1. Één voor de prijs van drie Alternatief voor een reclameslogan 1.1. Straatkat Het is kort na de kerst. Omdat de beschikbare vrijwilligers allemaal hun specifieke wensen hebben voor de feestdagen loopt de planning een beetje in het honderd, maar dankzij de niet aflatende zorgen (en hoofdpijn) van de coördinator is het toch nog goed gekomen. Alleen nog Oud en Nieuw en dan zijn de meeste van die problemen ook weer geschiedenis. Voor mij begint de dag met een dubbele melding. Centrale vermoed dat beide hetzelfde dier betreffen. Het gaat over een aangereden kat in een dorp in de andere regio. De ene geeft aan nabij een horecagelegenheid aan een kruispunt, de tweede een dijk aan een rivier met een huisadres. De tweede zou de kat midden op straat liggen, de eerste is niet gespecificeerd. Ik heb net de bus van de lader gehaald, de bus is van elektrische persuasie, die is, in het koude weer, zo vol als hij maar zijn kan. Ik stap in en rijd naar de bijrijder. Toen ik die opbelde om te zeggen dat er een dode kat op ons lag te wachten, mogelijk twee, belde ik haar uit bed. Zeker een latertje geweest gisteravond. Bijrijder is nog bezig aan te kleden als ik arriveer. Haar vriend is al wel in de kleren. Het aanbod van koffie sla ik af, er ligt wel een melding op ons te wachten. Ook al is het een dode kat, of twee, zo’n beest wil je zo vlot mogelijk van de straat hebben. Als bijrijder toonbaar is lopen we naar de bus en stappen in. Er is geen adres of telefoonnummer, alleen maar twee plaatsen war een dode kat zou liggen. Eerst maar degene waarvan we weten dat ‘ie midden op straat ligt. Nummer twee dus. Het is een goed half uur rijden. Als we onderweg zijn komt centrale met het bericht dat er nóg een melding binnengekomen is maar zij heeft die geïdentificeerd als zijnde dezelfde kat. Als we de laatste bocht opdraaien naar de dijk in kwestie krijgen we melding van Flitsmeister dat er een dood dier op de weg ligt. Dat zal de onze zijn. Ik minder vaart, en inderdaad, midden op onze rijbaan ligt een dode kat. Dankzij de fietsstrook kan ik de bus precies naast de kat neerzetten. Mooier gaat bijna niet. Flitsers en alarmlichten aan. Bijrijder grijpt de chiplezer voor het geval er nog een chip te lezen valt en ik haal al vast een zak uit de bus. Bijrijder leest de chip uit en haalt dan de spade uit de bus. Bijrijder schept de restanten van het dier in de zak. We staan heel dicht op de bus. Als er verkeer de bocht om komt en ze nemen een beetje ruimte staan we zo veilig genoeg. Met een paar tellen zijn we klaar. Spade schoonmaken en dat was dat. Als alles klaar is gaan we naar de eerste melding. Die is honderd meter verderop, precies bij de brug over de rivier. We hadden dus een dijk, en twee straten. Dat klopt heel aardig want precies op dat punt is een kruising. Mogelijk heeft de eerste melder zich honderd meter vergist. Voor alle zekerheid lopen we de brug over aan beide kanten en bekijken we het hele gebied van de kruising. Geen dode kat te bekennen. Het idee van de centrale dat alle drie de melding hetzelfde dier betroffen was hoogstwaarschijnlijk de juiste. We melden ons af en rijden naar het asiel. Daar leggen we de restanten van de kat in de vriezer. Vandaag is zondag en de milieustraat is dicht. Met de eerstvolgende gelegenheid kan het karkas meegenomen worden. We gaan naar huis. |