Haastwerk bij het ontslag van een manager is een bedrijf duur komen te staan. Reizen op kosten van de baas naar verre oorden zouden eigenlijk vooral vakantietripjes zijn geweest. Maar in plaats van dat de manager de kosten moet terugbetalen, krijgt zij een flink bedrag mee.

De vrouw, die werd geboren in 1962 en sinds 1985 bij het bedrijf werkte, werd op 7 november van vorig jaar ontslagen. Op dat moment werkte zij als Head Global Master Datamanagement SSC, voor een salaris van bijna 13.400 euro per maand.

Haar loopbaan bij het bedrijf eindigde met een knal, na een klacht over haar gedrag. Zij zou de klager onder meer hebben ingezet als privé-chauffeur, kilo's snoep hebben meegenomen naar huis en personeel de werkstukken van haar zoon hebben laten maken.

De twee belangrijkste beschuldigingen aan haar adres gingen verder dan dat. Ten eerste hadden de zakelijke reizen die ze maakte naar Sri Lanka en India, China en Brazilië 'in overwegende mate een privé-karakter'.

Deze beschuldiging komt alleen pas naar voren tijdens de rechtszitting in Breda. In de ontslagbrief gaat het nog om het overschrijven van de 'travel policy' van het bedrijf. "Dat is een hele andere beschuldiging", schrijft de kantonrechter.

En dat is de belangrijkste reden dat het ontslag op staande voet niet volgens de regels is gegaan. Dit moet namelijk onverwijld gegeven worden, juridisch jargon voor zo snel mogelijk. En met duidelijke uitleg waarom iemand is ontslagen, om werkgevers te dwingen niet over een nacht ijs te gaan als ze zo'n zware maatregel nemen.

Daarom mogen werkgevers ook niet later nog extra redenen aanvoeren als motivatie voor het ontslag. Dat heet het fixatiebeginsel, wederom bedoeld om werknemers te beschermen. Het bedrijf hield zich hier volgens de kantonrechter niet aan.

Pas in de rechtszaal komt het bedrijf met informatie om de redenen uit de ontslagbrief te onderbouwen. Uit die informatie blijkt weliswaar dat de zakelijke reizen inderdaad ook een privé-element hadden en de manager daar transparanter over had moeten zijn, vindt de rechter. Of het genoeg was om iemand te ontslaan, is volgens de rechter nog maar de vraag. Maar omdat de info pas later naar boven kwam, is dat überhaupt niet relevant.

En ook het bewijs voor bij de tweede beschuldiging is voor de rechter niet zwaar genoeg. Het gaat om 'dagdieverij': minder werken dan waarvoor ze betaald kreeg. Uit onderzoek van het bedrijf bleek dat de vrouw gemiddeld 1,7 dag per week op kantoor was, voor gemiddeld vijf uur en 20 minuten. Een stuk minder dan de 40 uur per week die in haar contract stond.

De vrouw heeft niet zo veel in te brengen tegen de uitkomsten van het onderzoek, maar de rechter gelooft wel dat ze vanwege haar functie 'ruimschoots' 40 uur werkte. Omdat ze contact had met teams over de gehele wereld, van 's ochtends vroeg tot in de avonduren. Naar eigen zeggen stond de vrouw vaak ook buiten kantoortijden 'aan'.

De eerder genoemde redenen vindt de rechter ook niet genoeg reden voor ontslag, maar hooguit als bewijs voor 'disfunctioneren'. En daar had het bedrijf haar op aan moeten spreken, zodat de vrouw de mogelijkheid had gekregen om haar leven te beteren.

Omdat het ontslag dus onterecht is, heeft de vrouw recht op een serie aan vergoedingen, bij elkaar opgeteld goed voor zo'n 265.000 euro. In dat bedrag zat onder meer de maximale transitievergoeding van één jaarsalaris, à 160.000 euro. Daarnaast ruim 64.000 euro vanwege het op brute wijze beëindigen van het dienstverband. En ten slotte nog eens 40.000 euro aan billijke vergoeding omdat het ontslag niet in lijn met de regels was.