De bever is na zijn ceremoniële herintroductie in de Biesbosch uitgegroeid tot een kostbare probleemsoort die in grote delen van Nederland voor flinke overlast zorgt. Waterschappen, provincies en bewoners melden snel stijgende schade aan dijken, wegen en woningen door het graven van holen en burchten. De Unie van Waterschappen zag de jaarlijkse kosten daardoor stijgen van een half miljoen euro in 2019 naar 4,5 miljoen euro in 2023, en de verwachting is dat dit bedrag nog verder oploopt. Bij Waterschap Rivierenland controleren speciale beverpatrouilles inmiddels dagelijks de dijken om graafactiviteiten op te sporen. Coördinator beverbeheer Kees Schep waarschuwt dat holen onder dijken, wegen en spoorlijnen de stabiliteit aantasten en de veiligheid direct in gevaar brengen. Volgens hem kost het beverbestendig maken van de duizenden kilometers aan Nederlandse dijken een vermogen, terwijl het nog onduidelijk is wie deze rekening gaat betalen.
Om de aanpak te stroomlijnen is vorig jaar het Kenniscentrum Bever opgericht, waarin waterschappen samenwerken met Rijkswaterstaat, ProRail en het Interprovinciaal Overleg. Projectleider en ecoloog Elze Polman benadrukt dat een beter begrip van het diergedrag nodig is, bijvoorbeeld door bevers te zenderen. Zij noemt de bever een prachtig beschermd dier waarmee we willen samenleven, maar wijst tegelijkertijd op de dringende risico's voor de infrastructuur en veiligheid. De overlast bereikt inmiddels ook woonwijken, zoals in Nijmegen. Bewoonster Sierra van Brunschot zag hoe een beverburcht onder haar huis leidde tot verzakkingen en scheve gevels, waardoor haar woning nu instabiel is verklaard. De herstelkosten bedragen naar schatting een ton en een collectief van vijftig buurtbewoners kampt met soortgelijke problemen. Wie deze schade moet vergoeden is momenteel het onderwerp van een juridisch geschil tussen verzekeraars en de overheid. Omdat de bever een beschermde diersoort is, mag er bovendien alleen worden ingegrepen met een provinciale ontheffing.


