hr
jaargang -25 - laatste artikel 6-8 12:00 - 78229 artikelen -

Home
Forum
Lid worden

Leden
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:

Login onthouden

Login via:
Wachtwoord vergeten.

Het Forum

· [MED] Mededelingen
· [SUG] Suggesties
· [M&S] Moppen/Spelletjes
· [CUL] Kunst & Cultuur
· [OFT] Offtopic
· [G&C] Games & Computers
· [WMO] Wat me is overkomen
· [VDS] Vragen des levens
· [POL] Politiek
· [CON] Consumenten forum


Consumenten Forum, met welk bedrijf moet je wel/niet zaken doen


1 2 3 [4] 5

Dierenambulance 6

11-06-26 13:28:17
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
10.6. Schreeuwlelijk in een flat
Die nieuwe melding gaat over een vogel die in een appartementencomplex een zodanige herrie loopt te maken dat de bewoners geen oog dicht doen. En dat al twee dagen lang. We kijken elkaar aan. Dat moet dan wel een héél erge schreeuwlelijk zijn. Goed. We gaan die kant op en dan zullen we het wel zien.
Het adres blijkt een appartementencomplex nabij een ijsbaan. Met de huidige temperaturen is dat een groot grasveld. We zetten de bus neer en stappen uit. Een aantal bewoners, oudere mensen, staan ons al op te wachten.
We worden binnengelaten. Het complex blijkt in een vierkant gebouwd, met een groot atrium in het midden. Aan één zijde is een grote glaswand met open deuren. Daar trippelt een jonge scholekster. Dat is de boosdoener. Hij is nog zo jong dat hij niet kan vliegen, maar lopen kan ‘ie als de beste.
Beestje rent voor me uit langs een grote bloembak die in het midden van het atrium staat. Ik vraag chauffeur om om te lopen, zodat we het beest kunnen insluiten. Appartementen aan ‘’en kant, bloembak aan de andere. Chauffeur van achteren en ik van voor.
Dat gaat boven verwachting goed. Scholekster probeert tussen appartementen en mij te vluchten, maar met één zwiep van het meegebrachte schepnet heb ik hem te pakken. Chauffeur brengt een transportbox type bovenlader. Beest erin en klaar.
Niet helemaal. Wat te doen met een jonge, ogenschijnlijk gezonde, scholekster? We praten met de bewoners. Die vertellen dat er boven het atrium, open van boven, een vogel aan het rondvliegen is. Naar de beschrijving óók een scholekster.
Prima. Tien tegen één is de jonge scholekster van het dak in het atrium gevallen en probeert nu op het harde beton met z’n snavel wormpjes en insecten te zoeken. Vandaar die herrie. Het galmt flink in dat atrium. Vader en moeder scholekster proberen hu kroost te helpen maar durven niet naar beneden te komen. Dat is ze waarschijnlijk toch te benauwd.
In overleg met de bewoners, die vol bewondering waren over ons kordate (meer geluk dan toeval, niet verder vertellen) optreden waren het beestje naar buiten gebracht. Losgelaten naast de ijsbaan. Een minuutje later komt vader of moeder scholekster van het dak naar beneden vliegen en gat op de ijsbaan naar wurmpjes zoeken. Dat komt vast goed.
Eerst maar eens de bus opladen en tegelijk een mok koffie naar binnen slaan. Dan naar huis.

12-06-26 12:52:03
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
10.7. Jonge buizerd en een specht
Tegen vieren in de middag komt een volgende melding. Een buizerd met een hangende vleugel. Deze melding is in de andere regio. We zijn nog maar net onderweg en er komt alwéér een melding door. Dit keer een specht, óók met een hangende vleugel. Kort overleg over de te volgen route. Conclusie: eerst de buizerd, dan de specht en dan, indien nodig, samen naar de opvang.
De buizerd bivakkeert in het buitengebied, op een omgebouwde boerderij. Wij staan te stunten met het hekje, “hoe gaat dat kreng open?” als de melder al naar buiten komt met de buizerd in een doos. Chauffeur pakt het dier uit de doos en bekijkt het. Het is een jong dier. Gelukkig maar, want hij heeft nog niet veel kracht in de klauwen. Chauffeur had geen handschoenen aan.
Zo oppervlakkig is er weinig aan te zien, maar er is toch een lichte beschadiging aan de linkervleugel. Jong dier, beschadigde vleugel, dat is toch echt een kandidaat voor de opvang. Hij is niet in staat z’n eigen voedsel te zoeken en in deze toestand verwachten we ook niet dat de ouders genegen zijn te helpen.
Buizerd gaat in één van de grotere transportboxen, nemen afscheid van de melder en gaan verder naar de specht. Als we komen aanrijden loodst Domdommetje ons een doodlopend pad in op een kruising tussen een camping en een bungalowpark met chalets en vaste stacaravans.
We lopen wat heen en weer op zoek naar het juiste huisnummer, maar dat is niet te vinden. We komen langs een soortement chalet waar een man staat te barbecueën. Wij vragen. Mijnheer is heen behulpzaam maar weet het ook niet. Kan het op internet, Google Maps, ook niet vinden.
We lopen weer terug en ik loop een stukje richting rivier die vlak langs het park loopt. Bij de stuw is wat volk bezig. Ik vraag weer en de eigenaar of huurder van het nabijgelegen huisje wijst in de richting van de weg die we volgens hem hebben moeten. We stappen in de bus en rijden die kant op. De weg hebben we nu gevonden. Nu het huisnummer nog. De nummering is volstrekt onoverzichtelijk en veel gebouwen hebben geen nummer.
We zetten de bus weer neer, chauffeur loopt de ene kant op en ik de andere. Ik loop door tot het begin van de weg en vind niets. Dan hoor ik chauffeur roepen. Zij heeft het gevonden. Een cafeetje met een terras waar drie oudere mannen in het zonnetje zitten. Één van de mannen, de melder, loopt naar binnen en haalt de specht, die zo lang in een doos geplaatst is.
Als we de doos openmaken ligt het dier op de rug. Het is een jonge specht, maar ook daarvan mag je verwachten dat ‘ie op de poten kan staan. Totdat melder vertelt dat ‘ie met een knal tegen het raam was gevlogen. Misschien heeft ‘ie daar wat van overgehouden. Hersenschudding of zoiets. Beest zit redelijk in de veren en kan behoorlijk fladderen, al komt ‘ie niet van de grond.
Ook deze doen we in een, wat kleinere, transportbox. Beest fladdert wat en de ene keer staat ‘ie op de poten en drie tellen later ligt ‘ie weer op de rug. Gek beest. Maar daar mogen ze op de opvang zich druk over maken. We bellen de opvang. Er is niemand thuis, maar we kunnen de beesten in de witte schuur plaatsen. De witte schuur is voor quarantaine en eerste opvang.
Op de opvang zetten we de buizerd in één van de kooien. Specht komt in een kleinere kooi en gaat gelijk weer op z’n rug liggen. Beheerder komt met een goed uur wel langs en dan kan die er naar kijken.

18-06-26 10:44:22
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
10.8. Piepjonge weet-ik-veel
Net toe we weg wilden rijden bij de opvang komt er weer een melding door. Jong vogeltje, mogelijk een mus, op straat aangetroffen maar nest niet gelokaliseerd. Goed, we zitten met de prik voor de bus en de overdracht.
Gezien het adres van het vogeltje besluiten we, ook in overleg met centrale en aflosser, dat we eerst naar het vogeltje gaan en dan afhankelijk van de situatie, eerst het vogeltje naar de opvang brengen of anders bus laden, overdracht doen en dán het vogeltje afhandelen. Dat mag in dat geval de aflosser doen.
Centrale had een vrij uitgebreid gesprek gehad met de melder, die niet wist wat hij er mee aan moest. Volgens melder had het beestje honger. Niet ongebruikelijk met jonge vogels. Advies van centrale was, als het inderdaad een mus betrof, pieren voeren. Melder: “Een hele pier is te groot voor het beestje”. Centrale “Dan de pier in stukjes knippen”. Die conversatie kregen we in geuren en kleuren van de centrale te horen, compleet met, niet publicitair, commentaar van de centrale.
We komen bij het adres aan. Een jong gezinnetje, man, vrouw en een peutertje. Mijnheer de melder is inderdaad pieren gaan steken en heeft het beestje stukjes pier gevoerd. Knap werk. Op het aanrecht een mes, een pincet en stukjes pier op een snijplank, vogeltje in een doos ernaast.
Vogeltje is compleet kaal, nog geen donsje te bekennen. Goed beschouwd een wonder dat het nog leeft. Maar goed beschouwd, met zoiets kunnen we, en ook de opvang, niets. De verzorging van zo’n piepjong beestje is te intensief en te bewerkelijk.
Maar dat kunnen we menselijkerwijs niet aan de melder vertellen. We bedanken hem voor de goede zorgen en vertellen dat we er voor zullen zorgen. Hoe, dat zeggen we er niet bij, dat weten we zelf nog niet eens. Mijnheer heeft erg zijn best gedaan en dat mag best gewaardeerd worden.
Terug in de bus leggen we het beestje in de couveuse en rijden naar de oplader. Onderwijl hebben we de aflosser ook al ingeseind. Die woont op loopafstand van de lader en komt, als wij tijdens het laden aan de koffie zitten, aanzetten.
We vertellen het verhaal en als de bus vol is, een kwartiertje later, laten we het diertje in de couveuse zien. Amper zichtbaar op de handdoek die we in de couveuse hebben liggen. We dragen het beestje over aan de aflosser, Ik wordt thuisgebracht en chauffeur en aflosser gaan verder.
Hoe het verder met het beestje is afgelopen heb ik later niet meer meegekregen.

19-06-26 14:35:54
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
11. Stinkend als een beer
11.1. Ziek, zwak en misselijk
Vrij laat in de ochtend komt de eerste melding van de dag. Volgens zeggen een gewonde kat die door de meer was gevonden en in huis genomen. Melder is niet thuis wegens sociale verplichtingen maar had op een beschreven plek de sleutel neergelegd. We kunnen met de sleutel het huis binnen. De kat zou op een handdoek in het halletje liggen.
Goed. Onderweg filosoferen we even over veiligheid en privacy, maar we concluderen dat melder voldoende goed van vertrouwen is. Het adres is in een wat nieuwere wijk met een ontzettende kruip-door-sluip-door toerit. Helemaal aan het einde moeten we zijn.
Bus neerzetten en de huizen tellen. Nummering is in orde en op de beschreven plaats vinden we de sleutel. De deur open, voorzichtig om te voorkomen dat een eventuele kat aan de haal gaat, en daar in het halletje ligt een handdoek. Geen kat.
Verlichting in de hal is niet zo best en het ligt bovendien vol met kinderlaarsjes en meer van dat spul. Bijlichten helpt. Het blijkt een egaal donkergrijze kat te zijn die zich onder het schoenenrek verstopt. Blazen als een gek en met de klauwen hoog.
Uit voorzorg had ik al handschoen aangedaan. Kat klauwt me in de handschoen en zo trek ik hem (het blijkt later een kater te zijn) onder het rek vandaan. Chauffeur opent de transportbak ik ik drapeer hem in de bak. In aanmerking genomen dat ‘ie zo te keer gaat is ‘ie makkelijk in de bak te plaatsen. Hij heeft ook geen intentie om er uit te springen. Teken dat het dier er toch niet zo best aan toe is. Bovendien ruikt ‘ie op een manier dat een gewone kat niet ruikt. Kort gezegd: hij stinkt. Ook geen goed teken.
Als we weer naar buiten stappen horen we een vrouwenstem over de intercom van de deurbel praten. Het is de melder die via de camera in de bel één en ander waargenomen heeft. We praten even met mevrouw en gaan dan naar de bus.
Daar controleren we of er een chip aanwezig is. Geen chip. Indachtig voorgaande ervaringen besluiten we eerst bij het asiel langs te gaan en daar advies in te winnen. Voor ons is het dier een vraagteken en advies op het asiel is goedkoper dan van een dierenarts. Daar kunnen we altijd nog naar toe.
Op het asiel trekt de dienstdoende dierverzorger eerst dikke lashandschoenen aan en bekijkt het dier. Dierverzorger weet het ook niet, oppert een aantal mogelijkheden en vraagt telefonisch advies aan haar chef. Uiteindelijk wordt besloten het dier toch maar naar een dierenarts te brengen. Dienstdoende dierenarts, het is zondag vandaag, wordt opgebeld en we kunnen langskomen.
De dierenarts zit in een dorp op twintig minuten rijden. Als we daar aankomen zit de arts al te wachten. Als we de transportbak openmaken en het dier er uit willen halen springt hij uit de bak en zet hem op een lopen. Niet ver, want één van de regels van een dierenartsenpraktijk is dat je altijd de deur dichtdoet. Je weet maar nooit.
Kat verstopt zich achter een bureau. Ik op de knibbels erbij en grijp hem weer in de kladden. Op de behandeltafel en plat drukken. Zo kan de arts in ieder geval iets doen. Hart en longen lijken goed. Beest is sterk vermagerd en ademt een beetje moeilijk waardoor de arts aan een mogelijke niesziekte moet denken. Zeker is dat niet zonder nader onderzoek. En dat gaat niet want daar is het dier te bewegelijk voor. Echt onderzoek kan alleen onder narcose, volgens de arts. Ook ziet zij dat het dier geen ondergebit meer heeft. Dat is, hoogstwaarschijnlijk door een andere arts, verwijderd.
Conclusie is dan ook dat het toch een tamme kat is die mogelijk de eigenaar is kwijtgeraakt. Maar zonder verder onderzoek kan de arts weinig doen. Haar advies is dan ook om hem terug te brengen naar het asiel en daar een tijdlang in observatie te houden.
Wij terug naar het asiel. Dezelfde dierverzorger neemt het dier in ontvangst met de bemerking dat de arts het dier wel héél vluchtig heeft onderzocht. “Dat hadden we hier ook wel kunnen doen”. Niet gezegd maar wel gedacht: “Waarom heb je dat dan niet gedaan”? Goed, het dier wordt onder observatie gehouden en de andere dag zullen we wel zien hoe er mee gaat.
Ondertussen is de batterij van de bus al weer aardig leeg, vandaar dat we weer even aan de laadpaal gaan. Tegelijk een bak koffie gedaan. Onderweg naar huis gaat de telefoon. Nieuwe melding.

20-06-26 11:07:17
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
11.2. Uitgezet
Die nieuwe melding gaat over een vogeltje dat bij een plaatselijke hamburgertent op de rug liggend is aangetroffen. Op het moment dat de melding binnenkomt kunnen we nog makkelijk deviëren. We gaan dan ook via de snelste route richting vogeltje.
Het parkeerterreintje tegenover de hamburgertent staat vol, tenminste, de vrije plekken zijn te smal voor de vrij brede bus. Dus rijden we iets verder tot de parkeerplaats van de meubelboulevard. Dat scheelt misschien 20 meter en dat kunnen we nog wel lopen.
We gaan naar binnen, even kijken waar we moeten zijn, ik ben hier voor het eerst en volgens mij chauffeur ook, en dan zien we de toonbank. Door een man erachter worden we naar achteren geleid, naar de kombuis. Daar is, afgescheiden, een kantoortje annex opberghok.
In dat kantoortje resideert het vogeltje. Vogel uit de doos. Het blijkt een jonge mus, zo goed als vliegvaardig. Het vermoeden is dat ‘ie bij zijn eerste vliegpogingen op de rug is beland en toen gevonden. We zien niets mis met het beestje, behalve dan dat ‘ie nog aardig jong is.
Beestje in de meegebrachte bak, mensen bedankt voor de melding en wij terug naar de bus. Daar bellen we de opvang. Opvang zegt dat als ‘ie al goed in de veren zit we hem rustig vrij kunnen laten. Dan vindt ‘ie z’n weg wel.
Zo gezegd zo gedaan. In de struikjes naast de parkeerplaats het beestje uit de box gehaald en tussen de struiken gezet. In no time verdween het beestje tussen de groeisels. Klaar.

29-06-26 13:18:27
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
11.3. Kale kop
Net als ik de koffiemachine wil aanslingeren gaat de telefoon. De eerste melding van de dag. De melding was over een vogeltje dat een tik van een auto had gehad en verdwaasd op de weg was blijven zitten. Melder had het dier opgepakt en mee naar huis genomen.
Chauffeur komt me ophalen en we gaan onderweg. Het adres is voor ons aan de andere kant van de stad, bij het industrieterrein. Mevrouw heeft het dier in een doosje onder de carport gezet. Ze moet naar de kerk maar we kunnen het dier zo ophalen.
Als we de straat inrijden zijn het gewone, alleenstaande huizen. Even zoeken nar het juiste huisnummer. Het nummer dat we hebben moeten staat ietsje landinwaarts en is verscholen achter dik struweel.
Maar voor de rest klopt het als een zwerende vinger. Als ik de oprit op loop zie ik op een tafeltje een kartonnen doos met een dikke steen er bovenop. Gevonden. Ik open de doos voorzichtig en tezelfdertijd komt er een stem vanachter de tuindeur. Mijnheer blijkt wel thuis te zijn.
Ik haal de vogel uit de doos. Een jonge kauw met een kale plek op de kop. Het lijkt mij dat ‘ie eerder door een andere vogel te grazen is genomen dan dat ‘ie een tik van een auto gehad heeft. In ieder geval is hij aardig levendig. Dat maakt het een twijfelgeval, tenminste voor ons.
Die kale plek lijkt me niet ernstig. Het ziet er gek uit maar dat is ook alles. Het dier is levendig. Ik denk aan uitzetten, maar het probleem is waar. Mevrouw de melder heeft het dier op straat gevonden maar is niet aanwezig om aan te geven waar ze het dier gevonden heeft. Mijnheer weet van niets, alleen dat z’n eega met een vogel thuiskwam.
Dan toch maar naar de opvang. Maar ondertussen is er alweer een melding binnengekomen.

30-06-26 11:26:42
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
11.4. Meeuwen op ‘t platje
Die nieuwe melding gaat over twee jonge meeuwen die op een balkon verzeild zijn geraakt en er niet meer vanaf komen. Omdat die kauw het nog wel even uithoudt besluiten we eerst naar de meeuwen te gaan. De melder zou een oudere man zijn en hoe eerder die van die krijsbeesten af is hoe beter.
We gaan onderweg en ik bel naar de melder om te zeggen dat we er aan komen. Mijnheer neemt op en zegt dat hij met de auto onderweg is maar dat ‘ie met vijf minuten thuis is. Dat is ook onze ETA (Estimated Time of Arrival). We zullen elkaar wel voor de deur ontmoeten.
Het adres is binnen de binnenste ring van de binnenstad. Het oude, middeleeuwse, gedeelte. Die straatjes zijn véél te nauw voor de dikke bus, we zetten die dan ook op een invalidenplaats aan de gracht. Die was tenminste vrij. De rest was, zo dicht bij de kerk op zondag, allemaal bezet.
Als we uitstappen komt er een oude man met een enorme baard aanlopen. De melder. Die was de laatste paar honderd meter achter ons aangereden. We maken kennis en hij gaat ons voor naar zijn huis. Dat blijkt een winkeltje annex atelier te zijn voor schilderijen en glas in lood. “Allemaal eigen werk”, aldus mijnheer.
We gaan het winkeltje in en volgen mijnheer naar achteren en de smalle trap ophoog naar het balkon waar de meeuwen zitten. Daar wordt de situatie duidelijk, ik heb dat al eens eerder meegemaakt (Boek 4, melding 9.1: Meeuw op ‘t balkon). Het balkonnetje is véél te klein voor de ouders om daar hun jong te voeren. Die ouders cirkelen luid krijsend boven ons.
Ook hier is het de vraag waar we deze jonge beesten het best kunnen plaatsen. Ik vraag mijnheer of er vlakbij een plat dak is waar we op kunnen komen. Dat is er. Ik grijp één van de meeuwen in de kladden. Dan gaan we weer een dek hoger waar nog een balkonnetje is, ik met de gevangen meeuw in de handen. Naast dat balkonnetje is een plat dak op ongeveer twee meter hoog. Net even te hoog om er op te klimmen. Chauffeur komt al achter me aan met een keukentrap, maar dat is niet nodig. Ik zwiep de jonge meeuw met een zwaai op het platje. “Gaat dat zo makkelijk”? vraagt mijnheer.
Zo kan dat inderdaad. De vogel zit dik in de veren en raakt daardoor niet beschadigd. Bovendien fladdert hij met de vleugels om de val te breken, die toch al niet hoog is. Ik gooi het dier niet hoger dan nodig is dus meer dan een centimeter of twintig valt ‘ie niet.
We gaan terug de trap af voor nummer twee. Die heeft zich achter een kast verstopt. Ik jaag hem er achter weg met de stok van ons net en chauffeur verhindert dat ‘ie weer terug achter de kast duikt. Dan kan ik hem met de hand pakken. Die is het daar niet mee eens en pikt me venijnig in de onderarm. Maar dat hoort er bij.
Nummer twee krijgt dezelfde behandeling als zijn voorganger: zwiep het platje op en klaar. Daar kunnen pa en moe meeuw in alle rust hun kroost verzorgen. We praten nog even met mijnheer en dan gaan we terug naar de bus om de kauw naar de opvang te brengen. Opvang sputtert wat tegen: jonge beesten moeten je uitzetten bij het nest en die kale kop is niet erg, dat komt vaker voor. Punt is natuurlijk dat we niet weten waar dat nest is.
Dan kunnen we doorkomen. De beheerder is op de opvang bezig de schade van de de afgelopen nacht op te ruimen. Afgelopen nacht is er een flinke donderbui overheen gekomen. Op de opvang praten we nog even met de beheerder. Die kale komt komt omdat deze vogels vaak in nauwe plekken broeden, zoals schoorstenen. Om er uit te komen schuren ze de veren van de kop. Gebeurt vaak en groeit vanzelf weer aan. Weer wat geleerd. Daarmee gaan we op huis aan. Eerst even de bus aan de lader want de prik is weer laag.

01-07-26 16:26:50
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
11.5. Lieve kitten
‘s Middags komt de derde melding van de dag door. In één van de nieuwere wijken van de stad is een kitten komen aanlopen. Melder heeft al van alles geprobeerd, zonder succes. Goed, dan zullen wij kijken of het dier een chip heeft en of we een eigenaar kunnen traceren. Zo niet, dan naar het asiel.
Een kwartier voor aankomst bel ik naar de melder dat we er aan zitten te komen. We krijgen nadere instructies over het adres: “Er staat een witte auto voor de deur”. Goed, het zal wel. Als het huisnummer klopt hebben we dergelijke instructies, hoe goed bedoeld ook, niet echt nodig.
Een kwartiertje later zijn we er. Bus op een vrij plekje, er staan meerdere witte autootjes geparkeerd, maar met het juiste huisnummer is dat geen probleem. Als we het paadje naar de voordeur oplopen ziet chauffeur al dat we gezien zijn. We hoeven niet eens aan te bellen.
Binnen maken we kennis met vier volwassenen en een halfwas. Twee echtparen en een bijna volwassen zoon, zo lijkt het. De tijger in kwestie ligt rustig in de vensterbank. Ik laat het dier mijn hand ruiken. Niks aan de hand, ik kan het dier rustig van de vensterbank pakken.
Chiplezer vergeten mee te nemen. Dat doen we wel in de bus. De aanwezigen vertellen over hoe ze het beestje hebben aangetroffen en dan lopen we gezamenlijk naar de bus. Daar kijken we of het diertje gechipt is. Niet dus. Dan gaat ze naar het asiel. We vertellen de mensen wat de gewone procedure is. In principe weinig anders dan ze zelf al hebben gedaan: op verschillende media het dier als gevonden publiceren en dan afwachten of er een reactie komt. Lukt dat niet, dan krijgt ze de nodige medische onderzoeken en vaccinaties en dan gaat ze op voor adoptie.
Daarmee nemen we afscheid, stappen in de bus en rijden naar het asiel. Daar zijn we maar net op tijd. Ze waren al aan het afsluiten. De dienstdoende dierverzorger komt net uit de ziekenboeg en is bezorgd vanwege besmettingsgevaar. Dus stoppen wij het dier in één van de quarantainekooien. Bakje natvoer, bakje droogvoer en een bakje water. Die houdt het wel uit tot morgenochtend.
Als we bezig zijn met het afsluiten komt de volgende melding door.

02-07-26 13:28:37
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
11.6. Uilskuiken
Die volgende melding gaat over een jong uiltje dat bij mensen tegenover in een heg lag te spartelen. Ook hier weer van te voren opgebeld. Ook hier weer een gewoon huis in een moderne wijk. Het uiltje is zekergesteld in een kartonnen doos. Chauffeur haalt het dier er uit. Uit voorzorg wel even de dikke handschoenen aangetrokken. Ook een uil heeft stevige klauwen.
Het dier is redelijk rustig maar probeert zo af en toe we de vleugels uit te slaan. We kunnen, ook aan de hand van het verhaal van de melder, geen onvolkomenheden aan het dier bespeuren. Dat wordt uitzetten. De vindplaats is bekend, “Hier tegenover” volgens de melder. Dan is het volgens de diverse deskundigen het beste om het dier in de nabijheid van een stevige boom neer te zetten. Dan kan ‘ie op eigen gelegenheid weer die boom in klauteren. Dat is wat uilen doen. Lees daarvoor bijvoorbeeld takkelingen.
Goed. Probleem voor ons is, wij hebben geen ervaring op dit punt, of de vogel bij een willekeurige boom neergezet kan worden of moet dat speciaal de boom met het nest zijn. Het eerste is natuurlijk stukken makkelijker.
Eerst maar naar de bomen. Die staan vanuit het huis van de melder gerekend aan de overkant van de sloot. Naast die sloot is een perkje met een stuk of wat essen. Chauffeur zet het beestje naat één van de bomen en ik bel naar de opvang voor advies. Eerste opvang geeft geen gehoor, maar de tweede, in de grote stad, zegt duidelijk dat het niet uitmaakt. Ook een es, met z’n gladde stam, maakt niet uit. Dat redt zo’n beest wel.
We laten het dier zitten en gaan van een afstandje staan kijken of hij wat doet. Noppes. Beest blijft rustig onderaan de boom zitten. We lopen nog een stukje verder. Het beest houdt ons duidelijk in de gaten, maar doet verder niets.
We geven het op en gaan terug naar de bus. Chauffeur rijdt terug naar de bomen en zet de bus in een zijstraatje neer. Nu kunnen we het uiltje vanuit de bus gadeslaan. Een paar nieuwsgierige ekster hippen eromheen maar voor de rest gebeurt er niets. Uiteindelijk geven we het op. We sluiten de rit af, melden naar de centrale en gaan op huis aan.

03-07-26 11:44:48
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
11.7. Zwarte zwaan
De volgende dag krijgen we weer een melding. We hebben dit keer twee dagen achter elkaar dienst. Één van de collega’s is op medische gronden afwezig en wij vallen voor hem in. Weer wat bijzonders. In het buitengebied is een zwarte zwaan gezien. Dier is goed benaderbaar en eet van een schoteltje brood op het gazon. Brood is niet goed voor vogels in het algemeen. Het vult wel maar er zit teveel vet en zout in en te weinig nuttige voedingsstoffen. Granen, zoals kippenvoer, of mais zijn beter geschikt.
Volgens melder ziet het dier er niet goed uit. Vanuit het buitengebied is dat een veeg teken. Mensen in een buitengebied zijn bekend met beesten en weten hoe ze er uit horen te zien. Voor ons klinkt het dan serieuzer dan een vergelijkbare melding uit een stadsplantsoen.
We gaan onderweg. We zijn druk aan de klets en rijden in eerste instantie het weggetje naar de uiterwaard voorbij. Het buitengebied is in dit geval een voormalige uiterwaard van de oude Zuiderzee. Later is het permanent ingepolderd en is nu grotendeels boerenland doorsneden met geulen en slootjes.
Keren en opnieuw aanrijden. Dit keer lukt het wel. In dit buitengebied zijn de weggetjes aardig smal en we moeten een aantal malen uitwijken voor tegemoetkomende trekkers. Vanwege de slootjes kun je niet overal de berm in. Voor je het weet lig je op de kop in zo’n sloot. Maar als je rekening houdt met elkaar is het best te doen.
Een paar haakse bochten en afslagen verder komen we bij de boerderij van de melder. Chauffeur zet de bus tussen twee schuren, we stappen uit en gaan op zoek naar de melder. Natuurlijk lopen we verkeerd om en komen aan de achterkant terecht. Maar mevrouw ziet ons door het raam en komt naar buiten.
Waar zit de zwaan? “Daarnet zat ‘ie nog hier op het gazon en had ik hem wat brood gegeven. Maar dat mocht niet van m’n dochter”. Slimme dochter. Wij op zoek naar de zwaan, melder inclusief. Chauffeur loopt langs het met ruigte omzoomde slootje langs het gazon en ik maak een omweg langs een kippenweitje annex kippenhok. Dan ziet chauffeur de zwaan tussen de ruigte door in het weiland aan de andere zijde van de sloot. Gevonden. Nu nog vangen.
Ik vraag de melder waar of het dammetje is naar het weiland. Dat ligt een stukje verder aan het eind van het, vrij grote, erf. Gedrieën lopen we die kant op. Melder vraagt of we het zo redden. We gaan het in ieder geval proberen. Voorlopig hebben we melder daarbij niet nodig.
Chauffeur loopt langs de sloot in de richting van de zwaan en ik steek met een ruime boog het weiland over. Zwaan waggelt met een behoorlijk tempo voor ons uit. Er zit nog zeker een meter of veertig tussen.
Ik maak een bocht om de zwaan in te sluiten. Dan laat de zwaan zich in de sloot glijden en verdwijnt uit het zicht in de ruigte. Mooi zo. Dichter dan een meter of dertig zijn we niet nabij geweest. We overleggen. ‘t Is geen doen op deze manier. We komen niet genoeg dichtbij om hem op de vleugels te jagen en kunnen dus niet controleren of hij al dan niet kan vliegen. Hij is mobiel genoeg en kan ook zwemmen. In dit gebied komt ‘ie prima aan z’n kostje. Niks aan de hand zou je zeggen.
Enige punt is het verhaal van de melder die op een boerderij woont en heel goed weet hoe een zwaan er uit ziet. Als die aangeeft dat er wat mis mee is nemen we dat serieus. Bovendien is een zwarte zwaan een exoot die normaal in het wild niet voorkomt. Hij kan net als de gewone knobbelzwaan overleven, dat is het punt niet. Maar het is waarschijnlijker dat ‘ie ergens uit een wildpark of plantsoen ontsnapt is. Melder had daarover op de buurtapp al rondgevraagd maar geen reactie gekregen.
Maar als wij hem niet te pakken kunnen krijgen kunnen we ook verder niets. We geven melder het advies om gewoon door te gaan. Als het dier weer opduikt kan ze er misschien een net overheen gooien en dat net met stenen verzwaren. Dan kan ze ons bellen en kunnen wij verder kijken. Nog even over dat brood. Mevrouw heeft een ruime voorraad kippenvoer in de schuur liggen. Daar kan ze het mee proberen. Beter dan brood in ieder geval.
Daarmee nemen we afscheid en gaan terug op huis aan. Verder geen meldingen meer gehad.

06-07-26 12:30:03
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
12. Kat op ‘t kerkhof
12.1. Vangkooi niet ontvangen

Weer een nieuwe dag met nieuwe kansen. Het begint met overgebleven meldingen van de vorige dag. In de andere regio, we hebben er weer twee vandaag, moeten we een vangkooi uitzetten. Darna in dezelfde plaats een kat inspecteren. Die is aan komen lopen. Tot slot een meerkoet in onze eigen regio.
Eerst maar eens die vangkooi. Dat is een gecompliceerde geschiedenis omdat het gaat om een kat met meerdere kittens. Moeder en kroost moeten bij elkaar blijven dus dienen die gezamenlijk gevangen worden. Normale techniek is eerst de kittens te pakken nemen en die vervolgens als lokmiddel inzetten om de moeder te vangen. Andersom is een stuk lastiger.
Probleem is de leeftijd van de kittens. Als die al wat ouder zijn, zijn ze moeilijk te vangen. Bovendien wil je ze wel allemaal hebben. Als je er eentje mist en je neemt wel de moeder mee maakt het kleintje geen enkele kans.
We hebben en adres met de vermelding dat de dieren zich op een plaatselijk kerkhof ophouden. We halen eerst een vangkooi uit het asiel. Het is een voor ons nieuw model dus eerst even puzzelen hoe deze contraptie nu weer in hemelsnaam werkt. Maar met wat uit proberen komen we er achter. Op naar ‘t kerkhof. Onderweg bellen we naar het opgegeven telefoonnummer om te vertellen dat we er aan zitten te komen. Geen gehoor.
Op het opgegeven adres aangekomen blikt het een omgebouwde boerderij. We bellen aan en een jonge jongen doet open. Vragende blik in de ogen. Jongen weet van niets. We bellen de centrale die zegt dat als ze op het adres niet weten en het telefoonnummer geeft geen antwoord we verder ook niet kunnen uitrichten. We kunnen dan ook naar de volgende.

07-07-26 12:10:07
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
12.2. Siamese sering
Het volgende adres is in dezelfde plaats. Het gaat over een kat die op straat is aangetroffen en een verloren indruk maakte. Melder had het dier mee naar huis genomen en voer en water gegeven. Aan ons de taak om de situatie te beoordelen en het dier bij voorkeur een belbandje om te doen.
Een belbandje is een papieren strip met een telefoonnummer er op. De bedoeling is dat we zo’n dier een bandje om de hals doen. Komt ‘ie terug bij de eigenaar kan deze dat nummer bellen om door te geven dat alles met het dier in orde is. Lukt dat niet dan komen we het dier na een paar dagen alsnog ophalen.
Een belbandje heeft de voorkeur. Ten eerste heeft de eigenaar daar geen kosten van, ten tweede scheelt dat in de opvangplaatsen in het asiel. Rond deze tijd, vroege zomer, eind lente, zit het asiel stikvol.
Met een paar minuten zijn we ter plaatse. Het is een beetje kruip-door-sluip-door maar wel te vinden. We bellen aan en mevrouw doet open. Dat kat in kwestie zit ter beveiliging in een kooi in de woonkamer. Er zijn twee honden aanwezig, vandaar.
Het is een prachtig beest met overduidelijk siamees bloed, maar zo te zien geen volbloed. De kleur is een zacht blauw-roze pastel, volgens chauffeur “lilac”, in goed Nederlands “sering”. Chauffeur haalt het dier uit de kooi en ik kijk of ze gechipt is. “Ping”! Gechipt. Nummer controleren in Chipnummer.nl. Geen registratie.
Het dier is zo tam als wat en blijft rustig bij chauffeur op de arm liggen. Chauffeur is weer helemaal verliefd. Dat is niets bijzonders, dat is ze meestal als het om katten gaat. Alleen een kater die ik tijdelijk uit het asiel heb, daar vind ze niets aan. “Net een koe”. Het dier is zwart-wit gevlekt, vandaar.
Het dier mankeert zo op het oog niets en is zo tam als wat. Een geschikte kandidaat voor een belbandje. We leggen de procedure uit aan de melder en haar echtgenoot en ik doe het beest het bandje om. Melder vindt het belbandje maar niets, maar accepteert onze uitleg. Ze had het dier midden op straat gevonden en opgeraapt om te voorkomen dat ze overreden zou worden. Verdwaald, is haar diagnose.
Met de melder lopen we naar de plaats waar het dier gevonden is. Op de stoep naast een perkje zet chauffeur het dier op de grond. Ze kijkt even om zich heen loopt een stukje de ene kant op en dan de andere. Beest weet overduidelijk niet waar ze heen moet en blijft bij ons in de buurt.
Melder heeft gelijk. Overduidelijk verdwaald. Maar zonder registratie komen wij er ook niet verder mee. Maar dat het goed gaat komen met het beest, daar hebben we gerede twijfels over. We overleggen even en besluiten dan toch maar het dier naar het asiel te brengen. Tenslotte is een van de bestaansredenen van een dierenasiel het opvangen van verdwaalde beesten.
Chauffeur pakt het dier weer op en lopen naar de bus. Kat in een transportbak en klaar.
We rijden eerst naar het asiel om de kat weg te brengen. Daar komen we toch min of meer langs onderweg naar de volgende melding.
Op het asiel staan ze, zoals verwacht, niet te juichen. Er is nog precies één kooi over waar het dier opgevangen kan worden. De volgende heeft pech, daarvoor moet een andere oplossing gevonden worden.
We gaan door naar de volgende melding.

07-07-26 12:21:39
Spotcatus
Erelid


WMRindex: 1.084
OTindex: 3.749
@Emmo: Mij is overkomen dat mijn kat was gevonden maar dat ze twee cijfers van het chipnummer hebben omgedraaid waardoor ze dachten dat de chip niet geregistreerd was. Ik heb ternauwernood kunnen voorkomen dat hij geadopteerd werd! Gelukkig hield ik alle sites in de gaten ondanks het (blijkbaar onterechte) vertrouwen dat hij niet in een asiel kon zitten want dan zou de chip worden uitgelezen....Het zou standaard moeten zijn dat zo'n chip als hij niet geregistreerd staat nog een keer (of vaker) door iemand anders wordt uitgelezen! Dan is de kans daarop kleiner.

07-07-26 12:56:38
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
@Spotcatus: Is mij ook wel eens overkomen. In dit geval hebben we het nummer gefotografeerd en de invoer dubbel gecontroleerd.
Zo gauw een kat in het asiel komt wordt de chip nógmaals gecontroleerd, juist om dit soort stommiteiten te voorkomen.
Maar het komt inderdaad wel eens voor. Met een chipnummer van 15 cijfers maak je gauw een fout.

07-07-26 17:10:12
allone
Oudgediende


WMRindex: 55.557
OTindex: 99.221
@Spotcatus: goed dat je zo alert was

08-07-26 15:07:16
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
12.3. Adresperikelen
Die volgende melding gaat over een gewonde meerkoet, een jong beest dat volgens het verhaal niet goed voort zou kunnen. Aan ons om de situatie te beoordelen en het dier, indien nodig, naar een opvang te brengen.
Probleem is het adres. Het is voor zover we kunnen beoordelen in een dorpje in aanbouw vlakbij de stad. Alleen is daar het adres niet te vinden. Ook op ‘Maps vinden we geen adres. Het kan natuurlijk zijn dat het een nieuwe straat is die nog niet ingevoerd is. Ik kijk alle op ‘Maps alle straatjes na maar vind niets dat er op lijkt. Alleen een kindcentrum in dat dorp heeft een naam dat verdacht veel op het adres lijkt. Proberen we dat.
Onderweg bellen we naar het opgegeven nummer. Er wordt niet opgenomen. We komen aan bij het dorp en zoeken dat kindcentrum. Dat is nog in aanbouw en vandaag, op zondag, is er geen kip te bekennen. We bellen centrale. Die zegt dat als we het adres niet kunnen vinden en het telefoonnummer is niet te bereiken we verder niets kunnen doen.
Maar daarom niet getreurd. De beheerder van het kerkhof van de eerste melding van vandaag (12.1: vangkooi niet ontvangen) heeft weer opgebeld. Duizend excuses, ze lag nog te slapen. Of we alsnog konden komen.

09-07-26 17:29:32
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
12.4. Vangkooi reprise
We gaan weer richting andere regio, het kerkhof. De eerste keer hadden we wat moeite om het adres te vinden, maar we weten nu hoe de situatie is. We moeten niet het adres hebben, maar een klein stukje omrijden naar de ingang van het kerkhof. De beheerder is aanwezig, zegt ze als we opbellen.
Dit keer komen we goed aanrijden en kunnen de bus op een parkeerterreintje nabij de ingang neerzetten. Een jonge vrouw komt op ons toe. Ze blijkt niet de beheerder maar een vrijwilliger die de oudere graven onderhoudt uit piëteit met degenen die er liggen.
We praten even. Ze legt uit waar ze de dieren, kat met kittens, heeft aangetroffen. Ze heeft ze al een paar keer gevoerd, vanochtend voor het laatst. Dat is eigenlijk jammer, want dan komen ze wat minder makkelijk op het lokvoer af.
Ik leg uit hoe de kooi werkt en we geven aan wat ze het best kan doen als er één of meer in de val gelopen zijn. Mevrouw lijkt capabel en niet voor een kleintje vervaard, dus alle vertrouwen dat het wel goed zal komen. Ik zet de kooi op scherp, plaats hem op een geschikt plekje en doe het lokvoer er in. We laten een tweede (dwang)kooi bij haar achter. Als ze één of meer kittens gevangen heeft, kan ze met behulp van dat ding een moederkooi opzetten. Dat is niet moeilijk als je eenmaal weet hoe en waarom.
Dan nemen we afscheid en gaan op huis aan. Eerst de bus maar weer eens opladen. Tijdens het laden melden we ons af bij de centrale en geven aan wat we gedaan hebben.

10-07-26 12:10:11
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
12.5. Vlooienbak
Als de bus weer redelijk vol zit met elektriek gaan we onderweg richting huis. Halverwege gaat de telefoon. Weer een melding. Dit keer van een kitten die is komen aanlopen in een dorp niet ver van ons beider woonplaats maar wel in de andere regio. Maar omdat we toch beide regio’s hebben maakt dat niet uit.
Omdat er gisteren plotseling een gat, een sinkhole in goed Nederlands, in de provinciale weg is ontstaan rijden we via de kleine weggetjes. Net aan het einde van het dorp, iets voorbij de bebouwde kom, is het adres. De nummering is duidelijk, maar toch zijn we er al half voorbij voordat we in de gaten hebben dat we op de plaats van bestemming zijn.
De melder bestaat uit een ouder echtpaar, waarvan de vrouw voornamelijk het woord doet. Als we uitstappen staan ze al op de oprit te wachten. We lopen het erf over, via een hekje het gazon op, dan om een schuur heen en daar staat een schattig schuurtje, zo uit een sprookje. Volgens het echtpaar is dat het kattenhok. Ze hebben er meerdere die ten behoeve van het kleine aanlopertje er uit gebonjourd zijn.
De kleine ligt op een handdoek, bakje water voor de neus. Volgens mevrouw had het diertje al wat natvoer gegeten. Valt me mee, mijn eerste schatting is dat het eerder een flessenkitten is. Het beestje is zeiknat van de regen en vies als een toddêk.
Chauffeur is al weer helemaal gesmolten en grist het beestje uit m’n handen. Zij inspecteert het en constateert dat het onder de vlooien zit. Ook zit één van de oogjes nagenoeg dicht met viezigheid. Dankzij een vorige melding (12.2: Siamese sering) weten we dat het asiel vol zit en dat we een andere oplossing moeten zoeken. Bovendien, tegen de tijd dat we op het asiel zijn is dat dicht en zou het beestje in de nachtopvang moeten. En daar is ‘ie te klein voor.
Chauffeur zegt gelijk dat zij het beestje wel kan opvangen, zeker als ‘ie al aan het natvoer is. Probleem is dat chauffeur al twee katten heeft en dat het asiel wegens besmettingsgevaar geen dieren die niet bij elkaar horen samen wil plaatsen. Chauffeur heeft weliswaar een aantal kamers over zodat de beesten wel geïsoleerd zullen zitten, maar asiel wil op dat punt geen risico lopen.
We praten nog even met het echtpaar en leggen uit wat we van plan zijn. Dan gaan we terug naar de bus. Daar bellen we de coördinator. Die zegt direct dat dit vraagt om een gastgezin. Dat ben ik ook, maar ik heb al drie logees van katachtige kunne, en een vierde past daar niet bij. Coördinator zou gaan rondbellen. Een paar minuten later worden we teruggebeld. Er is een geschikt gastgezin beschikbaar met ervaring met dit soort frommeltjes. We krijgen het adres, in de stad, en gaan onderweg. Het is in een flat waar net op dit moment de intercom van kapot is. Één minuut voor aankomst opbellen. Dan komt gastgezin naar beneden en kan het beestje in ontvangst nemen.
“Die gaat gelijk in bad” is de conclusie van gastgezin. Die vlooien, dat komt een andere keer wel. Chauffeur laat het beestje node gaan maar we weten dat het in goede handen is. We kennen gastgezin al van andere gelegenheden.
Wij melden ons af en gaan naar huis.

11-07-26 11:55:13
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
12.6. Nog eentje.
We zijn nog geen half uur thuis of er komt alweer een nieuwe melding binnen. Alweer een kitten. Ook dit keer in de andere regio maar in een ander dorp. Aan de rivier, ten zuiden van de grote stad.
Dankzij diverse wegreparaties rijden we voornamelijk over de binnenweggetjes. Dat moet hoe dan ook, want het adres is in het buitengebied. Het adres is in een gedeelde boerderij. Wij moeten het achterste gedeelte hebben.
Als we aanbellen komt mijnheer naar buiten. Het makkelijkst is als we omlopen. Ook hier weer het erf over en dan via een gazon naar een schuurtje. In dat schuurtje ligt het kitten. Het is een slag ouder dan de vorige, een week of zes schat ik op het oog. Hij ziet er in ieder geval een stuk toonbaarder uit. Ook is ‘ie een stuk levendiger. Ze zetten het beestje in de meegebrachte transportkooi, nemen afscheid van mijnheer en gaan weer terug naar de bus.
Daar bellen we weer met de coördinator. Groot overleg. Het is al dicht naar de tijd van aflossing en we moeten alweer laden. Probleem is dat de beoogde aflosser een chronische aandoening heeft en daardoor niet altijd beschikbaar is.
Dus eerst controleren of collega kan rijden. Dat gaat niet. Coördinator, die ook als chauffeur fungeert, neemt de dienst over. Dan het kitten. Officiële gastgezinnen zijn op. Het is vakantietijd dus een aantal zijn met vakantie. Coördinator heeft geen eigen katten en zegt dat hij over de nacht dat beestje wel kan hebben. Dan hoeft ‘ie niet in de nachtopvang.
Dan rijden we naar een snellader. Deze is op loopafstand van het huis van de coördinator. Als wij achter de zoveelste bak koffie van de dag zitten komt coördinator aanlopen. We klasjeneren onder het genot van die bak koffie over beesten, administratie en andere irriterende grootheden. Als de bus weer opgeladen is stappen we gedrieën in en wordt ik naar huis gebracht.
Al met al toch een vrij lange dag. Van half tien tot half negen ‘s avonds.

20-07-26 16:21:57
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
13. Héél voorzichtig
Antwoord op de vraag: “Hoe doen egeltjes hét”?
13.1. Identiteitscrisis
Zo rond een uur of negen gaat de telefoon. De eerste melding van vandaag. Volgens chauffeur een Vlaamse gaai met een identiteitscrisis. Hij vliegt niet. We hebben vandaag weer twee regio’s en het is nu de drukke tijd met veel jong spul dat de diverse nesten verlaat. Alle kans dat dit ook zo’n geval is.
Het adres is in een dorp in de andere regio. Op verzoek bellen we een kwartiertje voor aankomst op dat we er aan zitten te komen. Doen we normaal gesproken toch wel mar in dit val was er speciaal om gevraagd.
Het adres blijkt op een soortement industrieterrein met woonhuizen (voor de ondernemers?) er tussenin. Maakt niet uit. We rijden in eerste instantie het adres voorbij en belanden op de oprit van de buurman. Maar we zien het onmiddellijk en als chauffeur keert staat er al een jonge vrouw te zwaaien om ons het juiste adres te duiden.
De situatie blijkt vrij gecompliceerd. De originele melder is een buitenlandse die amper Nederlands en maar weinig Engels spreekt. Daarom heeft de overbuurvrouw de melding op zich genomen. Overbuurvrouw is de jonge vrouw die liep te zwaaien.
De buitenlandse zit een dek hoger boven het bedrijf, dus gaan we in optocht de trap omhoog naar boven. Daar zit de Vlaamse gaai in een kartonnen doos. Zo te zien niets mis met het dier. We zijn geen van beiden, chauffeur en ik, goed bekend met deze vogels, maar het lijkt ons inderdaad een jong exemplaar.
Volgens de melder was de vogel ook nog eens door een kat belaagd. Inderdaad blijkt tijdens de inspectie een veer van één van de vleugels te ontbreken. Maar geen reden waarom het dier niet zou kunnen vliegen. Een enkele veer is nog niet een probleem.
We overleggen, half in het Nederlands, half in het Engels. Resultaat: we proberen eerst of het dier voort kan en alsnog op de vleugels gaat. Daarnaast kijken of er ook een oudervogel in de rondte vliegt. We nemen de vogel mee en gaan de trap weer af.
Buiten aangekomen gaat de jonge vrouw terug naar haar huis en wij lopen een stukje verder naar een klein grasveldje. Chauffeur heeft het grote net mee voor als het dier er van tussen wil terwijl het eigenlijk niet verantwoord is.
Ik haal de vogel uit de transportkooi en zet het dier in het gras. Vogel kijkt even om zich heen en verroert zich verder niet. Wij doen een paar stappen terug. Geen reactie. Als dat beest zo blijft zitten wordt ‘ie kattenvoer. Dan maar naar de opvang. Ik stap op het dier toe en kan het zonder enig gefladder zo van de grond pakken.
Vogel weer in ‘t bakje en we lopen terug naar de bus. De jonge vrouw had het tafereel vanuit haar voortuin gadegeslagen. We zeggen dat het niets geworden is en dat we het beest toch maar naar de opvang brengen. Ze is zichtbaar opgelucht. Denkelijk weinig vertrouwen in onze poging het dier uit te zetten.
We stappen in en rijden richting opvang. Als we onderweg zijn bellen we centrale om te melden waar we mee bezig zijn. Die heeft gelijk nieuws voor ons. Centrale had bij hem op straat een niet vliegende zwaluw gevonden. Gelijk maar een echte melding van gemaakt.

21-07-26 15:34:16
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
13.2. Straatzwaluw
We stellen Domdommetje in op het huisadres van centrale en rijden vervolgens volledig de verkeerde kant op. Huisadres is van ons uit gerekend naar het westen en we rijden oost. Bij de eerstvolgende afslag slaan we af en rijden via de ventweg weer terug. Dat blijkt, ook volgens Domdommetje, in orde te zijn. Waarschijnlijk wilde dat beest ons via de hoofdweg sturen. Is misschien sneller maar wel een stuk verder rijden.
Via een aantal interessante binnenweggetjes komen we uit bij de stee van de centrale. De oprit staat aardig vol en chauffeur zet de bus neer, zodanig dat we een aantal auto’s blokkeren. Geeft niets. We zijn zo weer weg en als iemand er tóch uit moet dan is het een kleine moeite om de bus een stukje te verplaatsen. Zo in het buitengebied en in de kleine dorpen is dat geen punt. In de steden overigens ook niet.
We bellen aan. Centrale komt naar buiten en gaat ons voor naar de garage. Daar zit de zwaluw in een transportkooi. Centrale heeft al een paar keer geprobeerd het beest te laten vliegen. Truc met zwaluwen is, is dat ze niet van de grond kunnen opstijgen. In de lucht gooien en kijken wat er gebeurt is dan de aangewezen weg. In dit geval kwam zwaluw telkens weer op de grond terecht.
We vertrouwen er op dat centrale dit goed gedaan heeft. Hij is tenslotte ook chauffeur en kent dit soort trucs net zo goed als wij. We zullen de zwaluw, net als de Vlaamse gaai van de vorige melding naar de opvang van de grote stad brengen.
Centrale dirigeert ons via een binnenweggetje over de kanaaldijk. Mag officieel niet maar als dierenambulance ben je zo af toe onder en boven de wet. Het scheelt wel fors in de kilometers. Denkelijk was dit een gewoon wegje waar de gemeente een toverstafje overheen gezwaaid heeft waardoor het plotsklaps “verboden voor auto’s” werd. Pech voor de aanwonenden, want er was geen aanduiding waarbij de aanwonenden vrijgesteld werden.
Bij de opvang worden we doorverwezen, zoals steeds, naar de quarantaineschuur. Die staat aardig vol met twee grote vogelkooien met papegaaien er in. Voor ons drieën, medewerker, chauffeur en ik, is er amper ruimte. Ook hier is het, net als op het asiel, een drukke bedoening. Tijd van het jaar.
Als we terug bij de bus zijn doet chauffeur de administratie en ik maakt de transportkooien schoon. Klaar voor de volgende klant. Dan komt de volgende melding binnen.

22-07-26 10:31:29
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
13.3. Zwaar ademend
Deze melding gaat over een egel met een duidelijke ademhaling. Voor ons een standaard geval. Dat zal wel longworm zijn, of anders een longontsteking. Longworm komt vaak voor bij egels. Het is een parasitaire ziekte die ze krijgen door het eten van geïnfecteerde slakken.
Het adres is in een gewoon rijtjeshuis. Als we aanbellen wordt er vrijwel direct open gedaan. De egels, het blijken er twee te zijn zitten in de achtertuin. De achtertuin is zwaar betegeld, maar mevrouw heeft ondanks dat regelmatig egels in de tuin. Vorig jaar, vertelt ze, hadden ze zelfs jonkies. Zó schattig!
Goed. De egels zitten tussen de bloempotten. Ik ga er op de knibbels bij en sleur ze één voor één voor gaats. De ene heeft inderdaad een duidelijke ademhaling en de ander ligt plat op de tegels met de achterpoten uitgestrekt. Vreemd gedrag. Ook al omdat ze met z’n tweetjes zijn. Normaal zijn egels solitair. In ieder geval is er wat met de beesten aan de hand. Dus naar de opvang.
Ik bel naar de opvang, geen gehoor. Dan maar een appje sturen. Misschien lukt dat. Naar de opvang is het maar een klein stukje, het is in dezelfde stad. Chauffeur zet de bus neer. Beheerder moet aanwezig zijn, zijn auto staat bij de deur naar de hokken. Maar de deur is op slot. Wij hebben de sleutel maar dat werkt niet. Een andere sleutel zit aan de andere kant in het slot.
Dan moet ‘ie toch binnen zijn. Ik roep en krijg antwoord uit de richting van de volières. Beheerder is daar natuurlijk bezig en heeft de deur op slot gedaan om geen ongereglementeerde inloop te krijgen.
Beheerder doet de deur open en wij vertellen van de egels. Beheerder begint te lachen. “Dat is allemaal doodnormaal”. “Het is paartijd, en dan komen ze samen. Door de bezigheden die daarmee samenhangen zijn de beesten vermoeid”. Vandaar die zware ademhaling en die uitgestrekte achterpoten.
Beheerder tilt de dieren één voor één uit de transportbox en controleert ze. “Niks aan de hand met die beesten, gewoon weer terugzetten”.
Wij weer terug naar het adres waar we ze hadden opgepikt. Mevrouw de situatie uitgelegd en gezegd dat ze tegen het najaar weer wat kleintjes kan verwachten. “Beter zij dan ik” zegt mevrouw. We zetten de dieren weer bij de bloempotten en daarmee zijn we weer klaar met deze melding. We praten nog even met mevrouw, nemen afscheid van mevrouw en gaan terug naar de bus.
Tegelijk krijgen we twee meldingen in één.

23-07-26 12:40:40
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
13.4. Gevleugel op de rivier
De eerste, eigenlijk de geografisch meest dichtstbijzijnde van de twee, gaat over een eend met kuikens. De eieren waren uitgekomen en de melder vreesde voor het welzijn van de kuikens. De plaats was namelijk aan een nauw stukje van de grote rivier, midden in de stad. Niet echt een goed plekje om kuikens groot te brengen.
Vanwege de geografische positie en de urgentie van de situatie eerst maar naar die kuikens. De bus midden op de stoep neergezet met de flitsertjes aan. Ruimte zat. En normaal parkeren is altijd een crime daar in de buurt.
Als we aankomen is de situatie als volgt: Een stuk of vier pulletjes zitten in een emmer. Een vrouw staat bezorgd te kijken, een man loopt met een schepnet te zwaaien en een moeder eend zwemt luid kwakend geagiteerd in de rondte.
De bedoeling van het geheel is dat we moedereend vangen en dan samen met haar pulletjes op een wat diervriendelijker plekje uitzetten. Dat is een procedure die we wel vaker tegenkomen. Probleem in dit geval is de moedereend. Normaal blijft die bij haar pulletjes, maar in dit geval is ze zo geagiteerd dat ze wel in de buurt blijft, ze hoort haar kroost piepen, maar niet dicht genoeg bij om te vangen.
We pakken een aantal netten uit de bus. Kijken of we moeders dicht genoeg bij kunnen drijven om haar in een net te krijgen. Dat gaat niet. Moeder zwemt heen en weer en blijft buiten bereik. Mevrouw suggereert om één van de pulletjes in een net te zetten en daarmee de moeder te lokken. Dat doe ik maar ook dat heeft geen succes.
Chauffeur haalt de lange telescopische stok uit de bus maar ook daarmee krijgen we moeder niet te pakken. We gaan naar een dood stukje langs de kade, binnen roepafstand van de moeder. Misschien dat moeder daar dichterbij durft te komen. Ook dat gaat niet.
Overleg. De aangewezen weg is moeder gewoon haar pulletjes te laten en de natuur haar werk te laten doen. Maar daarop zetten mijnheer en mevrouw de hakken in het zand. Ze hebben het al meerdere jaren meegemaakt. Elk jaar zit daar die eend te broeden, elk jaar zijn er kuikens die vervolgens door roofvissen of meeuwen verschalkt worden. Logisch, er is geen adequate beschutting voor die beestjes. Wij kunnen ons indenken hoe begrotelijk dit is voor deze mensen.
Bij de plaatselijke opvang kunnen we in deze situatie niet terecht. Die stuurt ons direct weer terug: “Beesten bij de moeder laten. Worden ze opgevroten, dan moet dat maar”. Daar heeft ‘ie uiteraard gelijk aan, maar wij zijn er wel voornamelijk voor de dieren, maar ook een beetje voor de mensen. En die verwachten dat we die pulletjes bij voorkeur samen met moeders op een veilig plekje brengen. Als dat niet gaat, want moeders laat zich niet vangen, dan een oplossing zoeken voor die pulletjes.
We hebben natuurlijk nog de opvang in de grote stad. Daar kunnen we (bijna) altijd terecht. Resultaat van het beraad is dat we dat dan toch maar doen. Niet verder vertellen want het is niet de natuurlijke weg, maar bij de opvang in de grote stad hebben die beestjes een redelijke kans.
Pulletjes in een box en moeders moet het maar zonder haar kroost doen. Mijnheer zegt: “Dat zou tóch het eind van het liedje geweest zijn”. Ondertussen is de batterij van de bus alweer laag. Eerst laden, dan de pulletjes wegbrengen en vervolgens naar de volgende melding.
Als we een half uurtje later weer onderweg gaan bellen we eerst naar de opvang. Als we er zijn staat er al een hok klaar met voer en een afwasteiltje met water, zodat de pulletjes heerlijk kunnen badderen. Naar de volgende melding.

24-07-26 11:59:11
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
13.5. Belbandje
Die volgende melding behelst een kitten die is aan komen lopen. De melder had aangegeven dat we het best eerst konden kijken of het dier gechipt was. Zo ja, de eigenaar te pakken proberen te krijgen, zo nee, dan had hij er wel een adresje voor. Mooi, dan hoeven we het asiel, dat al mudvol zit, er niet mee te belasten.
Het adres is een gewoon rijtjeshuis. We bellen aan en mijnheer doet open. Het verhaal bleek wat gecompliceerder. Het betreft een wat oudere kitten met een verwonding aan de staart. Lief beest, maar je moet ‘m niet aan de staart zitten.
Het was even een gedonder om het dier in de vingers te krijgen, maar toen ik op de knietjes ging bij de bank en het dier er onder weg joeg kon chauffeur het beest oppakken. Het dier is overduidelijk tam en aan mensen gewend. Chip gezocht: geen chip. Alleen die staart is een beetje een bron van zorg. Maar goed inspecteren kunnen we niet, dat laat het dier niet toe. Eventuele verwondingen zitten verscholen in de vacht. Als het asiel niet al mudvol had gezeten hadden het vanwege die staart toch meegenomen. Mijnheer vertelt dat de optie van zelf opvangen niet door gaat. De mensen die hij daarvoor op het oog had konden desgevraagd toch niet.
Blijft over een belbandje. Mijnheer uitgelegd wat dit inhoudt. Een eventuele eigenaar kan opbellen zodat het asiel weet dat het beest toch een baas (of personeel) heeft. Gebeurt dat niet, dan komen we het dier na een paar dagen alsnog ophalen. Mijnheer vindt het eigenlijk maar niets, maar accepteert onze uitleg. Beest krijgt met wat geworstel het belbandje om en buiten de deur laten we het beest vrij. Zet het gelijk op een lopen naar de tuin van de buren. Niet zoals de Siamese sering van laatst (melding 12.2)
Inmiddels was de batterij alweer een stukje lager. Bovendien begint het alweer tijd te worden om aan de aflossing te gaan denken. Aflosser gebeld. Geen probleem als we wat eerder zijn. Dat is het nooit maar het is wel zo netjes om het even te vragen.
Wij rijden naar een snellader, vlakbij het adres van de aflosser. Busje aan de laadpaal en wij aan de koffie. Chauffeur tikt een stukje in de Whatsapp. Tijdje later komt aflosser lopend aanzeilen (pun intended). Ook hij neemt een bak koffie. Als de koffie leeg en de batterij vol is gaan we gedrieën richting mijn woning.

26-07-26 21:18:13
Emmo
Stamgast


WMRindex: 73.568
OTindex: 28.969
13.6. Toegift
De gewone weg is afgesloten wegens onderhoud dus rijden we via de binnenweggetjes door de polder. Bij één van de afslagen zit een volwassen zwaan met vijf jongen pontificaal midden op straat. Moet je net ons, stoere jongens van de dierenambulance, hebben.
Aflosser en ik springen uit de bus en drijven de zwanen naar de naaste sloot. Even een misverstand. Ik probeer de zwanen naar de linkerkant van de weg te drijven, aflosser naar de rechterkant. Aflosser wint.
Zwanen glijden netjes de sloot is, op één na. Één van de jongen komt op z’n kop in een gat tussen de beschoeiing en de wallenkant in terecht. Aflosser pakt het beest bij kop en kont, trekt hem uit het gaat, en “plons” is die ook te water. Oude zwaan sist nog wat verontwaardigd na en zwemt dan statig weg, jongen op sleeptouw.
Wij vervolgen onze weg en zonder verdere vermeldenswaardigheden wordt ik thuis afgezet.

Je moet ingelogd zijn om te kunnen reageren!

1 2 3 [4] 5

WMRphp ver. 7.1 secs - Smalle versie - terug naar boven