Die gaat over een zwarte duif. Een zwarte duif? Dat zal wel een kraai wezen, of zo. Maar centrale duikt het internet in en vindt daadwerkelijk een foto van een zwarte duif. Die bestaan dus. Maar wat het zal blijken te zijn, dat zullen we wel zien als we er zijn.
Chauffeur haalt me weer op en we rijden naar het adres van de duif. Een vrij nieuw huis in een vrij nieuwe wijk. Van te voren opbellen dat we er aan zitten te komen, zoals we meestal doen. Als we aan komen rijden staat mevrouw al klaar.
Ze doet het verhaal. Beest zat al een tijdje op straat en viel om. Toen een buurman met een hond kwam aanlopen heeft ze het dier opgepakt en in een doos gedaan.
Ik licht de deksel van de doos en daar zit een nog behoorlijk jonge kraai. Geen duif. Goed, geeft niks. Maar het best is flink tierig en van verwondingen is niets te zien. Had mevrouw ook niet gemeld, overigens. We praten nog even met mevrouw en mijnheer, die ook aan kwam lopen.
Wat te doen? Indachtig het vorige verhaal van een jonge kraai (melding 9.3 t/m 9.5) eerst maar eens kijken of er andere kraaien in de omgeving zitten en of die reageren op de hulproep van het jong. Dus de kraai in het grasveld voor het huis zetten en een ruime afstand nemen. Even wachten, maar geen gekras en ook het jong blijft stil zitten. Als die zo blijft zit wordt ‘ie kattenvoer. Toch maar naar de opvang ermee.
Melder is het daar volledig mee eens en heeft nog een heel verhaal waar vooral chauffeur aandachtig naar luistert. Ik ben bezig met de kraai. Dan nemen we afscheid en rijden naar de opvang in de grote stad.
Daar worden we opgevangen door een kordate dame die de kraai uit de transportbak grist en zonder omwegen in een kooi bij een collega-kraai zet. “Heeft ‘ie nog een beetje aanspraak”. Daarmee zijn weer klaar. Chauffeur doet de administratie en ik maak de bak schoon. Dan rijden we weer naar huis.

08-06-26 23:34:04
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
10.3. Blij met een levende mus
Niet lang voor de overdracht is er weer een nieuwe melding. Over een gevallen vogel. Geen gevallen vrouw. Precieze toestand is onbekend. Is het een jonge vogel, welke soort et cetera, geen idee. Dus gaan we er op af.
Het adres is middenin een nieuwbouwwijk. Als we vrijwel voor het huis stoppen komen de mensen al naar buiten. Man, vrouw en drie vrij kleine kinderen. De jongste is van peuterleeftijd, de oudste een jaar of zeven.
De jongste staat bedremmeld te kijken en de oudste doet, geholpen door de ouders, het woord. Het blijkt een jonge mus. Kwiek en levendig, half in de veren. Per ongeluk uit het nest gekwakt. Erg hoog, tweeënhalf dek. Niet bij te komen, zelfs met een ladder wordt dat een probleem. Vader wijst waar het beestje vandaan gekomen moet zijn.
Goed, diertje is te jong om een reguliere uitvlieger te zijn. Die heeft op deze manier geen overlevingskansen. Bij de opvang komt meer van dat (te) jonge spul binnen, deze kan er vast nog wel bij. We praten nog even met de familie en laten de bus zien. Vogeltje voor alle zekerheid in de couveuse, we hebben tegenwoordig zo’n apparaat aan boord, en we gaan onderweg naar de grote stad, naar de opvang.
Als we musje hebben ingeleverd, beheerder zou hem ook direct in een couveuse plaatsen, kijken we op de klok en naar het resterende bereik van de bus. Oei. Gaan we dat nog redden, naar de snellader? Snel overleg. Als we de normale weg nemen komen we uit op -1 km restant bij aankomst. Maar we kunnen ook binnendoor. Dat scheelt ca. 6 km. Uiteindelijk, als we aan de snellader staan, hebben we nog voor 8 km prik aan boord. Het helpt als je voorzichtiger rijdt dan gebruikelijk. Maar ik denk wel dat we op dit gebied het record te pakken hebben.
Na het laden gaan we naar de aflosser. Daar komen we vrijwel precies op de gebruikelijke tijd aan.

09-06-26 07:26:22
allone
Oudgediende


WMRindex: 55.167
OTindex: 98.553
Wat leuk dat zelfs musjes ‘gered’ worden ok

09-06-26 16:48:00
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
@allone: We gaan voor álle dieren (behalve muggen).

09-06-26 16:48:05
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
10.4. Veel praats
Weer een nieuwe dag. Nog voor de koffie, zo tegen half negen, komt de eerste melding van de dag. Een vogeltje, waarschijnlijk uit het nest gevallen. Het is de tijd van het jaar. ‘t Is niet de eerste, dit seizoen, en het zal zéker niet de laatste zijn.
Zoals gebruikelijk haalt chauffeur me van huis. Eventjes overleg van “wat zou het zijn” en daarna over koetjes en kalfjes, die, zoals bekend mag worden verondersteld, niet tot onze doelgroep behoren. Boerderijdieren zijn voor een andere instantie, niet voor ons.
We hebben deze keer weer twee regio’s te bedienen. Zondag is een lastige dag voor veel vrijwilligers. Maar deze is toch in onze eigen regio, de stad. Als we aan komen rijden en de bus parkeren komt de melder al in de deuropening. Jong gezinnetje, drie vrij kleine kinderen.
Het vogeltje, inderdaad een nestverlater, zit in een doos. Wat het nou eigenlijk is, geen idee. Normaal zet je dit soort beestjes ergens tussen de struiken zodat de ouders de zorg kunnen voortzetten, maar naar het verhaal van de melders is dat wat lastig. Ze weten niet waar het nest zit. En zo’n beestje moet wel binnen schreeuwafstand van het nest uitgezet worden, anders vinden de ouders het niet. En dat wil je niet op je geweten hebben.
Dus: meenemen maar voor de opvang in de grote stad. De opvang hier in de stad doet niet aan dit soort grut, die adviseert gelijk om het toch maar uit te zetten. Bovendien heeft de opvang hier de capaciteit niet om dit soort vogeltjes te verzorgen. Die heb nagenoeg constant zorg nodig en dat kan deze opvang gewoon niet aan. In de grote stad hebben ze veel meer vrijwilligers die daar beter mee om kunnen gaan.
We rijden dan ook direct naar de grote stad. Onderweg heeft de kleine opduvel praats voor tien. Die sterft natuurlijk van de honger. Even volhouden, we zijn er zo, en dan krijg je het snaveltje wel volgedouwd.
Bij de opvang wordt de schreeuwlelijk geïnspecteerd. Op het eerste gezicht gewoon een gezonde jonge vogel, nog niet aan vliegen toe, maar dat scheelt weinig. Wat het is? Bij de opvang denken ze aan een groenling. Een vinkachtige die, indien volwassen, een geel-groen kleed heeft.

10-06-26 22:50:37
Emmo
Stamgast


WMRindex: 72.993
OTindex: 28.912
10.5. Van een hond naar de eendjes
De tweede melding betreft een hond, gevonden in het stadje aan onze kant van de rivier. Dat komt mooi uit, want er staat nog wat open van de vorige dag. Die openstaande is een nest jonge eendjes zonder ouders in een slootje in dezelfde plaats. Gisteren heeft de dienstdoende collega er twee kunnen vangen, maar er zouden nog vijf over zijn die in het riet verdwenen en vervolgens onvindbaar waren. Wij krijgen het verzoek om te gaan kijken of we ze dit keer, met beter licht, toch kunnen vinden.
Goed, doen we. Onderweg door de polder krijgen we het bericht dat de eigenaar van de hond gelokaliseerd is. Daar hoeven we niet meer naar toe. Maar we rijden verder, naar de eendjes.
We komen aan in een nieuwere wijk. In eerste instantie geen sloot te zien. We zetten de bus neer op een vrij plekje en lopen een steegje tussen de huizen door. En daar, achter de huizen, is inderdaad een behoorlijke sloot. Een vrij steile wallenkant, omzoomd met riet. Dat is natuurlijk het riet waar de beestjes ingevlucht zijn.
We lopen wat heen en weer. Wel twee nesten met meerkoeten, maar geen eenden te zien. Op een geven moment sla ik alarm, maar wordt direct door de chauffeur gecorrigeerd: Dat zijn geen eenden. Eenden zijn niet zwart. Dat zijn jonge meerkoeten.
We lopen via een dammetje naar de andere kant van de sloot, maar ook vanuit dat gezichtspunt zijn er geen jonge eenden te bekennen. Wel vinden we de plek waar onze collega in zijn onderbroek te water is gegaan op jacht naar die beestjes. Hij wist niet dat achterin de bus een waadpak ligt. Niet goed opgelet bij de introductie, of anders al weer vergeten. Dan weet ‘ie het nu.
Wij geven het op. We melden onze vergeefse zoektocht aan de centrale en gaan weer op huis aan. Net op dat moment komt de volgende melding alweer binnen.

Je moet ingelogd zijn om te kunnen reageren!

1 2 [3] 4

WMRphp ver. 7.1 secs - Smalle versie - terug naar boven