Dierenambulance 5 | |
| 13-12-25 12:28:46 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
26: Dode aangetroffen op begraafplaats Schoolvoorbeeld van correct maar eigenaardig aandoend nieuws 26.1: Kat van de buren Tijdens de overdracht, we zijn onderweg naar de domicilie van de collega, gaat de telefoon. Er is in het stadje aan mijn kant van de rivier een kat gevonden. Op de oprit, liggend in een plas water. Het heeft net geregend. Dat is wel heel vreemd voor een kat. Die gaat alleen maar in een plas water liggen als ‘ie écht niet voort kan. Het is nagenoeg op de route dus één van de beide collega’s, we zitten dit keer met z’n drieën in de bus, chauffeur, z’n vriendin die ook chauffeur is maar nu als bijrijder functioneert, en ik zei de gek, toetst het adres is. Een oude uitvalsweg van het stadje naar de polder toe. Als we aankomen is het inmiddels donker en het is even zoeken naar het juiste huisnummer. Er blijken meerdere nummers aan één oprit te zijn en natuurlijk moeten we de achterste hebben. Maar als we gedrieën de oprit oplopen komen de mensen al naar buiten. Het gezin bestaat uit man en vrouw met een stuk of wat halfvolwassen kinderen. Mijnheer had de kat gevonden. Een reus van een kat met zwaar overgewicht. Lief beest, ondanks zijn klaarblijkelijke toestand blijft ‘ie rustig liggen ook al wordt ‘ie gemanipuleerd. Volgens mijnheer toont ‘ie ongemak bij de achterpoten, maar wat het is kunnen we niet beoordelen. Meest ernstig zou een bekkenbreuk zijn, maar dan zou zo’n dier meer aangeven. Maar meest waarschijnlijk heeft ‘ie een tik gehad van dees of gene en toen met z’n kapotte lijf toch nog de oprit opgekropen. We overleggen met de familie. Mijnheer komt op het idee een buurvrouw te bellen. Die kent alles en iedereen in de buurt. En inderdaad, buurvrouw weet aan de hand van de beschrijving, kleur, formaat etc. te vertellen dat het de kat is van buren een paar huizen verderop. Eigenaar gebeld, die zit op anderhalf uur rijden verder. Maar ook hij herkent aan de hand van de beschrijving zijn kat. Kan niet missen. Ik adviseer de eigenaar om hoe dan ook een dierenarts in te schakelen, maar vermeld wel dat het zo op zaterdagavond wel eens prijzig kan gaan worden. Eigenaar is eerst in dubio maar beslist dan. Hij komt naar huis. Als de kat bij de melder kan blijven dan haalt ‘ie de kat op en beslist dan wat of er met het dier moet gebeuren. Onderdeel van de overweging is dat de kat al vijftien jaar oud is. Ik vermoed dat het een vorm van euthanasie gaat worden. Of dat door een dierenarts zal gebeuren of op een andere manier, daarover weiger ik voor mezelf een oordeel aan te matigen. Dat is aan de eigenaar. De kat blijft bij de melder op de stoel met een handdoek erover. Wij gaan terug naar de bus en vervolgen onze aflossing. | |
| 14-12-25 09:55:21 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
26.2: Aangevallen egel Het is weer wintertijd. Beetje vroeger licht in de ochtend, voor zo lang als het duurt. Even voor de koffie komt er een melding door over een egel die aangevallen zou zijn door een hond. Vaak is de hond dan een ernstiger slachtoffer dan de egel maar in dit geval schijnt het toch andersom te zijn. De originele melding dateert van gisteravond. De melder kreeg het advies om de egel in een doos te doen met wat water en kattenvoer en de boel even aan te kijken. De volgende ochtend mocht ik gaan kijken of de egel inderdaad beschadigd was. Het adres is in een nieuwe wijk in de stad met behoorlijke parkeergelegenheid. Ik kan de bus nagenoeg voor de deur neerzetten. Als ik aanbel doet vrijwel onmiddellijk een jongetje van een jaar of acht de deur van de garage open. Aanwezig zijn papa, twee spruiten en de egel. Ik vraag eerst naar de hond. Daar gaat het goed mee, hij heeft de snuit niet vol met stekels. Waarschijnlijk was mijnheer er op tijd bij. De hond is een Jack Russel en die zijn nogal eens overmatig enthousiast. Betekent dat de egel waarschijnlijk ook niets heeft opgelopen. Ik praat even met de aanwezigen, ook de kinderen willen hun duit in het zakje doen, en besluit dan om het maar eens te proberen. Met toestemming van de melder zet ik de egel, opgerold en wel, bij de heg. Beest beweegt wat maar heeft geen zin om te ontrollen. Dan maar wat zwaardere maatregelen. Ik pak het diertje weer op en zet het middel op de tegels. Minder comfortabel voor het dier maar dan krijgt ‘ie misschien wél zin om beschutting op te zoeken. En, ja hoor, beestje ontrolt, komt in de benen en schuifelt in de richting van de heg. Niets te bespeuren van enig mankement. Die is waarschijnlijk alleen maar geschrokken maar heeft er verder niets aan overgehouden. Ik neem afscheid van de familie, ga terug naar de bus en naar huis. | |
| 15-12-25 22:56:18 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
26.3: Dode kat op begraafplaats Dezelfde dag, maar dan na de koffie, komt de volgende melding binnen. Een vrouw heeft een dode kat gevonden op de plaatselijke begraafplaats, het dier in een kratje gedaan en mee naar huis genomen. Ze moest nog naar haar werk, daarom zou ze het dier in de krat op de oprit leggen met een handdoekje er overheen. Ik bel mijn bijrijder, die ik de vorige rit glad vergeten was, en haal haar op. Bijrijder belt de melder en die zegt op basis van onze ETA dat ze nog even blijft wachten. Het is in een groot dorp in de andere regio, ongeveer 40 minuten rijden. Als we aankomen en de bus op de oprit zetten komt mevrouw al naar buiten. Zoals gezegd lag de kat netjes in een kratje onder een handdoek op de oprit. Chip uitlezen, geen chip. Dat is makkelijk. Fotootje maken, het dier was niet erg beschadigd, formuliertje schrijven en naar de vriezer op het asiel. Standaard werk. We praten nog even met mevrouw, die het dringende verzoek heeft om de begraafplaats als vindplaats te vermelden en niet haar huisadres. Natuurlijk. Dat doen we. Dan nemen we afscheid en vertrekken naar het asiel. Kat met formulier in de vriezer, die al weer redelijk vol begint te raken en we kunnen weer op huis aan. | |
| 16-12-25 09:05:37 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
26.4: Snavelbreuk Ik ben net goed en wel thuis als de telefoon weer gaat. Volgende melding. Dit keer een gans die uit de lucht was komen vallen. Ook was er bloed aan de snavel te zien. Ganzen die uit de lucht vallen? Ik heb dat één keer eerder meegemaakt (1e boek “Zwanenzang”, hoofdstuk 1.2: gevallen gans) en toen was het een gevalletje vogelgriep. Maar bloed aan de snavel? Dat klopt niet met vogelgriep. Maar we zullen het wel zien als we er zijn. Ik haal weer de bijrijder op en samen rijden we richting stad. Daar is het adres van de gans, aan de stadsgracht in één van de oudere grachtenpanden. We zetten de bus neer op een vrij plekje aan de gracht, lopen naar het adres en bellen aan. Mevrouw doet open. “Ah, daar bent u, de gans zit achter”. We lopen via het gangetje en de keuken naar het plaatsje achter. Daar heeft mevrouw het dier onder een wasrek geparkeerd. Wasrek aan de kant en we bekijken het dier. Eerst voorzichtig in verband met een eventuele vogelgriep. Maar de klassieke symptomen zoals ik die ken zijn er niet. Beest ligt op de tegels, kan amper op de poten staan en heeft inderdaad bloed aan de snavel. Het lijkt erop of de snavel een tik gehad heeft waardoor de tip naar binnen gebogen is. Twee breuken zijn daar te zien. Bijrijder probeert voorzichtig de snavel te openen maar dat lukt niet. Bovenkant is schijnbaar te ver naar binnen gebogen waardoor de onderkant niet open kan. Conclusie: die is ergens tegenaan geblunderd en heeft daardoor z’n snavel ingedeukt. Pak van m’n hart, geen vogelgriep. Maar het beest moet wel geholpen worden. De vraag is, of dat door de reguliere opvang kan gebeuren of dat er een dierenarts naar moet kijken. Met die vraag in het achterhoofd nemen we afscheid van mevrouw en gaan terug naar de bus. Daar bellen we de opvang. Geen gehoor. Ondertussen rijden we al die kant op. Sturen een appje. Als we op de opvang zijn nog geen antwoord. We bellen opnieuw. Nog steeds geen antwoord. Dan bellen we centrale. Wat is wijsheid? We kunnen het dier natuurlijk in één van de kooien achterlaten, dat doen we wel vaker, maar in dit geval lijkt ons dat geen valabele oplossing. Centrale geeft aan de opvang in de grote stad te contacteren. Eerst vragen of ze het dier kunnen hebben gaat dat niet dan toch maar een dierenarts. We bellen de opvang in de grote stad. Die weet het eigenlijk ook niet, zo door de telefoon, maar we mogen hem toch brengen, dan zullen ze er naar kijken. Daarmee gaan we onderweg naar de grote stad. Daar aangekomen bellen we aan. Zo op zondag is het rustig. We zeggen dat we een gans komen brengen. “Zet maar in de witte schuur”. De witte schuur is het quarantainehok. We geven aan dat er beter direct iemand naar komt kijken. “Oké”. Wij gaan met de gans naar de witte schuur. Even later komt er iemand aan. Die bekijkt het dier en met wat gewriemel krijgt zij de snavel toch open. Misschien waren wij te voorzichtig. Het dier krijgt een hok, een duif moet daarvoor wijken, en een bakje met water. “Morgen, als de baas weer terug is, kijken we wel verder”. Daar moeten we het mee doen. We gaan terug naar de bus, maken de bak schoon en gaan terug naar huis. | |
| 18-12-25 18:43:12 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27: Van de meeuwen naar de kat Spreekwoord: Van het kastje naar de muur 27.1: Aangereden De eerste melding van de dag. Een kat die was aangereden in een dorp in de andere regio. Ik heb vandaag weer twee te doen, er is nog steeds een schrikwekkend gebrek aan chauffeurs en bijrijders waardoor er de facto maar één bus kan rijden van de twee die we hebben. Dus doen we het min of meer om en om. De melding is al van gisteravond, maar omdat het dier dood is, is er geen spoed meer bij. Centrale heeft daarom besloten dat het wel kon lijden tot de volgende dag. Ik heb vandaag weer een bijrijder. Die bel ik op of ze zin heeft in een dooie kat. Dat heeft ze. Ik haal de bijrijder op van haar huisadres en gezamenlijk rijden we richting kat. Bijrijder belt naar de melder dat we er aan zitten te komen. Eigenlijk is dat niet nodig, de kat is neergelegd in een rode schoenendoos op de oprit. Die kunnen we zo meepakken. Maar het is wel een goed idee om een melder te laten weten dat er actie wordt ondernomen. Melder geeft aan dat het adres niet haar huisadres is en vraagt of ze langs moet komen. Bijrijder riposteert dat dit niet nodig is. Het adres is een gewoon woonhuis. Als we de bus tegenover het adres neerzetten komt de bewoner al naar buiten. Die vertelt hoe het zit. Kat was aangereden op een kruising. Melder heeft het dier opgeraapt en naar de dichtstbijzijnde woning gebracht. De bewoner heeft het dier daarop in een schoenendoos gelegd en melder heeft haar melding gedaan. Tevens heeft een familielid die bij een dierenarts werkt een chiplezer opgehaald en het dier gecontroleerd. Wel een chip maar niet geregistreerd. Pech voor de eigenaar, die kan nu niet ingelicht worden. We doen het dier in een bakje en nemen de schoenendoos mee. Die zit onder het bloed en is niet meer bruikbaar. Op het asiel is er wel een afvalbak waar we die doos kwijt kunnen. Zo rijden we naar het asiel. Situatie afgewerkt zoals gebruikelijk. De lege schoenendoos gaat platgemaakt in de oudpapiercontainer die al klaar staat om geleegd te worden en vervolgens breng ik de bijrijder naar huis. Net als we daar aangeland zijn gaat de telefoon. | |
| 19-12-25 12:05:48 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27.2: Belaagde kraai Net als we na de vorige melding bij het huis van de bijrijder zijn aangeland komt er een nieuwe melding door. Een kraai zou door meeuwen zijn aangevallen, daarbij gewond zijn geraakt en vervolgens belaagd zijn door een kat. Dat vond de melder, een van onze nieuwe collega’s, zielig voor de kraai. Melder heeft hem toen met wat moeite weten te vangen en in een kooi gezet. Het adres is in de stad in een arbeiderswijk. Nauwe straatjes die niet zijn ontworpen voor geparkeerde auto’s. Zestig jaar geleden hadden arbeiders nog geen auto’s. Ik ben druk aan de klets met de bijrijder en rijd het adres vierkant voorbij. Ik merk het op hetzelfde moment. Twintig meter verderop is een parkeerplaatsje waar vaak wel ruimte is. Daar zet ik de bus neer. We stappen uit en pakken een bakje voor de kraai. Ondertussen is melder zijn huis al uitgekomen en staat te zwaaien “hier moet je wezen”. Hij had ons met een noodvaart voorbij zien scheuren en dacht: “Waar gaan die idioten nu naar toe”? Bijrijder maakt kennis. Ik kende de melder al. Ik heb hem vorige week al een keer afgelost (melding 26.1: Kat van de buren). Hij gaat ons voor via een steegje achterom. “Let niet op de rommel”. In de keuken staat een transportkooi met daarin de kraai. Ik haal het dier er uit. Melder: “Pas op, hij is flink levendig, dat ‘ie niet ontsnapt”. Inderdaad weet het beest zich flink te weren. Toch is ‘ie duidelijk niet gezond. Wat, daar heb ik, noch de bijrijder, een idee van. Maar een gezonde kraai is niet maar zo te pakken te krijgen, het is duidelijk dat ‘ie wel wat onder de leden heeft. Daarmee zet ik de kraai in onze eigen transportkooi en nemen afscheid van de melder. Terug in de bus belt bijrijder met de opvang en vertelt het verhaal. “Kom maar door”, zegt die, “ik ben aan de opvang, dan kan ik er gelijk naar kijken”. Op de opvang bekijkt de beheerder de vogel. “Die zit onder de veerluis”. Veerluis of veermijt is een soort mijt die leeft van de keratine in de veren van een vogel. Het is volgens internet goed te behandelen met diverse middelen. Kraai wordt in een hok gezet: “Daar gaan we zo direct wat aan doen”. | |
| 21-12-25 15:12:01 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27.3: Zieke gans Dan komt er alweer een melding door. In de stad in het park is een gans gevonden die verschijnselen van vogelgriep vertoont. Mogelijk dezelfde gans was al eerder gemeld maar die vluchtte voor de melder uit het water in. En een zwemmende gans krijgen wij niet te pakken. Dat hebben we al vaak genoeg geprobeerd. De plaatselijke vogelgroep zou het in de gaten houden en denkelijk hebben ze het beest nu op de wal klem weten te zetten. Één van de collega’s is ook aanwezig. Dat is een voordeel want dat maakt de kans kleiner dat we voor nop rijden. Het is bij het brugje bij de kinderboerderij waar ik al eens een officiële waarschuwing gehad heb vanwege op het fietspad rijden (11.4: Gänsespiel). Nu maar via de andere route. Als we komen aanrijden staat er een clubje rond de aangegeven positie. Ik zet de bus in de berm, flitsertjes aan. Collega komt al op ons toe. Voor de bijrijder is dit de eerste keer dat ze een geval van vogelgriep onder handen krijgt. Onderweg had ik met haar de procedure doorgesproken. Dus bij aankomst praten we even met collega en ik vlieg terug naar de bus om de vogelgriepsetjes te halen. Overal, muts, overschoenen, handschoenen en mondkapje. “Ho even”, zegt de collega, “Dat heb je allemaal niet nodig, hij zit al in een doos”. Ik stop de materialen weer terug en ga kijken. Inderdaad zit het beest in een stevige kartonnen doos. Doos open, toch even kijken, en ja, daar zit een gans. Een Canadees dit keer. Nek verdraaid, wat bij de symptomen hoort. Verhaal van de collega sluit daar bij aan. Onregelmatige, ongecoördineerde loop. Ook dat hoort er bij. Vogelgriep is bij vogels een neurologische aandoening die dat soort dingen veroorzaakt. Ik overleg met collega. Hij doet momenteel dienst als coördinator dus hij mag regelen naar welke dierenarts we gaan voor de euthanasie. Het is zondagmiddag laat en daarom moeten we eerst weten welke dierenarts dienst heeft. De dierenarts van dienst zit een stuk verderop, maar dat is niet zo’n bezwaar. De arts moet in dit geval van huis komen en zal ongeveer terzelfder tijd aankomen. We zetten de doos met de gans in de bus en vertrekken. Bij de dierenarts had de arts het van ons afgewonnen. Die was er al en zat driftig te tikken achter een computer. Volgens afspraak zou de procedure in de bus plaats vinden, dit in verband met een eventuele besmetting van de praktijkruimte. Ik sleur dan ook de dierenarts vanachter haar computer weg. Arts schiet er weer van tussen “Even de spullen pakken”. Dan komt ze naar de bus. Ik til met wegwerphandschoenen aan de gans uit de doos zodat de arts er bij kan. De gans krijgt het verlossende spuitje. Protesteert amper zo ver was die al heen. Even wachten, luisteren naar het hart, en als het getik over is, is de procedure gedaan. We nemen afscheid van de arts en vertrekken naar het asiel. Normaal gaat een geëuthanaseerd dier linea recta naar de kadaverbak, maar die is vandaag, zondag, gesloten. Daarom gaan we naar de vriezer waar de gans tussen de dode katten komt te liggen. Bij de eerstvolgende gelegenheid gaat ‘ie alsnog naar de kadaverbak. | |
| 24-12-25 00:52:04 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27.4: Stevige kitten De volgende rit laat niet lang op zich wachten. In de andere regio moeten we een kitten ophalen. Die was komen aanlopen en kon niet bij de melders blijven. Bus in de rondte geslingerd, we waren vanaf het asiel al weer onderweg naar huis, en op naar het kitten. Zoals gebruikelijk belt de bijrijder naar de melders. Die zijn thuis, we kunnen langskomen. Het adres is in een nieuwe wijk in een niet al te groot dorp. Parkeer is niet overdadig, maar op de oprit is ruimte. Daar zetten we de bus neer. Als we uitstappen komen de melders, man en vrouw, al naar buiten. In verband met het eigen gedierte is de kitten opgesloten in de garage. Het beest zit in een transportkooi. Bijrijder haalt het dier er uit. Voor een kitten is het een forse, zwart van kleur. Zoals vrijwel steeds is bijrijder op slag verliefd. We hadden de chiplezer in de bus laten liggen. Dus nemen we het dier mee naar de bus in onze eigen transportkooi. Melders willen dat ook wel eens zien en lopen mee. Geen chip te bekennen, het dier kan naar het asiel. Het kitten is groot genoeg voor de nachtopvang. Daar zetten we het beest in. Formuliertje er bij en klaar. Ik breng bijrijder naar huis en ga zelf ook eens kijken hoe mijn logee er bij ligt. Sinds enige tijd heb ik als gastgezin een katertje te logeren. | |
| 24-12-25 13:11:37 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27.5: Ongeknapte uil Weer een nieuwe dag en nieuwe kansen. Op een wat minder schappelijk tijdstip voor een pensionado, half acht in de ochtend, gaat de telefoon. In een kantoorgebouw in aanbouw is een uiltje komen binnenvliegen. Voor mij in de andere regio, ongeveer veertig minuten rijden. Het dier zit er al een tijdje en melder vindt dat het beest nu maar eens vort moet. Hij stelt het wat diervriendelijker maar daar komt het op neer. Ik krijg een hele schuif aan instructies mee. Melder kan zelf niet aanwezig zijn, maar heeft bij de ingang waar ik wezen moet twee pylonen neergezet. Ik moet dan een dek omhoog waarvoor melder een ladder heeft geplaatst. Verder heeft hij twee ramen opengezet. Het zou dan ook maar zo kunnen dat het beest al vertrokken is. Als ik aan kom tuffen (ik heb dit keer geen bijrijder) is het even zoeken naar de juiste ingang. Omdat alles nog in aanbouw is kloppen de adressen niet volledig, maar met een beetje zoeken zie ik beide pylonen. Gevonden. Ik stap uit, net en transportbox mee, en wurm me door het bouwhek. Ik stap naar binnen en zie onmiddellijk de ladder. Klopt allemaal als een bus. Met al m’n pruttel de ladder op en arriveer op het eerste dek. Een grote lege ruimte met zwarte stalen dekbalken. Ideaal om voor een uiltje om op te zitten. Ik loop alle balken na maar zie niets. Door het contrast van de zeer lichte muren en de zwarte balken is het moeilijk te zien. Lamp van het mobieltje aangestoken en weer eens kijken. Nog niets. Dan geef ik het op. Ik bel naar de melder en zeg dat de uil foetsie is. Dan doe ik de ramen dicht en rol het spanbandje op waarmee de ramen gesjord waren. In één van de raamopeningen liggen twee plakjes worst, onaangeroerd. Melder had had gedacht dat als de uil op de worst aan komt dan ziet ‘ie vanzelf waar de opening naar buiten is. Helaas moeten uilen het van een levende prooi hebben. Aas eten ze niet. Het was dus overbodig maar goed bedoeld. Ik ga de ladder af en loop naar buiten. De worst gooi ik in de struiken. Die vindt z’n weg wel. Dan stap ik in, meld centrale dat het niets geworden is en rijd naar het asiel. Als het goed is ligt daar een hond op me te wachten. | |
| 27-12-25 16:49:55 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27.6: Ingeslapen hond Dat blijkt niet zo. Het geval is wat minder prettig. De hond is ernstig, ongeneeslijk, ziek en moet ingeslapen worden. De procedure is nog niet gedaan, ik ben drie kwartier te vroeg. Dat is geen probleem, er staat een prima koffiezetapparaat in de kantine. Het is rond koffietijd en ik heb samen met de vrijwilligers van het asiel, het overgrote deel van degenen die op het asiel werken zijn vrijwilligers, een heel gesprek over van alles en nog wat. Na de koffiepauze vertrekken de vrijwilligers en ik ga op zoek naar de hond. Bij de praktijkruimte van de dierenarts krijg ik te horen dat er vertraging is opgelopen met de behandeling van de katten en dat het met de hond nog een half uurtje zal duren. Ik ga weer terug naar de kantine. Zo’n twintig minuten later komt de dierverzorger die als assistente van de dierenarts dienstdoet me ophalen. De hond is ingeslapen, ik kan hem wegbrengen. Beneden bij de praktijkruimte neem ik het dier in ontvangst. De dierverzorger loopt met de hond in een deken mee naar de bus. Daar legt zij hem neer. Ik haal nog de gans van melding “27.3: Zieke gans” uit de vriezer. Die kan gelijk mee. Dan naar de kadaverbak van de milieustraat. Het is niet druk en ik kan gelijk doorrijden. Beide dieren “plof” in de bak en dat is dat. De deken van de hond, daar is niets mee gebeurt, die gaat in de bak voor de vuile was in de bus. De plastic zak waar de gans in zat gaat in de kliko van de milieustraat. Dat zit er weer op. Ik ga op huis aan. | |
| 28-12-25 22:45:47 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27.7: Te klein voor de winter Ik zit net thuis achter een bak soep als de volgende melding weer binnenkomt. Ik slobber de bak soep naar binnen, ren naar de bus en ga onderweg. Het adres is naast de kerk in een dorp niet al te ver van mijn woonplaats maar wel in de andere regio. Het gaat om een egeltje die door de melder bij de kerk is aangetroffen en waarvan de melder zich afvroeg of het beestje de winter wel zou overleven. Aangekomen zet ik de bus op het parkeerterrein bij de kerk en loop naar het bewuste woonhuis. Mevrouw doet open. Het diertje zit in een doos naast de voordeur. Niet binnen in verband met de overenthousiaste hond. Ik haal het diertje uit de doos en bekijk het. Inderdaad een behoorlijk ondermaats exemplaar. Mevrouw had niets teveel gezegd. Zelfs ik met mijn ondeskundologische ogen kon dat wel zien. Ik praat even met mevrouw, die de dominee van de naastgelegen kerk blijkt te zijn. Ik vraag of het dier volgend voorjaar hier weer uitgezet kan worden. Dat is in orde. Ze laat me haar tuin zien. Compleet verwilderd, maar dat hoort zo. Goed voor de beestjes. Een gezonde egel kan daar prima z’n weg wel vinden. Dan neem ik afscheid en vertrek naar de egel-opvang van de regio. Ik probeer op te bellen maar er wordt niet opgenomen. Dan maar zo. Als ik aankom op de opvang is er niemand aanwezig. Dat kan natuurlijk. Als ik naar de receptie wil lopen om te kijken of er daar iemand wakker is kom ik een man tegen. Die was met een grasmaaier op het terrein bezig geweest. De beheerder van de opvang is niet aanwezig, vertelt hij, maar ik kan het diertje in één van de kooien voor de noodopvang plaatsen. Ook mijnheer is van mening dat het diertje het niet over de winter zou halen. Te klein en te mager. Daarmee zit mijn taak erop. Ik klem het bijbehorende formulier aan de kooi. Dan gaat de telefoon. Volgende rit. | |
| 30-12-25 08:28:50 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
27.8: Bloedzuigers in de snavel Die volgende rit begint met het verzoek van centrale om een hond op te halen bij een dierenarts in de grote stad en naar het asiel te brengen. Ik heb voor die rit 45 minuten. Rijtijd is goed twintig. Dat is makkelijk te doen. Tijdens de rit gaat de telefoon. Weer wat. In de polder ten noorden van de grote stad is een gans aangetroffen met bloed uit z’n snavel. Ik zit ten zuiden. Met zo’n melding ben je gauw drie kwartier bezig. Dan ben ik te laat voor de hond. Ik overleg al rijdende met de centrale. De hondenrit had ik doorgekregen van de coördinator. Die moet dan ook ingelicht worden. Zo gezegd zo gedaan. Ik verander de bestemming in die van de gans. Daar aangekomen blijkt het een soortement boerderij vlak naast het dorp met dezelfde naam als de polder. Ik zet de bus neer op de oprit en terwijl ik dat doe komt mevrouw al met de gans in een doos naar buiten. Ik praat even met mevrouw. Die blijkt al één en ander gedaan te hebben met als gevolg dat de gans twee bloedzuigers uitspuugde. Vandaar dat bloed, want nu in de doos is er niets van te zien. Maar je weet maar nooit wat voor schade die bloedzuigers aangericht hebben dus een ritje opvang lijkt me gerechtvaardigd. Terug in de bus bel ik de opvang. Die heeft een probleem. In de grote, naburige, polder is vogelgriep geconstateerd. Er is nog geen ophokplicht voor ons gebied verordonneerd, maar opvang neemt het zekere voor het onzekere en gaat alvast de vogels naar binnen brengen. Extra vogels opnemen is daardoor niet gewenst. We praten even en de conclusie is dat ik de gans maar het best een stuk verderop kan uitzetten. Waarschijnlijk waren die bloedzuigers het enige bezwaar en daar komt met een beetje goede wil zonder moeite weer bovenop. Zo gezegd zo gedaan. Ik zet een paar honderd meter verder de bus weer aan de kant en schop de gans de bus uit. Even kijken of ik ook vreemd gedrag kan zien, maar behalve een gerechtvaardigde verontwaardiging die ganzen wel vaker ten toon spreiden valt mij niets op. Op naar de dierenarts om de hond op te halen. Zie eerste paragraaf van dit hoofdstuk. Daar tref ik mijn collega met de andere bus. Omdat ik niet wist of ik op tijd voor die hond zou zijn is de coördinator in de bocht gesprongen en heeft stante pede de andere bus gecharterd. De chauffeur had eigenlijk een vrije dag maar die moest nu maar inspringen. Collega had de hond al ingeladen en wachtte alleen nog op het papierwerk. Ik kon verder op huis aan. Verder die dag geen meldingen meer gehad. | |
| 04-01-26 08:50:41 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
28: Tjonge jonge jonge wat een sprongen Liedje van Peter Koelewijn, ook gezongen door Het Cocktail Trio. 28.1: Vlooiencircus Gisteravond een telefoontje gehad van de coördinator. Vandaag om elf uur kittens ophalen in de stad. De beestjes waren door iemand gevonden en doorgespeeld aan “de Kattengroep”. Een groepje mensen die op vrijwillige basis zich het lot aantrekt van verdwaalde, gedumpte of anderszins verloren katten. Een aantal van onze (ex)collega’s zijn ook lid van die groep. Mooie tijd. Na de koffie ben ik meestentijds wel wakker. Tegen half elf bel ik de bijrijder. Die is beschikbaar. Ik haal haar van huis op, het is vrijwel niets om, en gezamenlijk rijden we richting stad. Één van de Kattengroep heeft de kittens, twee stuks, onder beheer genomen. Zij heeft de beste faciliteiten. Bijrijder belt de Kattengroep om te laten weten dat we onderweg zijn. We worden verwacht. Het adres is in een flatgebouw aan de grote doorgaande weg in de stad. Op de parkeerplaats zetten we de bus neer. Even zoeken naar het juiste nummer en dan aanbellen. Met de lift naar boven en we zijn er. De deur staat al open als we bij het juiste appartement aankomen. De twee kittens zitten in een mandje in een kast gescheiden van de vaste populatie. Best wel belangrijk want beide kittens barsten van de vlooien. Ondanks dat liggen ze met de buikjes vol genoeglijk te spinnen in hun mandje, innig verstrengeld zoals kittens uit hetzelfde nest doen. We praten even met de mevrouw van de Kattengroep. De beestjes liggen er zo heerlijk bij dat het bijna zonde is om ze te storen. Maar ja, de vlooien moeten behandeld worden en in het asiel kunnen ze rustig verder tukken. Daar krijgen ze ook hun eigen mandje. Beestjes gaan zonder protest in de transportkooi en dan nemen we afscheid. Mevrouw had ze graag gehouden, maar ja, ze had al zoveel katten. Weer met de lift naar beneden, de bus in en op naar het asiel. Op het asiel dragen we de beestjes over aan de dierverzorger. Wel even terdege waarschuwen vanwege de vlooien. We kunnen weer terug naar huis. | |
| 06-01-26 20:12:51 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
28.2: Dode kat en gevonden hond Het is alweer bijna de tijd voor het einde van de dienst als toch nog de telefoon gaat. Er zit een nieuweling op de centrale en die weet niet goed wat ze met de melding aanmoet. Is ook een beetje vreemd. Onze regio’s lopen gelijk met de gemeentegrenzen. In de ene gemeente hebben we een contract, in de andere gemeente heeft een andere dierenambulance het contract. Zaak is te weten waar die gemeentegrens ligt. Dat is in dit geval wat lastig. We praten hier over twee dorpjes met dezelfde naam waarbij de ene “Oost” als toevoeging heeft en de andere “West”. Tegelijk is er door de twee dorpen een weg die ook nog een keer diezelfde naam draagt. De huisnummers aan die weg maken het verschil. De gemeentegrens loopt tussen twee huizen door. Dat is historisch zo gegroeid. De oorspronkelijke grens is een waterloop die ernstig aan belangrijkheid heeft ingeboet. Veel meer dan een sloot is het niet, tegenwoordig. Aan de hand van de beschrijving van de centrale weet ik dat de melding op het gebied van de andere dierenambulance ligt. Echter, die andere dierenambulance heeft een naam op te houden op het gebied van niet op komen dagen. Ook dat heeft een reden: de grootte van het gebied en een tekort aan vrijwilligers. Omdat het voor mij niet zo ver is besluit ik er toch maar heen te gaan. Het gaat om een aangereden kat die dood midden op straat ligt. De aangegeven positie, het is een lange weg van meerdere kilometers, is voldoende duidelijk. Als ik nog maar net onderweg ben belt centrale weer. In de stad is bij een horecagelegenheid een hond komen aanlopen. Het plein ken ik en bij diezelfde gelegenheid heb ik al eens een duif achter een raam weggehaald (De grote oversteek, melding 12.8: verklemde duif). Normaal is een levende hond urgenter dan een dode kat, maar in dit geval is het makkelijker om eerst bij de kat langs te gaan en dan bij de hond. De hond is onder controle dus daar is ook geen spoed bij, al willen ze in een horecagelegenheid natuurlijk zo snel mogelijk van zo’n beest af. Ik rij dan ook gewoon door en op de dijk waar de kat zou liggen minder ik vaart. Het is niet druk op de weg dus ik zit niemand in het vaarwater. Mogelijke plaats nummer één: geen kat te bekennen. Doorrijden naar mogelijke plaats nummer twee. Ook daar geen kat te zien. Die is waarschijnlijk door een voorbijganger of aanwonende al weer weggehaald. Dat gebeurt wel vaker. Beide posities zijn aan de rand van het dorp en de weg heeft een fietspad ernaast. Daar loopt wel vaker volk en op zo’n dorp is het niet ongebruikelijk dat aangereden dieren worden weggehaald. Ik ga verder naar de hond. Net over de brug zet ik de bus neer. Het plein waar ik moet zijn is voetgangersgebied en afgeschermd met paaltjes. Ver is het niet, metertje of veertig. Ik stap uit, hondenriem en chiplezer mee. Bij de horecagelegenheid aangekomen zit de hond, een poedelachtig beest, aan een riem al te wachten. Eerst even naar binnen. Daar zijn een aantal mensen aanwezig, waaronder de melder. Ik leg de lezer in de nek van de hond en “bliep”, contact. Dan kijken of er een goede registratie is. In eerste instantie krijg ik een foutmelding, nummer verkeerd overgenomen, maar in tweede instantie krijg ik de naam van de hond, telefoonnummer en adres van de eigenaar. Eigenaar gebeld, wordt niet opgenomen. Adres is een straat verderop aan de kade langs de rivier. Onmiddellijk zeggen de aanwezige mensen: “Oh, maar dan gaan we hem brengen”. Goed, dat kan ook. Geen idee natuurlijk of de eigenaar thuis is, maar als ze het willen proberen, prima. Gezamenlijk lopen we in de richting van de rivier, hond aan de lijn mee. Bij de bus nemen we afscheid, mensen lopen met de hond door, ik doe de administratie en ga weer terug. | |
| 07-01-26 10:51:01 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
28.3: Egeltje in de wei. Laat in de ochtend is het weer raak. Iemand heeft een egeltje gevangen en weet niet wat ze er mee aan moet. Stomtoevallig is dit een melding die ik heb meegeluisterd toen ik met m’n collega bezig was met de overdracht. Collega functioneerde op dat moment ook als centrale. Collega in zijn rol van centrale had als advies gegeven om het dier in een kooitje te stoppen, voer en water er bij en de volgende ochtend weer te bellen. Die volgende dag, vandaag dus, krijg ik de opdracht om het beestje op te halen. Voorruit zit dik onder de sneeuw, maar het is dooiend weer. De voorruit was dan ook in drie tellen schoon. Onderweg naar de egel. Het adres is in een nieuwe wijk in aanbouw waar een paar straatjes al staan en de rest nog onderweg is. Direct bij het nummer dat ik hebben moet is een plekje vrij waar ik de bus indraai. Als ik uitstap komt een jonge vrouw hardlopend aanrennen. De melder. Ze was, samen met echtgenoot, de hond aan het uitlaten en had me zien rijden. Dan maar op een draf naar huis. Mevrouw gaat me voor het huis in. De kooi met de egel er in wordt uit een kast getoverd en op de tafel gedeponeerd. Egel zit verscholen in een kokertje, bakjes met water en voer zijn aanwezig. Keurig verzorgd. Ik trek de egel uit de koker. Beestje blijft met z’n poot achter een draad hangen. Ik knip de draad door met m’n onvolprezen zakmes en bekijk het diertje. Een kleintje. Volgens mevrouw 309 gram. Ik geloof haar direct, het is zo’n beetje het formaat. We praten nog even over hoe ze het dier heeft aangetroffen en ik vertel waar ik het naar toe zal brengen. Dan neem ik afscheid . Als we de deur uitlopen komt net de echtgenoot aanlopen met de hond. Hij was verder gelopen terwijl ik met mevrouw in conclaaf was. Terug in de bus bel ik de opvang. “Zo klein”? Ik kan doorkomen, beheerder is aanwezig. Als ik op de opvang uitstap staat beheerder al te wachten. “Kom maar mee”. In de schuur van de opvang wordt het diertje ingeschreven. “Welke naam zullen we hem geven”? Ik opper de naam van de melder. “Oké, dan wordt het dat”. | |
| 09-01-26 12:36:02 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
28.4: Eend met vogelgriep. Op de terugweg gaat de telefoon. In een dorp tussen de stad en de grote stad is een eend aangetroffen, liggend in de berm. Beschrijving is wat complex maar ik ben er vaker geweest, ik ken de situatie. Even later gaat de telefoon weer. Melder heeft de eend toch maar in een doos gedaan en mee naar huis genomen. Bij het huis bel ik aan. Deur gaat open, een man met een woeste baard kijkt me vragend aan. Ik zeg dat ik voor de eend kom. In slecht Nederlands, mijnheer is Pools, krijg ik antwoord. Verder in het Engels. Mevrouw was de hond aan het uitlaten en had de eend gevonden. Terwijl ik met mijnheer aan het klasjeneren ben komt mevrouw van boven met een doos met daarin de eend. Het dier is afgedekt met een handdoek. Ik sla de handdoek weg en de eend ligt daar met vertrokken nek amechtig te hijgen. Naar mijn expertise, ik heb deze gevallen vaker gezien, kon dit wel eens een gevalletje vogelgriep zijn. Ik vraag of er meer dode vogels waren. Nee, dit was de enige. Geïsoleerd geval. Uit voorzorg raak ik het dier niet aan. Doos en handdoek kan ik meenemen. Beide echtelieden vragen naar de vogelgriep, of dat ook besmettelijk is. Dat is het, maar de kans op overdracht naar zoogdieren, hond of mens, klein. Ze hoeven zich geen zorgen te maken. Wel zeg ik dat als ze meerdere vogels op dezelfde manier zien de autoriteiten moeten waarschuwen. Voor een geïsoleerd geval zoals dit is dat niet nodig. Daarmee neem ik afscheid. Met de eend in de doos ga ik terug naar de bus en bel de centrale. Die belt op haar beurt de coördinator en van de coördinator krijg ik op naar welke dierenarts ik kan gaan om het dier te laten inslapen. Dat is veertig kilometer verderop. Ik ben bij die dierenarts eerder geweest (melding 25.2: vier stuks dit keer) en weet nu waar ik de bus kwijt kan. Het is niet druk en ik kan zonder moeite de oprit naar de parkeer indraaien. Ik laat de eend in de bus, de meeste dierenartsen willen geen besmetting in hun praktijk, en loop naar de ingang. Binnen is de dierenarts bezig. Ik vertel waar ik voor kom. Hij is niet benauwd voor besmetting, hij doet in het geheel geen vogels. Goed, wat hij wil. Ik ga terug naar de bus en haal de doos met de eend. Ik mag het beest vasthouden (handschoentjes aan) zodat hij de verlossende spuit kan zetten. Ik zeg dat sommige andere dierenartsen in de hersenstam toedienen. Dan is zo’n dier in een paar tellen uit z’n lijden. In de hartspier duurt het langer. Dierenarts is bekend met de procedure maar zegt dat het voor een eigenaar geen prettige aanblik is. Dat klopt, maar voor het beest is de lijdensweg korter. De arts zet de spuit in de hersenstam, net achter de schedel in de nek en met twee tellen is het dier weg. Nog even wat stuiptrekkingen en dat was dat. Dan breng ik de dode eend naar de bus. We doen de administratie. De vorige keer had de arts niet geadministreerd, dus nu moest wel de hele riedel in de computer gerammeld worden. We komen maar zelden deze kant op. Ondertussen komt de volgende patiënt, een hond, ook al binnen. Ik ga terug naar de bus en rijd naar het asiel. Twee redenen: ten eerste de eend in de vriezer gooien. Normaal gaat zo’n kadaver naar de kadaverbak op de milieustraat, maar die is vandaag, het is zondag, gesloten. In de vriezer kan ‘ie bewaard blijven tot de eerstvolgende keer dat ‘ie geleegd wordt. Tweede reden is dat de batterij van de bus angstwekkend laag komt te staan. Vlak bij het asiel is een snellader. Bakje koffie op het asiel, het is net na de middag, en dan is die ook weer vol. Dat valt tegen. Ik krijg die snellader niet aan de praat. Op een gegeven moment krijg ik een rood lampje ten teken dat mijn id-chip geweigerd wordt. Dan maar naar huis aan de gewone lader. Dat is er één van dezelfde elektriciteitsboer als van de chip. Als dat niet werkt weet ik het ook niet meer. Laadpaal is volledig geblokkeerd door een bus van een koeriersbedrijf. Ik kan met geen mogelijkheid de tweede aansluiting bereiken. Alternatieve laadpaal is geheel bezet. Alternatief nummer twee is wel beschikbaar. Ik heb nog twintig kilometer bereik over als ik eindelijk de bus kan aansluiten. Ik begin hoe langer hoe vrolijker te worden over elektrisch rijden. | |
| 10-01-26 12:21:22 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
28.5: Uitgedroogd De eerste deze week is een asielrit. Er moet een katje naar de dierenarts gebracht worden. Ik krijg op dat het naar een dierenarts goed veertig kilometer verderop moet. Beetje vreemd, normaal hebben dierenartsen dichter in de buurt dienst op zondag. Ik praat even met de centrale hierover. Maar het asiel zal daar wel terdege over nagedacht hebben. Sommige dierenartsen hebben zich gespecialiseerd in een bepaalde behandeling, of misschien ligt het ergens anders aan. We zullen wel zien. Ik drink eerst een bak koffie, daar heb ik nog tijd voor, en dan ga ik onderweg. Op het asiel aangekomen staat de collega met de bus van de andere regio er ook. Ik zet de bus iets verder neer en loop richting personeelsingang. Collega komt op me toe: “ben jij hier voor de kat naar de dierenarts”? Dat ben ik. Collega had een overleden kat naar de vriezer gebracht en was gelijk door het personeel aangeschoten om die kat weg te brengen. Omdat we een beetje langs elkaar heen praatten, de situatie was nog verwarrender dan ik hier schets omdat er sprake was van twee vestigingen in twee verschillende plaatsen, gingen we samen het asiel weer in om na te vragen wat nu het geval was en wie de rit ging doen. Daar kregen we uitsluitsel. Asiel had centrale gevraagd om een katje naar de dierenarts te brengen. Centrale had daarop mij opgeroepen. In dezelfde tijd kwam stomtoevallig collega met de andere bus langs om de dode kat te brengen, waarop asiel dacht dat hij het katje naar de arts zou brengen. Daarnaast ging het om een dierenarts met verschillende vestigingen, hier in de grote stad en eentje in de stad veertig kilometer verderop. Asiel had bij het maken van de afspraak eerst begrepen dat het in de andere stad zou zijn, maar kwam er later achter dat het de vestiging hier in de grote stad betrof. Uiteindelijke conclusie was dat ik het katje zou nemen. De vestiging hier is relatief onbekend en gelegen “in the middle of nowhere”. Erg achteraf aan een doodlopend wegje nabij de rivierdijk. Ik was er al eens geweest, daarom was het voor mij makkelijker. Ik krijg de voorlader (type transportbox) met het kitten er in plus een briefje met gegevens van het katje. Toegediende medicatie, temperatuur en dergelijk. Het opgegeven adres blijkt niet te kloppen, maar de postcode wel. Dan doe ik het daarmee. Bij de dierenarts aangekomen, gelegen aan een weggetje maatje net zo breed als de bus, zet ik de bus neer op de parkeergelegenheid. Ik bel aan en de dierenarts doet open. “Kon je het vinden”? Maar, zoals gezegd, was ik er al eens eerder geweest. Het diertje heeft verhoging, at niet en was flink uitgedroogd. Was ook stevig aan de diarree geweest, de kluiten zaten nog in de vacht. Arts onderzoekt het dier: waarschijnlijk een virusinfectie, maar kan ook bacterieel zijn. Eerst maar eens wat aan de koorts en de uitdroging doen. Kat krijgt een pil achterin de strot geduwd, beetje water erachteraan. Dan een serie spuiten en tot slot twee dikke spuiten met vocht subcutaan. Dan krijgt de arts een telefoontje van een andere patiënt. Ondertussen zorg ik er voor dat de kat er niet van tussen gaat. Het beest laat alles gelaten toe maar is wel geneigd om op sjouw te gaan. Het beestje knapt in die tijd zienderogen op en begint zowaar te spinnen. Al zegt dat in principe weinig, katten kunnen ook spinnen van ellende. Maar in dit geval, gezien het gedrag, stand van de oren, snorharen en algemene uitdrukking lijkt het me dat het beest er een stuk beter aan toe is. Arts maakt een badje klaar om de ergste stront uit de vacht te wassen en gaat tot besluit nog even met de kam er doorheen. Ik droog het diertje terwijl de arts de medicatie klaarmaakt. Die krijg ik mee voor het asiel. Terwijl ik onderweg was naar de arts was de volgende melding ook al binnengekomen. Eerst die maar afhandelen en dan katje terug naar het asiel. | |
| 12-01-26 18:26:00 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
28.6: Kapotte kop Vanaf de dierenarts uit de vorige melding direct door naar de volgende. Dat ging over een gewonde duif met bloed aan de kop. Het adres is aan een singel in de stad. Vanaf de dierenarts is het een smal kronkeldijkje met veel voetgangers. Mensen met honden en kinderwagens die ondanks de kou nog even gebruik wilden maken van het zonnetje. Uiteindelijk weer terecht gekomen op de secundaire weg tussen grote stad en stad en vandaar is het weer normaal. Al met al is het een goede twintig minuten rijden. Interessant is dat het Domdommetje, eigenlijk ‘Maps, me de verkeerde kant van een eenrichtingsweg wilde laten inrijden. Gelukkig op tijd gezien en via een parallelweg van de juiste kant ingereden. Voor het adres is een, voor de bus krap, plekje vrij. Drie keer steken en ik sta. Ondertussen staat de familie al buiten op de stop, doos in de handen. In de doos zit de duif. Mevrouw verteld me dat ze de duif naast de voordeur vond. Ik bekijk het dier. Één oog zit zowat dicht en hij heeft bloed op z’n kop. Melders hadden niets teveel gezegd. Beest was denkelijk in volle vaart tegen een raam of iets anders geblunderd. Mevrouw vraagt of ik het dier naar een dierenarts ga brengen. Dat doe ik niet. Ik breng het naar een opvang, en als ze daar zeggen dat een arts nodig is, dan gaat ‘ie er alsnog naar toe. Maar dat kan de opvang beter beoordelen dan ik. Mevrouw weifelt een beetje. Ik ben wel eerlijk. Het is uiteindelijk een centenkwestie. De opvang doet het uit liefhebberij en een dierenarts moet betaald worden. Als ik een dier naar een dierenarts breng, dan krijgt het asiel de rekening. Als het nodig is, dan is dat geen probleem, maar als het niet nodig is, dan liever niet. In tegenstelling tot onze geliefde regering kan het asiel de centen maar één keer uitgeven. Mevrouw accepteert de uitleg. Ik doe de duif in een bakje en ga terug naar de bus. Daar bel ik de opvang. Aanvankelijk hoor ik de opvang weifelen. Maar als hij hoort dat het een duidelijke verwonding is en geen zieke kan ik hem brengen. De duif kan in hok “D”. Op de opvang zet ik de duif in “D”. Bakje water er bij en klaar. Ik heb nog steeds de kitten van de vorige melding in de auto. Ik rij terug naar het asiel en lever daar het beestje af, compleet met medicijnen en mondelinge instructies. Ondertussen is batterij van de bus weer eens laag. Vlakbij het asiel is een snellader. Busje snelladen en een bak koffie op het asiel is een prima idee. Niet volgens de laadpaal. M’n pasje wordt geweigerd. Ik zoek in ‘Maps een andere snellaadpaal. Op het industrieterrein zijn er twee. De eerste bestaat niet eens. De tweede is opgesloten achter een hek. Dan geef ik het op. Ik heb nog voldoende om thuis te komen maar niet veel meer. Thuis is vlakbij een gewone lader met twee aansluitingen. Die beide in beslag worden genomen door een grote bus van een koeriersbedrijf. Ik kan er met geen mogelijkheid naast. Tweede alternatief een stukje verder is wel beschikbaar. Hoera voor elektrisch rijden. | |
| 13-01-26 09:24:55 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
29: Ongans Ongezond, ziek (bron: www.encyclo.nl) 29.1: Supermarktkat In de loop van de ochtend komt de eerste melding van de dag. Bij een supermarkt in een stadje aan mijn kant van de rivier is een kat komen aanlopen. Rondvraag en publicatie op sociale media leverden niets op, dan maar de dierenambulance. Via de kortste weg, over de dijk langs een min of meer oude arm van de rivierdelta, rijd ik naar het adres. Netjes opgegeven, alles klopt. Ik zet de bus neer op de parkeerplaats van de supermarkt. Chiplezer, pen, papier en transportbakje mee. In de supermarkt loop ik naar de kassa. Kassière weet er van en roept gelijk iemand anders. Ook een klant, een moeder met kind, blijkt op de hoogte: “Kijk, de mijnheer van de dierenambulance komt het poesje ophalen”. Ik volg de opgeroepen persoon naar het kantoortje. In het kantoortje zit een juffrouw achter een computer te typen. In een hoek een voormalige groentekist. In de kist ligt een zwart-witte kat te snurken. Bakje water er naast. De juffrouw scheurt zich los van het beeldscherm en verteld dat de kat is komen aanlopen, buiten de deur was gezet en vervolgens weer is komen aanlopen. Lief beest maar zag er verloren uit, net alsof ‘ie de weg kwijt was. Goed, dat is een redelijk duidelijk verhaal. Eerst maar eens de chip lezen. En inderdaad: “bliep”! Het dier is gechipt. Nummer opschrijven en intikken op ‘t mobieltje. Geregistreerd, maar verder dan naam van het dier, de plaats en een telefoonnummer is niet vermeld. De plaats is een dijkdorpje (officieel een stad, met stadsrechten uit 1333) een paar honderd meter verderop. Dorp en stadje zijn nagenoeg aan elkaar gebouwd. Eerst maar eens dat telefoonnummer bellen. Dat wordt niet opgenomen. Schiet niet op. Goed, blijven in de supermarkt gaat niet, dan maar naar het asiel. Zuur voor de eigenaar, maar zo werkt het nu eenmaal. Ik kan moeilijk het dier naar het dorp brengen en het daar vrijlaten in de hoop dat ‘ie z’n weg wel vindt. Als dat beest alsnog een ongeluk krijgt, dan heb ik het gedaan. Alle huizen afgaan met de kat in de handen en huis aan huis vragen of het beest ergens bekend is, daarvoor is het net even te groot. Op het asiel afleveren bij de receptie. Het eerste wat die doen is controleren of het dier op het asiel bekend is, niet, en dan nog een keer opbellen naar het geregistreerde nummer. Ook nu geen antwoord. Dan volgt het gebruikelijke werk: registreren als gevonden en publiceren op de diverse kanalen van verloren beesten. Daarmee ben ik klaar en ga weer terug naar huis. | |
| 14-01-26 12:15:35 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
29.2: Platte kat Vroeg in de middag komt er weer een melding binnen. Dit keer een wat minder vrolijke. Aan dezelfde weg als van de vorige melding maar ter hoogte van een ander huisnummer is een kat aangereden. De instructie is: chip uitlezen, indien mogelijk de eigenaar traceren en anders naar de vriezer volgens het gebruikelijke protocol. Ik rijd er heen. Omdat het aan mijn kant van de rivier is, is het wat korter. Een minuutje of twintig. Als ik kom aanrijden staan er op de aangegeven plaats twee jongere mensen te wachten. Aan hun voeten een zielig hoopje. Precies op de plek waar ik hun zie is er ruimte in de berm. Ik zet de bus neer, flitsers en alarmlichten aan. Ik sta met twee wielen nog op de weg. Voorzichtig uitstappen. De mannelijke helft van de twee komt op me toe en zegt “hallo”. Zijn gezicht komt me vagelijk bekend voor maar ik kan hem zo gauw niet plaatsen. Ze hadden de chip al uitgelezen, geen chip aanwezig. Als bewijs laat de man een chiplezer zien. Goed, dat zal dan wel. In de tussentijd is het dier ten minste eenmaal nog een keer overreden. Zoals het beestje er nu uitziet zijn er geen schouderbladen meer te vinden. Voor de rest laat ik de beschrijving maar achterwege. Ik pak een bezem en een schep uit de bus, de jonge man neemt de jerrycan met water uit de bus. Ik schep de overblijfselen van het dier in een bakje, op dat moment is dat het makkelijkst. Terwijl ik dat doe, het moet in meerdere scheppen, sprenkelt de man water over de ergste delen en schrobt die met de bezem zo veel mogelijk schoon. De spetters zitten zeker twee meter in de rondte. Als de weg en de aanpalende stoep weer enigszins schoon is brengen we het bakje naar de bus. Daar doen we de resten in een vuilniszak. Met het laatste beetje water en wat papier het bakje schoonpoetsen en dat is dat. Ik ruim de gebruikte spullen op en bedank de mensen voor hun hulp. Dan licht ik de centrale in en rijd naar de milieustraat. Het is door de week en die is nu open. Op de milieustraat stort ik wat over is van het dier in de kadaverbak. De plastic zak gaat in de kliko er naast. Ook weer klaar. Terug naar huis. Later bij de overdracht vertel ik de collega van het gebeurde. Collega vertelt dat de twee lid zijn van de kattengroep. En dan valt bij mij het kwartje. Ik heb eerder met de jonge man te maken gehad in melding 22.4: Twee voor de prijs van één. Hij heeft toen geassisteerd met het vinden van een dode kat aan de dijk en een kitten op een verlaten boerderij. | |
| 15-01-26 12:13:31 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
29.3: Gans op straat Kort voordat ik naar bed ga komt er via de privé-telefoon een appje binnen. Het is kwart voor één in de ochtend. Centrale. Of ik nog wakker ben. Ik antwoord: “Nog wel”. Het blijkt dat er in het stadje aan mijn kant van de rivier een mogelijk aangereden gans is aangetroffen. Melder is, volgens de centrale, een niet geheel nuchtere jongeman, al gebruikt centrale een wat minder vleiende omschrijving. We appen een beetje heen en weer over de betrouwbaarheid van de melding en die van de positieaanduiding. Ondanks de toxicologische staat van de melder komt het toch over als een duidelijke melding. Bovendien leeft het dier nog en wappert, volgens de melder, met de vleugels. Toch maar kijken. Als het dier echt gewond is kan ‘ie naar een opvang en als de verwonding te zwaar is moet ‘ie naar een dierenarts. Maar daarvoor zijn we dierenambulance. Als we er zijn dan zien we wel meer. Ik rijd naar het aangegeven adres. Het is op het industrieterrein aan de zuidkant van het stadje. Makkelijk te vinden. Bij de stoplichten links en dan een haakse bocht naar rechts en dan ben ik er. Onderweg wel dikke mistvlagen, ik rijd daarom maar een tikje langzamer dan gebruikelijk. Als ik bij het adres aankom zet ik de bus aan de kant van de weg. Maakt eigenlijk niet, op zondagochtend even na enen is er toch geen kip te bekennen. Wel een dode gans. Die ligt midden op straat. Geen duidelijke verwondingen zo te zien, al bekijk ik hem maar vluchtig. De kans dat ‘ie toch besmet is met vogelgriep kan ik niet uitsluiten. Plastic zak omkeren en zo de vogel er in schuiven. Op die manier raak ik het dier niet aan. Op zich een standaard situatie. Overleden wild beest, dat wordt terug naar de natuur. Ik zet de zak met de vogel achterin de bus, keer en rijd naar een mooi plekje. Daar, tussen wat riet en geboomte keer ik de zak weer om zodat de vogel er uit valt. Klaar. Nog even een berichtje naar de centrale zodat zij ook weet wat er gebeurt en weer terug naar huis. Zo tegen tweeën heb ik de bus weer aan de lader en kan ik naar huis. | |
| 16-01-26 10:27:33 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
29.4: Kattenbak Laat in de morgen, ik heb de koffie al op, komt een appje binnen. Op een bekende weg, dezelfde als die van 29.2: Platte kat en 29.1: supermarktkat, is weer eens een dode kat aangetroffen. Het is een vrij drukke weg, gedeeltelijk een voormalige zeedijk, met de meeste bebouwing aan de landkant en weilanden en ruigte aan de andere kant. Geen wonder dat katten nog wel eens willen oversteken en daarbij het haasje worden. Ik discussieer via de app even met de centrale over dat het weer eens raak is op die weg en ga dan naar de bus en rijd die kant op. Het adres is gegeven met een huisnummer en met extra informatie dat het in het 50km/u gebied is. Binnen de bebouwde kom, dus. Direct na het betreffende huisnummer is een pad de dijk af naar een weiland. Ik steek dat pad in en rijd door tot het hek. Zo laat ik het fietspad vrij. Eerst maar eens kijken of ik dat beest kan vinden. Positieaanduiding is duidelijk en niet mis te verstaan, maar niet alle posities zijn altijd even correct. Maar ik loop nog geen drie stappen in de richting van het adres of ik heb al een dode kat aan mijn voeten. Beetje viezig, onder de grassprieten. Ligt er denkelijk al even. Ik haal een bakje uit de bus, beest er in en terug. In de bus leg ik het dier de chiplezer in de nek en “bliep”. Chip gevonden. Nu nog de registratie. Nummer, alle vijftien cijfers, op een blaadje genoteerd en ingevoerd op Chipnummer.nl. De eerste database is gelijk raak. Geregistreerd. Registratie geeft de naam van de kat, ras, naam, adres en telefoonnummer van de eigenaar. Beter gaat niet. Ik bel het nummer, een vrouw neemt op. Ik vraag eerst of ze een kat heeft van die naam. Dat klopt. Dan vertel ik dat het dier dood aangetroffen is aan de weg. Ze wist het al. Via een andere weg had ze al gehoord dat de kat was aangereden. Dan vraag ik wat of ik met de kat moet doen. “Wat is gebruikelijk”, vraagt mevrouw. Ik zeg dat ik het dier naar haar toe kan brengen zodat ze hem zelf kan begraven of dat ik de afvoer kan verzorgen, maar de beslissing is aan haar. Ze wikt en weegt even en beslist dan dat ik het dier kan afvoeren. Dat is dan duidelijk. Ik stap weer in de bus en rijd naar de milieustraat met de kadaverbak. Kat in ’t bakkie en klaar. Ik kan weer op huis aan. | |
| 17-01-26 17:46:54 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
29.5: Ontvleugelde zwaan ‘s Middags gaat de telefoon. Aan een dijkje voor mij aan de andere kant van de stad is een zwaan aangetroffen met een lamme vleugel. Dier was in eerste instantie niet te pakken te krijgen. Nu mocht ik het proberen. De melding was gedaan door een jachtopziener. De collega die de zwaan in eerste instantie niet te pakken kreeg kan ik bellen als er moeilijkheden zijn. Ik rijd er heen en even voorbij het aangegeven adres, een boerderij, zet ik de bus aan de kant en ga kijken. Een stuk verderop zie ik een zwaan in het weiland. Maar ‘s kijken of die het is. Het is een waterrijk gebied en er zwerven plenty zwanen in de omgeving. Met een net in de hand loop ik naar het weiland, klim het hek over en loop met een boogje op de zwaan toe. Als je rechtstreeks loopt heeft dat beest je veel eerder in het snotje. Als ik een metertje of tien van het beest af ben komt ‘ie in de benen, waggelt even en als ik nog een paar stappen doe klapwiekt ‘ie en gaat op de vleugels. Een weiland verder strijkt hij weer neer. Die mankeert niets aan de vleugels. Ik loop terug en bel naar de collega. Wordt niet opgenomen. Ik bel naar de centrale. Wordt niet opgenomen. Ik loop naar de boerderij. Misschien heeft iemand daar weet van een zwaan met een lamme vleugel. Bij de boerderij is geen levende ziel aanwezig. Ik kijk nog even in de rondte maar zie verder geen zwanen behalve degene die net is weggevlogen. Dan ga ik terug naar de bus. Appje naar de centrale dat het niets geworden is en ga terug naar huis. De overdracht vandaag is wat later. Collega, dezelfde die een eerste melding van de zwaan gekregen had, had een etentje en belt op als hij de buik vol zou hebben. Collega belt dat hij onderweg naar huis is, ik loop naar de bus, stap in en rijd naar de collega. Als ik er bijna ben belt hij op. De jachtopziener die de melding gedaan heeft is weer terug en vraagt of we een nieuwe poging kunnen wagen. Ik wil dat ook wel eens meemaken en bovendien wil ik weten waar of dat beest nu uithangt. Zo gaan we samen naar het dijkje. Ondertussen even praten over wat en hoe. Collega had een ander huisnummer opgekregen, drie bochten eerder. Beest zou tussen de beide adressen zitten. Dwars van het eerste adres minder ik vaart. Het is ‘s avonds en op dit smalle dijkje rijdt er vrijwel geen volk. Dan ziet collega in het licht van de koplampen de zwaan. Een stuk verder weg dan waar ik gezocht heb. Ik zet de bus in de berm, flitsers aan. Tegelijk komt er van de andere kant een stel koplampen op ons toe. Het is de jachtopziener. We maken kennis en overleggen even hoe we het dier zullen pakken. Jachtopziener zegt: “het beest is toch niet te redden, ik schiet hem wel”. Pakt zijn geweer uit de auto en, bijgelicht met onze zaklantaarn, schiet hij het dier dood. Zwaan opgehaald, controleren of het inderdaad een gebroken vleugel is, dat is het, en klaar. Het dier gaat bij ons in de bak en morgenochtend kan collega het beest naar de milieustraat brengen. We praten nog even na, collega krijgt nog het telefoonnummer van de jachtopziener. Taferelen als deze komen gelukkig niet vaak voor maar je weet maar nooit. Zeker niet nu de vogelgriep heerst. Een gans met mogelijk vogelgriep die nog het water in kan vluchten is voor ons onbereikbaar. Een jachtopziener kan het dier dan schieten en zijn hond kan het dan apporteren. Dan nemen we afscheid en rijden naar het huisadres van de collega. Daar stap ik in mijn eigen auto en rijd naar huis. Gisteren had ik het van dezelfde collega overgenomen en had ik met mijn auto de bus opgehaald. Mijn auto heeft over de dag dat ik dienst had bij de collega op de parkeerplaats gedaan. Zo doen we wel vaker. | |
| 18-01-26 15:24:43 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
30: We moeten rennen duiken vallen vliegen opstaan Lied van Herman van Veen 30.1: Spoed voor een kat Kort voor ik onderweg zou voor een aparte taxirit, mensen konden tijdens een verhuizing hun eigen kat niet te pakken krijgen omdat het beest door dolle heen was, komt er een spoedmelding door. Een kat was plotseling ziek geworden en moest met spoed naar de dierenarts. Het adres is in de stad en de dienstdoende dierenarts is in een dorp nabij de grote stad. Het is vandaag zondag. Zondag is ook de dag dat ik nog wel eens een bijrijder heb. Die had ik al voorbereid op de taxirit naar de dolle kat. Maar dat loopt nu anders. Spoed gaat voor. Ik haal de bijrijder af van haar huis, dat is ternauwernood om en gezamenlijk rijden we naar de stad. Onderweg krijgen we nóg een melding binnen. Op een provinciale weg is een buizerd aangereden en ligt nu in de berm. Hectometer is aangegeven. Normaal is deze tijd, december, rustig maar nu hebben we drie ritten in ene. Het adres van de kat is in een flatgebouw. Ik zet de bus neer op het bijbehorende parkeerterrein en samen lopen we naar de ingang. Daar zit de patiënt al te wachten, klaaglijk miauwend in een reismand, samen met het personeel, een man en een vrouw. Een kat heeft geen eigenaar maar personeel. Beide komen direct naar buiten. Ze willen beiden mee, maar de bus is een driezitter. Ééntje gaat maar twee niet. Achterin hebben we geen goedgekeurde zitplaatsen. De vrouw gaat mee, de man blijft achter. Met drie man naast elkaar is het een beetje krapjes maar er gaan veel makke schapen in een hok, zeggen ze wel eens. Bij de dierenarts zit een secretaresse die de gegevens van de kat opneemt en dan moeten we even wachten. Arts is bezig met een andere patiënt. Dan is onze kat aan de beurt. Mevrouw gaat met het dier de spreekkamer in en wij blijven wachten in de wachtkamer. Na enige tijd komt mevrouw weer naar buiten, tranen over de wangen. De kat heeft trombose en moet ingeslapen worden. Dan is de vraag of we mijnheer op willen halen, samen met het broertje van de kat in kwestie zodat er afscheid genomen kan worden. Bijrijder en ik kijken elkaar aan. Het hoort niet direct bij de procedure annex taakomschrijving maar dit soort situaties, daar zijn geen handleidingen voor. We besluiten de mensen ter wille te zijn en rijden terug naar de stad om mijnheer en kat nummer twee op te halen. Ook nu staat hij alweer te wachten. Snel instappen en direct weer terug naar de dierenarts. Mijnheer vertelt dat het voor de achterblijvende kat beter is dat ook hij, een kater, afscheid kan nemen, anders blijft ‘ie zoeken naar z’n broertje. Goed, als mijnheer dat vindt dan is het zo. We praten nog even over de terugreis en besluiten dat bijrijder bij de dierenarts blijft en ik beide terug naar huis zal brengen. Op zondag is het openbaar vervoer niet optimaal. Buizerd moet maar even wachten. Bij de dierenarts gaat mijnheer met kat de spreekkamer in. Even later komt hij weer naar buiten en bedankt ons voor de assistentie. Hij heeft kennissen gebeld die hen komen ophalen. Wij kunnen verder met onze buizerd. Laatste edit 18-01-2026 15:26 | |
| 19-01-26 08:48:41 | Emmo Stamgast WMRindex: 71.576 OTindex: 28.836 |
30.2: Aangereden buizerd Op een provinciale weg tussen twee grote dorpen zou een buizerd aangereden zijn. Volgens de melder lag ‘ie in de berm te spartelen, tussen twee hectometerpaaltjes in. Positie is daarmee aardig nauwkeurig wat pleit voor een betrouwbare melding. Vanaf de dierenarts van de vorige melding gaan we onderweg. Bijrijder maakt zich druk over de navigatie, waar is het precies, op ‘Maps staan de hectometers niet vermeld, en probeert uit te vogelen wat de beste aanrijd route is. We rijden vaker over die weg en ik meen me te herinneren dat een groot gedeelte een ventweg heeft. Omdat we niet weten waar precies die hectometerpaaltjes staan moeten we wachten tot we er zijn. Dan, 3000 meter voor het laatste dorp, is er een afslag met, volgens de kaart, een aftak naar een ventweg. Nog een paar honderd meter tot de buizerd, afgaande op de paaltjes. Ik sla af en duik de doodlopende ventweg in. Ook vanaf de ventweg kunnen we de hectometerpaaltjes aflezen. Op de plaats des onheils aangekomen zet ik de bus in de berm. Nu nog de berm aan beide zijden aflopen over het aangegeven rak. Ik steek over en doe de verre kant, bijrijder doet de kant van de ventweg. Niets te vinden. Of toch wel. Bij de middenstreep ligt een dood beest. Al flink beschadigd maar voor zover ik kan zien lijkt het een marter. Tussen de auto’s door grijp ik het karkas en zwiep het naar de overkant van de sloot. Die is terug in de natuur. Op de terugweg naar de bus komen we zegge en schrijve één veertje tegen die misschien wel misschien niet van een buizerd afkomstig zou kunnen zijn. Maar dat is ook alles. Terug in de bus seinen we de centrale in dat de buizerd niet gevonden is en dat we doorgaan naar de verhuiskat. Adres staat nog in de navigatie dus we rijden direct de goede kant op. Een paar kilometer verder komt de centrale aan de lijn. Het personeel van de verhuiskat heeft het dier toch te pakken gekregen. Denkelijk is het beest over de nacht tot rust gekomen en is nu wel te benaderen. Goed. Dan gaan we maar weer op huis aan. | |