Een Duitser verkocht een gehuurde Audi met vervalste documenten aan een nietsvermoedende koper. De rechtbank in Keulen oordeelt dat de koper de auto mag houden, omdat hij niet kon weten dat er iets mis was.

Een vrijwel nieuwe Audi A3 voor 25.000 euro: een inwoner van Keulen dacht een uitstekende deal te hebben gesloten. Maar enkele dagen na de aankoop werd zijn nieuwe auto alweer door het autoverhuurbedrijf teruggehaald. De koper liet het er niet bij zitten en stapte naar de rechter. Met succes: de rechtbank in Keulen heeft bepaald dat hij recht heeft op de auto.

De zaak begon toen een man een Audi huurde bij een autoverhuurbedrijf. Hij verkocht de auto nog dezelfde dag door aan de inwoner van Keulen, met behulp van vervalste documenten. Volgens het Duitse opinieblad Der Spiegel ging de koper ervan uit dat hij een bijna nieuwe middenklasser voor een aantrekkelijke prijs op de kop had getikt.

Het verhuurbedrijf wist de auto vervolgens met behulp van gps te lokaliseren. Met een reservesleutel haalde het bedrijf de Audi terug, zonder toestemming van de koper. Die besloot daarop juridische stappen te ondernemen om zijn aankoop terug te krijgen.

De rechtbank keek bij de beoordeling vooral naar de vraag of de koper had kunnen vermoeden dat er iets niet klopte. Volgens de rechters had hij voldoende voorzorgsmaatregelen genomen. Hij vroeg de verkoper om de kentekenpapieren en diens identiteitsbewijs te tonen. Ook controleerde hij het voertuigidentificatienummer.

Voor een gewone autokoper was volgens de rechtbank niet zonder meer te zien dat de documenten vervalst waren. Ook enkele opvallende omstandigheden hoefden niet automatisch argwaan te wekken. Zo ontbrak de reservesleutel, moest de koper contant betalen en was de prijs relatief aantrekkelijk.

De verkoper had bovendien een verklaring voor die omstandigheden. Hij vertelde dat hij dringend contant geld nodig had vanwege een aanstaande bruiloft en dat hij de reservesleutel was kwijtgeraakt. De rechtbank vond daarom niet dat de koper grof nalatig was geweest.

Een belangrijk punt in de uitspraak is het onderscheid tussen diefstal en vrijwillige afgifte. Wie een gestolen auto koopt, kan zich in Duitsland in principe niet beroepen op verkrijging te goeder trouw. De oorspronkelijke eigenaar is het voertuig immers onvrijwillig kwijtgeraakt.

In deze zaak had het verhuurbedrijf de Audi echter zelf aan de huurder meegegeven. Dat de huurder de auto vervolgens illegaal doorverkocht, betekent volgens de rechtbank niet dat de koper automatisch zijn rechten verliest.

Het vonnis verplicht het verhuurbedrijf om de Audi aan de koper terug te geven. De uitspraak is nog niet definitief. Hoe het verhuurbedrijf zijn schade kan verhalen en welke gevolgen de verkoper tegemoet kan zien, is niet bekend. De rechtbank gaf daarover geen nadere toelichting.